terugbijten

Je kind terugbijten, zo leer je je kind bijten af!

Je kind terugbijten, moet je dat nou wel of niet doen? Als we de opvoed- en de gedragsdeskundigen moeten volgen is het een absolute no-go. Maar als we ervaringen van doodgewone moeders moeten geloven, kan het zomaar een manier zijn om je kind het bijten af te leren.

Ander kindje gebeten

Op een dag was ze het helemaal zat. Al meerdere keren moest ze van de opvang leidsters horen dat haar peuter wéér een ander kindje gebeten had. En toen kwam de dag dat ze zelf ineens de tanden van haar peuter in haar arm had staan. Uit frustratie, uit wanhoop, maar ook uit reflectie beet ze haar kind terug.

Daar is ze dan, de moeder van een peuter die terugbijt.

Hapje uit eigen vlees

Je zou denken dat dit een horrorverhaal is, maar nee, dit is gewoon de realiteit van ouderschap. Soms moet je creatief worden om je kind te laten begrijpen dat bijten geen geaccepteerd gedrag is. En soms betekent dat, dat je je innerlijke krokodil zijn gang moet laten gaan en een hapje moet nemen uit je eigen vlees.

Nu, ik hoor jullie denken, ‘dit is dierenmishandeling!’ Maar laten we eerlijk zijn, als we zouden luisteren naar alle boeken over opvoeding, dan zouden we alleen maar een goed gesprek mogen toestaan als vorm van straf. Of nee, het woord straffen mogen we helemaal niet in de mond nemen! Want stel je voor wat dat met je kleintje zou doen, straf zou hem alleen maar meer beschadigen.

,,…als jij terug bijt, geef je jouw kleintje indirect de boodschap dat iemand fysiek pijn doen dus een normale oplossing is. Wil je als ouder dat signaal afgeven? Aan terugbijten zit geen enkel leereffect”

Loes Waanders, Orthopedagoog, in het AD.nl

Deze orthopedagoog zegt dat het beter is om je kind andere oplossingen te geven als de emoties zo hoog oplopen dat het bijten begint. Oké, dat kun je inderdaad proberen.

,,Zeg bijvoorbeeld dat je ziet dat je kind heel erg boos is, en dat hij de volgende keer dan jou moet roepen. Zeg niet alleen dat bijten niet oké is, maar vertel ook wat je dan liever voor gedrag ziet.”

Terugbijten

Maar in de echte wereld zijn er momenten dat een moeder haar innerlijke Mike Tyson moet laten zien om haar peuter een lesje te leren.

Natuurlijk, dit kan resulteren in een peuter die nog harder bijt omdat hij denkt dat het normaal is, maar het kan ook een peuter zijn die zijn lesje heeft geleerd. En laat dat laatste nou net bij deze moeder met bijtende peuter het resultaat zijn geweest. Alsof hij even moest voelen om het het door te laten dringen.

De krokodil ouder

Dus laten we de moeder die haar peuter een keer terugbijt niet veroordelen, maar haar juist bewonderen voor haar creativiteit en vastberadenheid om haar peuter te leren wat wel en niet acceptabel is. En wie weet, misschien is dit wel het begin van een nieuw stijl in de vele soorten ouderschap; ‘de krokodil moeder’.

Het soort ouderschap dat voorkomt dat kinderen later massaal aan de assertiviteitscursus moeten, waar ze moeten leren van zich af te bijten…


terugbijten

Afbeelding: Shutterstock

Vaders zijn gelukkiger dan moeders

Volgens onderzoek zijn vaders gelukkigere ouders dan moeders. En waarom? Omdat ze meer plezier hebben. Ik kan me daar ook enigszins wel iets bij voorstellen, aangezien het over het algemeen de moeder is die alle rotzooi aan het opruimen is, terwijl vader op de bank een potje Fortnite meespeelt. Maar als er weer iets gegeten moet worden, of het kleine telg krijgt dorst, wordt moeder weer ingeschakeld. ‘MAAAAM, ik heb DOOORST!’ Zie daar de lol maar eens van in. 

Lees meer
pesten kind

Je geeft maar een mep terug!

Het floepte er zo uit voor ik er erg in had. Deze woorden echoën nog in mijn hoofd, een plotselinge ontlading van maandenlang opgekropte frustratie. Mijn advies aan mijn dochter, “Geef haar maar een keer een mep terug!”, was een breuk met alles waar ik in geloofde en haar tot nu toe had geleerd.

