Mama, ik haat je!

Op de dag dat je kindje geboren wordt, wordt er nog iets geboren. Namelijk een bal met allerlei gemixte gevoelens en nieuwe emoties. De ene keer rolt de bal lekker mee en de andere keer stuitert die bal alle kanten op en is er nauwelijks controle over te houden. Die bal bezit onder andere de emotie van intens geluk en onvoorwaardelijke liefde en de beschermingsdrang vergelijkbaar met die van een leeuwin. Maar er zit bijvoorbeeld ook ongeduld, ontploffingsgevaar en zware vermoeidheid in die bal.

Nu zijn er een heleboel methodes en opvoedmanieren om die bal lekker te laten rollen. Ik probeer mijn kleintjes op een liefdevolle manier te begeleiden en op te voeden, door bijvoorbeeld met ze te praten.. Echt waar, ik doe mijn uiterste best. Maar man! Wat is het irritant om met je kleintjes te proberen te praten, terwijl ze totaal niet luisteren.

En luister ik wel naar hen? Jazeker! Ik hoor dat je niet naar bed wilt, maar ja, ik kan jou niet laten spelen totdat je omtieft. Dus, naar bed, NU! Dan kom ik op het punt dat mijn kleintjes mij gaan negeren. Deze tactiek heb ik misschien zelf teveel toegepast? Ze kopiëren immers gedrag toch? Praten tegen een muur is het.

Zoals ik al zei, ik doe mijn uiterste best, maar dan komt daar die bal met één van die gevoelens aanrollen. Vermoeidheid. Ik heb hier gewoon geen zin in en ik kan het gezeur niet aanhoren. Please, ga gewoon naar bed en ga slapen…

Ik zou ze kunnen oppakken en mee naar boven sleuren, maar ze worden toch wat zwaar. Ik zou in mijn eigen bed kunnen gaan liggen en denken zoek het uit, maar dat maakt geen indruk. Of ik kan gaan dreigen met iets van ‘als je nu niet naar boven gaat, blijf je maar buitenstaan’. Dat maakt wel indruk. Iets teveel, want het geblèr begint meteen. In mijn achterhoofd weet ik, dit gaat helemaal mis. Zij zijn moe, ik ben moe. Min maal min is plus.

Elke stap gaat moeizaam. Pyjama aandoen? Alsof ze er überhaupt nog nooit van gehoord hebben. Tanden poetsen? Dan houdt je je kiezen stijf op elkaar. Je bed vinden? Alsof je de weg in huis volledig kwijt bent. En oh ja, nog even op de laptop is veel belangrijker dan op zoek naar dat bed.

Wat zou ik kunnen zeggen? Gelezen in een stappenplan van How2Talk2Kids. “Wat ik zie vind ik niet leuk.” en “Ik verwacht dat als mama vraagt of je in je bed wilt gaan liggen, je dan ook in je bed gaat liggen.” En dan “Je kunt nu in je bed gaan liggen zodat ik nog even bij je kan liggen.” En als ze dan nóg doorgaan… Een keuze geven. “Dit zijn je keuzes: of je blijft op de laptop, dan ga ik nu eerst je broertje naar bed brengen en dan heb ik geen tijd om nog bij je te liggen of je kiest om nu de laptop dicht te doen (die je eigenlijk überhaupt al niet open had moeten doen, maar dat terzijde) en dan kom ik even bij je liggen.” Blijft ze op de laptop? “Ik zie dat je hebt gekozen.” Met als resultaat dat zij zelf heeft gekozen in ik niet de verschrikkelijke moeder ben…

Wat doe ik? Ik pak die laptop weg en zeg dat die voorlopig niet meer opengaat. Zijn ze potverdikkie nou helemaal gek geworden. Ik heb toch nooit gezegd, ga op je laptop? Ik zei ga naar je bed!! Met als resultaat een hysterisch kind dat roept: Mama, ik haat je!

mama-is-stom

Ik kijk wel blij op het tekeningetje, dat dan weer wel…

Oef. Of dat binnenkomt? Absoluut! Of dat goed voelt? Absoluut niet. Maar het enige wat ik op kan brengen is ‘Prima! Doei.’ En ik pak mijn ‘bal’ en strompel naar beneden.

Morgen ga ik alles weer anders doen.

