Bijna zes jaar na de geboorte van mijn middelste begin ik er eindelijk aan. De fotoalbums. Achthonderd mapjes met willekeurige afbeeldingen blijken nog een behoorlijk uitzoek werk te zijn. Een klusje waar je echt even voor moet gaan zitten en dat doe ik dan ook. Ik pak er een wijntje bij en zet een achtergrond muziekje aan.
Kom maar op.
Uren struin ik door de afbeeldingen van mijn kleintjes. Waren dit mijn baby’s? Wanneer dan? Vraag ik mezelf af.
“Open je ogen voor mij, loop je geluk niet voorbij”, galmt het uit de speakers (BLØF). Tranen rollen over mijn wangen. Ik ga terug in die tijd, ik voel het gevoel en ik ruik de geuren van toen. Wat was het een fijne tijd. Maar het is alsof de baby op het scherm, mijn kind, mijn zoon het zeggen wil. ‘Open je ogen voor mij, loop je geluk niet voorbij.’


“Dit keer ga ik naar de winkel en ik ga echt alleen voor mezelf kijken en kopen”, beloof ik mezelf plechtig. Wanneer die pinpas gaat roken, is dat enkel alleen maar voor kleding die ik voor mezelf koop. Ik kom niet op de kinderafdeling. Ik negeer de kinderafdeling!