Ik zag haar dagelijks figuurlijk worstelen met dat vervelende, pestende meisje. Keer op keer probeerde ik haar te leren negeren, voor zichzelf op te komen, en duidelijk te maken dat zulk gedrag niet acceptabel is. Maar hoe vaak kun je als moeder dezelfde raad geven? “Negeer haar”, “ze is het niet waard”, “ze vraagt alleen maar om aandacht.” Het klinkt zo makkelijk, maar voor een kind is het verre van gemakkelijk.

Slachtoffer en pester

Het breekt je als ouder. Je ziet je kind lijden, je voelt je machteloos. En daar was het dan, dat ene moment van zwakte waarop ik suggereerde terug te slaan. Ik wist dat het fout was, maar de realiteit van het pesten maakte me radeloos.

Wat me opvalt, is hoe snel we geneigd zijn om de focus te leggen op de reactie van het slachtoffer. We proberen het eerst zelf op te lossen, gaan naar de leerkracht, maar wanneer wordt er daadwerkelijk ingegrepen bij de pester zelf? Zijn er genoeg maatregelen tegen het pestgedrag?

Kanjertraining

Ironisch genoeg bevond ik me dezelfde avond op een Kanjertraining avond van de school. Een programma gericht op het bevorderen van vertrouwen, veiligheid, sociale vaardigheden, en het hanteren van oplossingsstrategieën bij pesten. Daar zat ik dan, met mijn ‘goeie’ advies, terwijl het duidelijk werd gemaakt dat terugslaan nooit de oplossing is.

Ik voelde me klein, spijtig. Had ik mijn eigen principes niet moeten vasthouden? “Zeggen dat je het niet leuk vindt, loop ervan weg, ze is het niet waard.” Mijn woorden waren overstemd door mijn diepste moedergevoelens met de wens om zelf die pester eens flink op haar plek te zetten.

En zo blijkt maar weer, niet alleen opgroeien gaat met vallen en opstaan. Het opvoeden ook.


Afbeelding: Shutterstock
2016/2023

hou van jezelf

Hou van jezelf mama! Over hoe een volle tank veel lekkerder en langer rijdt

Zorg goed voor jezelf. En hou van jezelf! Hoe vaak is dat al tegen je gezegd sinds je moeder bent?

Dat moederen, dat doen we allemaal anders. Dat is ook niet zo gek, we zijn namelijk allemaal anders. Iedereen is uniek, althans dat is wat mij altijd verteld werd. Maar tijdens dat moederen leer je bepaalde dingen bij. Dingen over het moederschap, dingen over jezelf.

Dat je bijvoorbeeld talent hebt voor het creëren van wallen, maar je ze ook prima weg kunt werken met een subtiel make-upje. Dat je van schelden geen slechtere moeder wordt. Echt niet, freaking, fucking, echt niet, JA! Dus. Maar ook dat je alle ellende, chaos en frustraties in één klap vergeten kan zijn als je een onschuldig slapend koppie van je eigen nageslacht ziet. Of wanneer je met een wijntje op de bank ploft. Wijn helpt. 

En iets wat ook elke moeder (en vader) zou moeten leren, sommige zijn snelle leerlingen, sommige late leerlingen: tijd voor jezelf. Even weg zijn van je kinderen betekent niet dat je niet van ze houdt. Het betekent dat je ook van jezelf houdt.

Dat dus.

Hou van jezelf!

En toch is het iets waar de meesten van ons heel veel moeite mee lijken te hebben. Moeders zijn gevers. We geven ons lichaam, we geven ons brein, we geven onze ziel en zaligheid aan de kinderen. We doen alles wat er in onze macht ligt om ervoor te zorgen dat de kinderen fysiek, mentaal en emotioneel gezond zijn. We voeden ze niet alleen met voedsel, maar ook met informatie en levenservaring én we geven ze de ruimte om zelf te ontdekken. Om zichzelf te zijn, hun eigen unieke ik. We geven dingen op, zodat zij het wel kunnen hebben. We laten dingen, zodat zij het wel kunnen doen.

“Als de kleintjes het maar leuk en goed hebben, dan heb ik het ook leuk en goed”. En het is waar, soms is dat voldoende.

Maar soms verlies je je zelf weleens in de wereld van het moederschap en vergeet je dat je er ook nog bent. Je vergeet dat je zelf ook nog verlangens, wensen en behoeftes hebt.