Van kraamvisite naar een slok wijn

Zondagochtend. We gaan op kraamvisite. Voor de verandering stappen we een keer ruim op tijd in de auto. Dat gebeurt werkelijk nooit. Wij zijn eigenlijk altijd te laat. Dat is geen onwil, dat gebeurt gewoon. Sorry. Maar deze ochtend gebeurt dat dus niet. Deze ochtend verloopt op rolletjes. Ik voel me bijna gelukzalig. Of nee, ik voel me gelukzalig, want mijn kleintjes zitten ook nog eens gezellig in de auto.

Op de radio hoor ik Alanis Morissette. Isn’t it ironic… don’t you think, hoor ik haar zingen. Ja het zal wel Alanis, er zal vast nog iets komen vandaag wat vreselijk ironisch zal zijn. Maar nu even niet. Nu geniet ik van mijn perfecte gezinnetje.

Op kraamvisite dus. Bij twee nieuwbakken kersverse ouders. Heerlijk, de onwetendheid, de roze wolk, de rust van het hebben van één kleintje. Na het horen van het bevallingsverhaal en alles er omheen, vraagt de man vrijwillig of hij de baby even vast mag houden. WAT? Serieus? Wat doet hij mij aan. Ik zie hem daar zitten op de de bank, met zijn eigen kleintjes spontaan om hem heen. Verdwaasd zit hij te kijken naar een newborn in zijn armen. En ook al weet ik dat het een verrekte slecht idee zal zijn, maar ik krijg spontaan lekkende tieten en ik zie alleen maar een nog perfecter gezinnetje. Ik smelt.

Ik laat mezelf in de waan. App wat foto’s van het prachtige plaatje naar vriendinnen en voel nog even dat gelukzalige, onbereikbare en ook onverstandige gezinnetje van zes.

Het is bezoekjesdag, want dezelfde middag hebben we een verjaardag. Gezellig voor de kleintjes, want die zien al hun vriendjes. En gezellig voor ons, want wij zien al onze vrienden. Met het beeld op mijn netvlies van die ochtend kan mijn dag niet meer stuk. De man voelt mij aan en ik voel dat hij al een beetje begint te zweten. Hoe praat ik haar weer uit dit oergevoel, zal hij vast wel gedacht hebben.

Ik klets gezellig onder het genot van een wijntje met mijn vriendinnen over de koetjes en de kalfjes. Maar mijn gesprek word een beetje verstoort door een klein mormeltje van een maand oud, dat mij volledig van die wolk af blèrt. Mijn tepels springen spontaan naar binnen, want hier hebben ze echt geen zin meer in. Ben ik even blij, voor mij, dat ik niks aan dat huiltje hoef te doen. Dat ik een slok wijn kan nemen en dat ik mijn tieten in mijn bloesje kan houden.

En zoals ik al zei, of eigenlijk zoals Alanis al zong; Isn’t it ironic… don’t you think… 

Afbeelding: Shutterstock

Piemels, scheten en in bomen klimmen: een jongensmoeder

Ik ben geen die-hard jongensmoeder. Ik bedoel, ik heb twee dochters en ‘maar’ één zoon. Maar ik heb genoeg vriendinnen om me heen met zoontjes en mijn dochter brengt soms zelfs wel eens een speelvriendje mee naar huis. En ik heb een man, die zich meestal als een echte jongen gedraagt. Voldoende voer voor een mooi jongensblog en ik vind dat ik mezelf dus ook wel een jongens-expert mag noemen…

Het opvoeden van het andere geslacht, of je er nou één of meerdere hebt, het is een uitdaging. Het zet bepaalde dingen in een ander daglicht en je wordt gedwongen om met andere ogen naar bepaalde situaties te kijken. Anders red je het simpelweg niet.

Zo moet je namelijk je humorknopje op een bepaalde instelling zetten. Scheten en boeren zijn the bomb! Hoe harder en hoe meer stank, hoe lolliger je scheet of boer is. Het boer-ABC móét je gewoon onder de knie hebben als je een nageslacht met een piemel hebt, anders word je niet serieus genomen als moeder.

Maar het gaat nog verder. Jongens denken, omdat ze overal kunnen plassen, ook overal moeten plassen. Dat is niet alles. Ze denken namelijk ook dat ze overal kunnen poepen. Bijvoorbeeld in een stoepputje (waargebeurd), terwijl je vriendje de putdeksel omhoog houdt. En als je ze dan wat hygiënische manieren bij wilt brengen door ze hun handen in de wc te laten wassen, nemen ze dat weer ernstig letterlijk, met als gevolg dat de kleine man zijn handen in de wc-pot staat te wassen.