Zorg voor je lichaam 

Natuurlijk ben je genoeg in beweging, want je rent van hot naar her. Maar meestal ga je niet in een spijkerbroek naar de sportschool. Neem de tijd voor je beweging. Eet gezond. Laat je je kinderen een lunch overslaan omdat je die simpelweg vergeet klaar te maken? Neem de tijd om te eten. Neem de tijd voor dat kopje koffie. Neem de tijd om te douchen, je haren te kammen en what the heck, lak die nagels! Neem de tijd voor je lichaam.

Zorg voor je brein

Lees een boek, informatie die je interessant vindt, of gewoon vermakelijk leesvoer. Gun jezelf de tijd. Zet die kinderliedjes uit en je eigen muziek aan. Nu luisteren ze maar even naar wat jij horen wil. Negeer de puinhoop en kijk een serie of een interessante documentaire. Voed je brein met info die jij leuk en interessant vindt.

Zorg voor je ziel en zaligheid

Want hoe kun je je ziel en zaligheid geven, als je niks te bieden hebt? Doe dingen waar je blij van wordt. Natuurlijk, je wordt blij van je kinderen. Maar waar word jij nog meer blij van? Breien? Bergen beklimmen? Uit met vriendinnen? Doe dingen waar jij als persoon blij van wordt, niet jij als moeder.

Wees trots op jezelf. Wees trots op je moederschap. Wees trots.

“Mama, mama, mama!”

Mama, je moet dit. Mama je moet dat. Hoeveel moeders rijden er wel niet op een lege tank? Soms heb je even nieuwe benzine nodig, dan moet je even tanken. Maar dat tanken lijkt zoveel werk, zo’n opgave. Soms geef je zelfs de sleutels aan de man, ‘hier tank jij alsjeblieft even voor mij’.

Een volle tank rijdt veel lekkerder. En langer!

Om je kinderen goed te kunnen verzorgen, je lichaam, je brein en je ziel en zaligheid te kunnen geven, heb je energie nodig. Een volle tank. Even tanken betekent niet dat je niet van je kinderen houdt. Het betekent dat je ook van jezelf houdt.

Hou van je kinderen.

Hou ook van jezelf.


hou van jezelf

Afbeelding: Shutterstock

Wat ik zou kunnen doen voor een spik en span huishouden

“Een inbreker komt bij jullie niet verder dan het halletje, want daar breekt ‘ie zijn nek al over de schoenen” en “Als er een ramp uitbreekt hebben jullie genoeg voorraad klaarliggen. Tussen de kussens van de bank.” Dat is wat er onder andere over ons huishouden opgemerkt wordt. Of ik dat erg vind? Welnee, er zijn namelijk wel een aantal dingen die ik zou kunnen veranderen aan ons huishouden om het spik en span te houden.

Voor een spik en span huishouden

Ik zou namelijk al het speelgoed weg kunnen donderen, aangezien het werkelijk overal in huis rondslingert en er met het grootste deel amper gespeeld wordt. Dat scheelt om te beginnen al een heel wat opruimwerk.

Ik zou het speelgoed ook constant achter de kont van mijn kinderen aan kunnen opruimen. Ik zou het ze ook zelf kunnen leren opruimen. (Yeah right!)

Ik zou mijn kinderen geen eten meer kunnen geven dat kruimelt. Koekjes, brood met hagelslag of vlokken, crackers kunnen achter slot en grendel blijven. Chocola, vla en spinazie kan ik ook beter niet meer geven. Het beste kan ik de kleintjes (en de man) aan een sonde hangen. Gegarandeerd geen geknoei meer.

Ik zou elke 20 minuten kunnen stofzuigen.

Ik zou de hond met zijn haren, gekwijl en gepis (ja dat zindelijk worden is nog een dingetje) weg kunnen doen.

Ik zou de man weg kunnen doen. Verder geen commentaar.

Ik zou alle vriendjes en vriendinnetjes van mijn kleintjes kunnen weigeren. Scheelt een hoop stront uit de wc-pot wegpoetsen, scheelt extra koekkruimels wegzuigen en het scheelt weer een paar extra schoenen in het halletje (voor een paar uur dan).

Ik zou een buitenverbod voor mijn kleintjes kunnen opleggen, zodat ze nooit meer met modder op hun kleren of hondenpoep aan hun schoenen het huis vervuilen.

Ik zou elke dag meerdere wasjes kunnen opvouwen. Twee keer per dag de vingers en de tongen van de ramen kunnen lappen. Elk uur de afwas kunnen doen en elke 13 minuten de schoenenkast kunnen herinrichten.

Ik zou alle knutsel en tekenspullen van de kleintjes kunnen wegmieteren.

Ik zou het allemaal kunnen doen.

Huishouden is een puinhoop

Nee, ik weet het. Mijn huishouden is een puinhoop. Er wordt geleefd, gespeeld, geschreeuwd, gedanst, geknutseld, gegeten, gelachen, gehuild, er worden herinneringen gemaakt en heel af en toe wordt er opgeruimd. Dan is het schoon en netjes. Voor heel even. En dan begint het riedeltje weer opnieuw.


spik en span huishouden

Afbeelding: Shutterstock

Moeder van drie, deel 2

Ik ben een moeder van drie. En ik vind het heerlijk. Soms. Soms ook niet. Soms kijk ik met enige jaloezie naar een moeder van één. Hoe heerlijk rustig en makkelijk alles gaat. En ik grinnik als ik de moeders van één hoor klagen over hoe zwaar en vermoeiend een kleintje is. Begrijp me niet verkeerd. Het opvoeden van een kleintje is ook zwaar en vermoeiend. Ik kan het me nog goed herinneren…

Als je je eerste kleintje krijgt, voel je jezelf de zon. Alles draait om jou en je kleintje. Het voelt alsof jij de eerste op de hele aardbol bent die zo een wonderlijk wezentje op de wereld hebt gezet. Nog nooit was er eerder zo een mooi kindje geboren en het is wonderlijk hoe snel jouw kleintje zich ontwikkelt en voorloopt op alle andere kleintjes. Dit kleintje is zo getalenteerd dat het geheid een plekje gaat veroveren in het Guinness Book of Records en zo niet dan komt ze minstens in aanmerking voor een Nobelprijs.

Dit kleintje zal opgroeien met alleen maar speelgoed gemaakt van natuurlijke materialen. Schreeuwerige kleuren komen er niet in. Net als de televisie. Ze slaapt na drie weken al door. In haar eigen kamer! Er wordt nauwkeurig bijgehouden hoelang er op elke kant van het hoofdje geslapen wordt, want een plat hoofd past niet bij jouw perfecte baby. De borstvoeding gaat met regelmaat en zo nodig drinkt het keurig uit een flesje. Speentjes zijn echt alleen voor pure noodzaak en alleen als ze minimaal 10 minuten zijn uitgekookt, twee keer per dag. Voor het eerste hapje is er uren in de keuken gestaan (best knap met gepureerde wortel als uitkomst) en het liefst met een speciale baby-keukenmachine dat kookt, stoomt, bevriest en allemaal met behoud van de vitamines. En jouw kleintje krijgt tot zijn vierde geen zoetigheid, chips en dat soort rotzooi.

En ja, ook de mensen om je heen zijn duidelijk verwonderd over het wonderkind van jou. In de kraamweek vallen er stapels kaartjes op je mat en er wordt minimaal één keer per dag aangebeld door de pakketbezorger. De eerste verjaardag van je kleintje moet groots gevierd worden en iedereen, maar dan ook iedereen moet dat weten en meevieren.

En dan komt nummer twee. Je hebt het perfecte plaatje voor je van het perfecte gezinnetje. Een tweede. Een broertje of zusje voor je kleintje. Altijd iemand om mee te spelen. En vergeet het shirt met ‘ik word grote broer’ of ‘ik word grote zus’ niet. En oh ja, ook zo een tweede kindje is bijzonder. Toch wil iedereen grondig de overeenkomsten met je andere kind bestuderen. Lijkt ‘ie nou wel of niet op zijn broer/zus?
Maar je raadt het al de stapel kaartjes zijn gehalveerd en het aanbellen door de pakketbezorger ook.

Je komt er achter dat deze baby de eerste maanden ook veel slaapt. Maar je komt er ook achter dat je inmiddels peuter dat niet meer doet en aandacht wil. Van jou. Heel veel.