Naakt is ook zo een dingetje. Het begint met het constant en consequent uittrekken van de sokken, maar wordt al snel vervolgd met het uittrekken van alles. Waarom? Geen idee, misschien om de piemel luchtig in de rondte te laten zwieren. Een onderwerp wat al eerder besproken is, maar waar we nog heel veel meer over kunnen zeggen. Doen we een andere keer.

Tijdens het opvoeden van een jongen moet je ook je idee van veiligheid bijstellen. En dan bedoel ik niet dat je je alarmsysteem moet uitschakelen, rond moet gaan rijden zonder autostoeltjes of alle brandblussers het raam uit moet gooien. Nee dat niet. Maar als je je kleine mannetje twee en een halve meter hoog in de boom ziet zitten, bel dan niet meteen de brandweer, maar blijf kalm. Jongens zien vele objecten als prima stuntmateriaal. Een schutting? Die staat daar om bovenop te klimmen. Een trapleuning? Die zit daar om vanaf te glijden.
Ze stunten op een skateboard, ze doen wedstrijdjes wie het hardste rennen en fietsen kan en tja, dan gaat er weleens één op zijn muil.

Dat brengt me bij het volgende. Je moet rekenen op het kopen van veel, het liefst zo goedkoop mogelijk, maar wel héél veel broeken. Want hoe stevig de broek ook is, sommige fabrikanten beweren zelfs een onverslijtbare broek te hebben uitgevonden, vergeet het maar! Die broek gaat stuk. Daar kan hij niks aan doen, het is een algemeen ‘jongens-dingetje’.

Nou, dit was mijn beginnetje van een mooi jongensblog. Ik ben natuurlijk nog lang niet klaar, want over jongens kan ik uren door blijven gaan. Komt vast nog wel een keer, nu ga ik eerst weer even een knielap vastnaaien en het toilet schoonmaken, vooral de vloer.

Afbeelding: Shutterstock

opvoeding

Narcistische kindjes…

Oké, en nu allemaal stoppen met zeggen dat je kind zo bijzonder is, daar krijgen ze namelijk narcistische trekjes van. Blijkt uit onderzoek. Naast de genetische aanleg voor narcisme, blijken ook vooral de kinderen die vaak van hun ouders te horen krijgen dat ze specialer zijn dan anderen, bovengemiddeld hoog scoren bij de onderzoektestjes. Dat verzin ik niet, de onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam melden dat.

Narcistische kindjes dus… Kindjes met een doorgeslagen gevoel van eigenwaarde. Wat zullen de opvoed-goeroes daarvan vinden, vraag ik mijzelf meteen af?

Moeten we nu alle tekeningen die nergens op lijken met de grond gelijk maken? Of moeten we bij elke tekening zeggen ‘Oh leuk, maar denk maar niet dat je talent voor tekenen hebt.’ Of blijven we lekker doorgaan met het kweken van narcistische kindjes?

Mag ik naast het straffen, de kinderen nu ook al niet meer belonen met een flink compliment? Straks lopen ze erbij als een narcist met een veer in hun reet.

Of moet ik tegen mijn kleintjes zeggen dat ze speciaal zijn, maar wel net zo speciaal als het buurjongetje en als Gerdien van de hoek. Oh ja en net zo speciaal als dat irritante ventje uit zijn klas. Want ze moeten natuurlijk niet gaan denken dat ze specialer zijn dan anderen!

Nou ja, het blijkt maar weer dat opvoeden helemaal niet zo gemakkelijk is als het lijkt. Want hoe je het ook doet, er komt altijd wel weer een onderzoekje boven drijven waaruit blijkt dat je het helemaal verprutst. Zelfs wanneer je je kind speciaal probeert te laten voelen…


Afbeelding: Shutterstock / Creativa Images

Kleintjes naar bed brengen sucks

Ik ben gek op mijn kleintjes, ik help ze graag met het aantrekken van hun pyjamaatjes, ik help ze ook graag met het poetsen van hun tandjes, ik lees ze graag een verhaaltje voor het slapen gaan en als ik tijdens het voorlezen niet zelf in slaap gevallen ben, lees ik zelfs graag nog het tweede verhaaltje voor en ik knuffel en kroel graag nog voor een laatste keer voordat de oogjes toe gaan.

Schreeuwtijd

Ik doe dat heel graag…. Áls mijn kleintjes ook zo graag met me mee zouden werken om dit gesmeerd te laten lopen. Want er zijn van die dagen dat bedtijd (iemand omschreef dat ooit eens heel correct en realistisch) schreeuwtijd is.

Laatst was het weer zo een avond.

Het was een avond dat ik de klok, het laatste uur voor bedtijd, even op ‘fastforward’ wilde zetten. En daar gaat het mis. In mijn hoofd liggen ze namelijk al heerlijk in hun bedje te slapen, maar in de werkelijkheid staan ze nog als dolgeslagen gremlins op mijn bed te springen. Ze negeren alles wat ik zeg, werkelijk geen enkel woord van wat ik zeg komt binnen, alsof ze alleen nog maar in gremlin-taal kunnen praten.

Na tien keer gevraagd te hebben om een pyjama aan te trekken, is er werkelijk nog geen enkele beweging in deze handeling gekomen. Verschillende opvoedboeken en opvoedmethodes zitten daar ergens in mijn hoofd opgeslagen, maar het enige wat ik eruit kan blaten is een ‘Als jullie nu geen pyjama’s aan gaan trekken, ga je meteen naar bed en lees ik geen verhaaltje voor.’

>> Lees ook: beste bedtijden voor kinderen

Als ik ze dan, na een hoop geblèr in hun pyjamaatjes heb gekregen, begint het tandenpoetsdrama. Spelletjes ervan maken, liedjes erbij zingen, ik ken het allemaal en voer deze technieken in het heetst van de strijd (o nee, opvoeden is geen strijd, in het heetst van mijn eigen strijd dan) uit. Maar als kind nummer drie dan ook al stellig met haar kiezen op elkaar, haar tanden laat poetsen, komen de vlammen inmiddels uit mijn oren.

Allemaal naar bed!

Goed, naar bed. Allemaal naar bed. Allemaal in jullie eigen bed graag. In jullie eigen kamer. Na het drie keer vriendelijk gevraagd te hebben, komt er een soort oerkreet uit mijn strot, waarvan ik zelf niet wist dat het er überhaupt uit kon komen. Maar gut, het lijkt te werken. Ze liggen alle drie in hun eigen bed. En op dat moment beland ik in een soort flipperkast en wordt ik van de ene kamer naar de andere kamer gestuiterd.

Kamer 1> Mama, ik moet nog plassen.
Kamer 2> Mama, ik moet je nog iets HEEL belangrijks vertellen!
Kamer 1> Mama, ik wil nog een slokje water.
Kamer 3> Mama, wanneer gaan we avondeten?
Kamer 2> Mama, ik kan niet slapen.
Kamer 2> Mama, ik ben niet moe
Kamer 3> Mama, ik wil nog een slokje water.
Kamer 1> Mama, ik kan niet slapen.

En terwijl ik wanhopig op zoek ga naar het laatste stukje geduld in mijn lijf, stort ik in mijn hoofd mezelf van de trap. Maar de stilte lijkt mijn redding, want slapen ze nou echt? Ja! thank God ze slapen. Wijn.

En dat allemaal voor een schrale 4 uur, want rond 00.15 meldt de eerste zich weer aan bij ons bed.


kinderen naar bed

Afbeelding: Shutterstock

Met je broer of zus

Mijn kinderen konden het altijd erg goed met elkaar vinden. De oudste had de regie en de andere twee volgden de regie braaf op. Ik dacht echt dat ik engeltjes op de wereld had gezet, die elkaar lief hadden tot op het bot en elkaar alles gunden. Meer dan ze zichzelf gunden. Ware broeder- en zusterliefde.  Lees meer

Moeder van een puber

Ik ben een moeder van een puber. Dat werd ik niet zomaar, dat heeft ongeveer een jaar of 12 geduurd. Je zou denken dat ik me dus goed kon voorbereiden, maar als het er eenmaal is dan is het er ook in eens. Ik schepte ooit op dat ik een super makkelijke en vooral brave dochter had en kon me niet voorstellen dat zij net zo een puber zou worden als IK was! Maar niets in minder waar. Dat lieve, verlegen, rustige meisje is uitgegroeid tot een goed gebekte, altijd het laatste woord hebbende, 100% puber. Voordeel van deze puber is dat ze uitslaapt, yes! Dat vroege opstaan is tijdens de pubertijd helemaal voorbij. Slapen schijnt een positief effect te hebben op de hersenen, dus in de weekenden stoor ik haar niet! Maar als ze dan wakker is, ligt ze nog uren lang op bed. Of verplaatst ze zich in het uiterste geval van bed naar bank, waar doctor Tablet en mister iPhone binnen handbereik liggen. Ideaal zou je denken. Maar dat luie gedrag is niet helemaal hoe ik het graag zie.