Als je kleintjes wat groter worden maken ze opeens ruzie. Om het speelgoed met die lelijke schreeuwerige kleuren dat toch je huis binnen gekomen is. Je zet je kleintjes zo nu en dan voor de tv. Je heb dat half uurtje gewoon even nodig. Gewoon om te ademen. En om je wijntje te drinken. Je tweede slaapt veel op jouw kamer. Uit voorzorg, zodat het ’s nachts je peuter niet wakker huilt. Dat is wel het laatste waar je op zit te wachten: twee wakkere kleintjes in de nacht. Slaapt hij nou weer op rechts? Je laat het voor wat het is. Zolang hij maar slaapt. Je besluit om voor dit kleintje iets minder uitgebreid in de keuken te staan. Gewoon een wortel koken en dan in de hakmolen voldoet ook.

En terwijl de helft van de mensheid je voor gek verklaart, komt nummer drie. Een dotje, een bonus, dit wordt er één waar je volop van gaat genieten, want bij je andere twee ging het allemaal zo snel. Je hebt geen zin in alle rompslomp en aandacht van de buitenwereld. Je wil gewoon lekker genieten van je kleintje en je gezinnetje. Wat blijkt? De buitenwereld zit daar ook niet op te wachten, want de stapel kaarten wordt nogmaals gehalveerd en naar de deur hoef je niet meer te lopen, want er wordt niet aangebeld.

Tijdens je zwangerschap heb je al geleerd hoe je moet slapen met je ogen open. Dit blijkt na de bevalling ook een erg nuttige techniek. Deze baby slaapt ook al snel door. In jouw bed. Hangend aan je tiet. Voornamelijk op rechts want op links dondert ze uit je bed. Dat wil je graag voorkomen. En hangt deze baby niet aan je tiet, dan heeft het een speen in haar mond. Zolang er maar geen oorverdovend geluid uit komt. Voor het eerste hapje wordt er een potje opengetrokken. In groente koken steek je geen moeite meer, als er toch niet van gegeten wordt…

Tegen de tijd dat dit kleintje een half jaar is, heeft ze het eerste seizoen Dora al uitgekeken. Al het natuurlijke speelgoed is inmiddels beschimmeld omdat er in jaren niet naar omgekeken is. Het is dat lelijk schreeuwerig gekleurde speelgoed wat ze willen en het liefst ook dat met het meest irritante geluidje. Wat ze tachtigduizend keer weten af te spelen.

Dit derde kleintje zuigt het laatste beetje energie uit je.

Maar vult je weer met liefde, net als je andere kleintjes. En je realiseert je dat je, ondanks de chaos, slaapgebrek, herrie, overmatig alcohol gebruik en frustratie, een gelukkig mens bent.

Dat is ongeveer het verhaal van een ‘moeder van drie’.

Lees hier: Moeder van drie, deel 1


Afbeelding drie kinderen: Shutterstock

Moeder van drie, deel 1

Ik ben een moeder van drie. Ik heb drie kleintjes gebaard. Ik heb drie keer zwanger mogen zijn en ik heb drie keer mogen bevallen. Ik vond het fantastisch. Eindelijk was mijn buik strak. Eindelijk kon ik dag in dag uit jurkjes met leggings dragen zonder mijn buik in te hoeven houden. En ik heb drie keer gekriebel en getrappel in mijn buik mogen voelen. Wat een voorrecht.

Toch is er behoorlijk wat verschil in zwanger zijn van je eerste, tweede en derde.

Als je er net achter komt dat je zwanger bent van je eerste, heb je het idee dat je als enige op de aardbol rondloopt met een klein mormeltje in de buik. Zoiets bijzonders heeft voor je gevoel nog nooit iemand meegemaakt. Na een aantal weken denk je dat je het voor de buitenwereld echt niet meer verborgen kunt houden, want die buik van je puilt uit. En op het moment dat je het grote nieuws bekend gaat maken, denk je dat je zulk bijzonder nieuws de wereld inbrengt, alsof je een nieuw soort wezen wat nog nooit eerder bestaan heeft op de wereld gaat zetten. Begrijp me niet verkeerd, ik vind ieder kleintje uniek. Maar je zult ondervinden, uiteindelijk zijn ze allemaal hetzelfde. 

En zo werd bij de eerste alles nieuw gekocht. The sky was the limit (en het saldo op de bankrekening), maar binnen ons budget moesten wij het beste van het beste hebben voor ons kleintje! Als zij geboren zou worden, zou ze in een prachtig kamertje komen. Met subtiele glittertjes op de muur, design muurstickers en de prachtigste dekentjes en accessoires. Ook op de wandelwagen werd niet bezuinigd. Er zaten nog net geen velgen onder, maar een beetje fraai erbij lopen was toch wel een must.