Rommel is haar middle name. Ik zelf ben ook geen Miep Kraak van de huishouding, maar zelfs ik kan me mateloos storen aan het spoor van jassen, schoenen, kleding, make-up, opladers, de stijltang en niet te vergeten de verpakkingen van alles wat er half liggend naar binnen wordt gewerkt aan consumptie.

Na zo een 30 keer vragen of ze haar kamer opruimt, gaat ze er als een tornado doorheen. ‘Top!’, denk ik dan, ‘Eindelijk!’. Tot ik een kijkje neem en er altijd een berg kleding ligt waar ik me van afvraag waar ze dat in vredesnaam zo snel vandaan heeft getoverd. Wat ze doet met die berg kleding? In-de-wasmand-natuurlijk! Dat ruimt zo lekker op, voor haar. FOUT! Orders van deze moeder, stuk voor stuk bekijken of het daadwerkelijk gedragen is, of dat het tijdens het kleding uitzoeken niet gewoon is neergekwakt. Want ze denkt “dit wil ik niet aan vandaag” en het wordt vervolgens als een zielig vodje op de grond afgedankt. Ik heb wel hobby’s maar “de was doen” staat niet op de kaart.

Kamer-Puber

Ik denk ook dat mijn puber ineens iets heeft onontwikkeld, namelijk het stukje “licht uit doen”. Waar ze gaat of waar ze staat, overal brandt licht. Zelfs als ik denk dat ze nog steeds in de badkamer staat, omdat daar nog licht brand, ligt ze al lang en breed in bed, uiteraard met het licht aan. Het schijnt niet makkelijk om dit op te slaan in haar puberbrein, want als ze ’s ochtends naar school gaat staan alle lichten nog aan waar zij zich heeft bewogen en zelfs de teevee maakt niet genoeg indruk om uit te zetten.

Ik heb al het nodige gelezen over het “puberbrein“, maar nog niet genoeg vrees ik. Dat ze vergeetachtig zijn heeft ook weer zo zijn verklaringen, maar hoe komt het dan toch dat ze NOOIT haar iPhone vergeet!

Mijn puber? I love her

Liefs,
Diana

Het schreeuwen

Afbeelding: Shutterstock

Naar aanleiding van dit blog, heb ik een aantal opmerkingen gekregen over het schreeuwen (en meer, maar daar hebben we het nu niet over). Vandaag reageer ik op het schreeuwen. Want ja, ik schreeuw weleens.

Het is zeven uur ’s ochtends, mijn wekker gaat. Ik geef een stomp op mijn telefoon in de hoop dat deze op snooze springt. De minipeuter naast me, die rond 01.00 bij ons is gekropen, slaat met een afstandsbediening op mijn hoofd. “TV kijken”, roept ze, ik bedoel schreeuwt ze, er bij. Bij mijn voeten voel ik een ander paar voeten van de zesjarige en ik realiseer me dat ik beter maar op kan staan. Ik ben moe, maar ik heb een goed voornemen. Ik begin de dag met een dansje, ik begin de dag met een lach. Een liedje wat ik tot vervelends aan toe van de man geleerd heb. 

Ik strompel naar de badkamer, ik ben echt géén ochtendmens. Maar met een plens koud water word ik dan toch echt wakker. Toch heb ik nog steeds het liefst dat er niemand praat. Maar die kleintjes zijn er nu eenmaal, dus ik accepteer het praten. Zachtjes praten, dat wel.

Op de vroege ochtend kies ik voor gemak, dus ik kleed mijn kleintjes aan, hoewel ze dit eigenlijk best zelf kunnen, maar er gewoon geen zin in hebben. En ja, ook de zesjarige help ik met haar sokken. Die sokken, dat is toch echt een dingetje hoor. Ik moet die sokken met alle beleid bij haar aantrekken, want anders zit ‘ie scheef of erger nog voelt ze een draadje! En dat kan ze niet op een ‘normale’ manier melden, nee dat moet op volume 10 met de ogen dicht geknepen en op een nogal schreeuwerige toon. Ik begin van binnen al een beetje te koken en denk ‘potverdikkie, ik doe ook gewoon mijn best’. En ik weet een kalme ‘Niet zo schreeuwen’ uit te brengen.

We komen beneden. Tijd voor een ontbijtje. De zesjarige wil naast mama zitten. De peuter ook. De minipeuter ook. En ja, ik weet het, overal is een oplossing voor. Om beurten, schema’s wie, wat wanneer. Maar het is niet goed genoeg. Het komt niet aan en de drie kleintjes blèren op volume 10. Ik zou tot tien kunnen tellen, ik zou kunnen denken ‘alles komt goed’. Maar ik verhef mijn stem. Ik verhef mijn stem om ze te vertellen dat ze niet zo moeten schreeuwen.

Tijd om naar school te gaan. Ik begin een kwartier voor vertrek met de mededeling dat we schoenen en jassen aan gaan doen. Het komt niet aan. Ondertussen zie ik het aanrecht vol staan en denk het nog even snel op te ruimen (zie je, het gebeurt uiteindelijk wel). Tijdens dat opruimen roep ik een aantal keer met een lage stem dat ze hun schoenen en jassen aan moeten doen. Ik word wederom compleet genegeerd. Ik ga voor ze staan, ik kijk ze recht in hun oogjes en vraag ze om even te luisteren en hun schoenen en jassen aan te doen. Er wordt door me heen gekeken. ‘Joehoe’ probeer ik nog met een luide stem. Geen reactie.
Er zit niks anders op. ‘SCHOENEN EN JASSEN AAN, NUUUU! tjonge jonge jonge’

Nee, schreeuwen is niet fraai. Schreeuwen is onredelijk, schreeuwen is onmacht, schreeuwen is niet goed te praten. Het liefst schreeuw ik niet, praat ik altijd in de positieve vorm. Straf ik niet, beloon ik alleen maar omdat mijn kleintjes alles naar verwachting doen. Ja, dat zou ik willen, echt. Maar hé, ik ben een mens (geen ochtendmens) en ik leef, ik voel en ik kook soms. Ik heb het beste met mijn kleintjes voor, ik hou van ze en ik plak ze achter het behang.

Wie niet?

De eerste keer naar school

Lief kleintje,

Het is bijna zover en dan word je vier. Dan ben je geen peuter meer maar een kleuter. Dan moet je naar school, de basisschool. De ervaringen met het verlaten van je nest zijn in het verleden, op z’n zachts gezegd, niet echt positief door jou ervaren. Een jaar geleden wist je mij ervan te overtuigen dat een peuterspeelzaal volledig overbodig was. Hoezo, het is leuk om met andere kindjes te spelen? Jij kon toch gewoon thuis spelen met je zusje? En zo geschiedde het, je speelde nog een jaartje thuis. Met je zusje.

Maar nu, lief kleintje, nu is er geen ontkomen meer aan. Binnen een maand word je vier. En kindjes van vier gaan elke dag naar school. Ik weet dat het lastig is om te moeten luisteren naar de juf. En dat het lastig is om op je stoel te blijven zitten, aangezien je bij ons thuis nog geen 10 minuten aan tafel kan blijven zitten. En ik weet ook dat je het er helemaal niet mee eens bent dat je straks je eigen billen moet afvegen, maar je wordt nu eenmaal een grote jongen.

Vandaag heb je mij meerdere malen geprobeerd te overtuigen dat je later eigenlijk toch niks wilt worden. En dat je wel naar school gaat als je groot bent. En dat je niet één nachtje, maar nog heel veel nachtjes wilt slapen voordat je weer naar school gaat. Maar zoals ik al zei, lief kleintje, je wordt een grote jongen.

Blijkbaar heb jij je knop omgezet en het begrip ‘grote jongen’ op je eerste wendag wel heel letterlijk genomen. Je nam de schooltijden nogal flexibel of misschien dacht je dat je inmiddels wel genoeg geleerd had om Spiderman te kunnen worden. Halverwege de ochtend vond je het namelijk wel mooi geweest en ben je hem gesmeerd. Maar, lief kleintje, dat vindt de juf niet zo leuk he!? Die wist namelijk niet dat jij tegenover school woont en de weg naar huis op je duimpje kent.

Dus lief kleintje, als je straks weer gaat wennen in je nieuwe klasje, wil je dan alsjeblieft wachten totdat ik je weer ophaal? Want ik kom echt hoor! En als je dan toch op school bent, leer dan meteen even rekenen, lezen en schrijven zodat je later behalve Spiderman ook dokter, brandweerman of papa-blogger kan worden.

Leer om te beginnen in ieder geval alvast een kwartiertje op je stoel te blijven zitten en zelf je billen af te vegen.

Kusje,
mama

Ik ken een moeder die…

Ik weet het. Het is niet netjes om te oordelen. Maar soms moet je het gewoon even kwijt.

Ik ken namelijk een moeder die haar kleintjes compleet aan het verprutsen is. Ze probeert het telkens wel weer goed te maken, maar ik vraag me af of dat voldoende is.

Ze schreeuwt tegen haar kinderen joh! Het lijkt wel of ze de opperchef van het leger is. En wat doen de kleintjes? Ze doen er net even te lang over om hun schoenen en hun jas aan te trekken. Ze gooien voor de dertig duizendste keer hun glas om. Ze maken net even teveel geluid. Of ze doen gewoon simpelweg net alsof ze hun moeder niet horen. Dat komt waarschijnlijk doordat ze doof zijn geworden van al dat geschreeuw. En zeg nou zelf, als er iemand tegen jou zo zou tetteren, zou je er toch ook niet naar luisteren?

Ook noemt ze een bord kale macaroni een maaltijd. En die kinderen eten het met hun handen, hebben ze nooit van bestek gehoord? Niet biologische komkommer moet de groente voorstellen. En weet je wat ze ook doen? Tussendoor geeft ze haar kleintjes weleens een gevulde koek. Een hele! Weet je hoeveel suiker daarin zit!?

Ze zei laatst tegen haar zoontje dat hij meteen zijn kamer op moest ruimen anders mocht hij nooit meer Super Mario spelen! Nooit meer! Nou geloof me, dezelfde middag zat hij weer glazig naar het springende mannetje te kijken (samen met zijn moeder) en zijn kamer was nog één grote rotzooi! Lekker consequent…

Ze vergat de tanden onder het kussen van haar dochter weg te halen! Weg was de magie van de tandenfee…

Haar dochter moest wel 20 keer vragen of ze naar haar geïmproviseerde dans op Kinderen voor Kinderen wilde kijken. En toen ze na 20 keer vragen “nou een keertje dan” zei, staarde ze naar haar telefoon ipv het optreden! Oke, aan de choreografie valt nog wat te verbeteren, maar ze kan op z’n minst toch even 5 minuten kijken? Ze mag ook al niet naar zoetsappige kinderkoortjes luisteren! Arm kind.

Ze kijkt overigens sowieso net zoveel naar haar telefoon als naar haar kleintjes.

En dat jongste kleintje heeft tot voor kort elke nacht in haar bed geslapen! En ook nog aan de borst! Dat zal niet best zijn geweest voor hun seksleven…

Al die kleintjes kruipen ’s nachts weleens bij die ouders in bed!

En op sommige dagen, dan zitten die kinderen van haar de hele dag, hele dag! in hun pyjama’s.

Na de kerstvakantie was haar dochter niet helemaal fit en toch heeft ze haar naar school gebracht. Alleen maar omdat ze er even geen zin meer in had en vond dat ze niet ziek genoeg was!

Het huishouden is ook echt een zooitje daar! De wasmand is tot een kilometer gevuld, door de ramen kun je amper kijken en het aanrecht staat negen van de tien keer vol met vuile vaat. Van de vorige dag!!

En die trap! Dat ze nog naar beneden en naar boven kunnen. Op elke trede ligt er wel een speeltje of een poststuk.

Als je met dat gezin afspreekt, zijn ze echt altijd te laat.

Laatst vertelde ze mij dat ze wel een weekend of zelfs een WEEK weg wilde zonder de kinderen! Voor vakantie. Ze is een thuisblijfmoeder, ze heeft altijd vakantie!

Zo, nou. Dat moest ik even kwijt hoor!

O ja, die moeder… Dat ben ik!


Afbeelding: Shutterstock