En dan die rust die je bij de eerste had. Je kon een dutje doen wanneer en waar je maar wilde. Je kon elke nacht doorslapen en kon je dat niet, dan kon je in ieder geval nog blijven liggen.

Mensen zijn enthousiast, geven je de best bedoelde adviezen en leven met je mee. Zo erg zelfs dat ze erg graag de vreselijkste horrorbevallingen met je bespreken. Maar het doet je niks, want zo zal dat niet bij jou gaan. Bij jou gaat alles zennnn.

Alle kleertjes en hydrofiele doeken worden twee keer gewassen. De hydrofiele doeken worden gestreken…

Als je zwanger bent van je tweede is er een dreumes of een peuter waar alles om draait. Je wilt het graag nog even geheim houden en genieten van jullie ‘geheimpje’. Je vergelijkt alles met je eerste zwangerschap en je komt er achter dat je buik bij de eerste zwangerschap helemaal niet zo snel groeide als je dacht. Je dutje doe je tegelijk met de dreumes/peuter die je zo lang mogelijk het middagslaapje laat doen.

Nu wordt ook alles weer nieuw gekocht. Maar dan voor de dreumes/peuter die naar een junior bed gaat. Er moet gekeken worden naar de kamerindeling, wie slaapt waar? De baby krijgt de kleinste kamer, want de dreumes/peuter heeft ruimte nodig om te spelen. De wandelwagen wordt opgepoetst en er komen wat nieuwe lakentjes en dekentjes bij.

Mensen vinden het leuk dat je kleintje een broertje of zusje krijgt. Ze hopen voor jou dat het van het andere geslacht is, want dan ben je klaar. Over een bevalling beginnen ze niet, want na jouw eigen horrorbevalling van de eerste durven ze niks meer te zeggen. Uit veiligheidsoverwegingen besluit je dan ook, of eigenlijk is er besloten, dat je in het ziekenhuis bevalt.

Als je zwanger bent van de derde lopen er een kleuter en een peuter/dreumes rond. En als je pech hebt rennen, schreeuwen en vliegen ze rond. Het is bijna leuk om mensen met het nieuws dat er een derde komt te shockeren. Je hebt geen tijd om je zwangerschap met je eerste en tweede te vergelijken. Wel kom je er achter dat je buik nóg sneller kan groeien dan bij een eerste en een tweede. Rond de twintig weken gaan mensen vragen of je al bijna bevallen ‘mag’. Als je ze dan teleurstelt met de mededeling dat je net op de helft bent, komt de welbekende vraag: “weet je zeker dat het er geen twee zijn?”

Weer moet er van alles aangeschaft worden. Dit keer wordt er een beroep gedaan op marktplaats en je vraagt je serieus af wat je bij de eerste toch bezielde? Inmiddels heb je geleerd om ‘powernaps’ met je ogen open te doen. Je weet je buik te gebruiken als derde hand. En het volume wat uit je mond komt, gaat elke week een decibel omhoog. De kleertjes worden afgestoft en in de kast gelegd en de hydrofiele luiers worden tussen de schone was vandaan getrokken.

Mensen durven je geen advies meer te geven. Ze gaan ervan uit dat het een ongelukje is en als ze erachter komen dat het toch best gepland was, verklaren ze je voor gek. Ook kunnen ze het niet laten om nog even te vragen of je na deze dan toch een keer klaar bent. Bevallen mag alleen nog maar onder begeleiding van een hooggeleerde gynaecoloog. Wat achteraf dan weer onzin blijkt te zijn omdat de derde er zo uitploept.

Benieuwd naar deel 2?


Afbeelding drie kinderen: Shutterstock

Ik ben dus die servetten ouder…

Ik kwam van de week een artikel tegen over de do’s en don’ts bij het kerstdiner van school. De do’s en don’ts kwamen van de meesters en juffen en ik dacht meteen, ah dat is handig! Tips vanuit het front zijn natuurlijk altijd welkom. Maar al snel kwam ik er achter dat ik ‘dat moeder zijn’ weer eens helemaal verkeerd begreep…

Kerstdiner = avondeten

Het begon al met het belerende zinnetje ’tijdens een kerstdiner eten we avondeten’. Het wijsvingertje bleef bij ieder idee dat in me op kwam maar heen en weer gaan in mijn hoofd. Roomsoesjes, dat vinden de kinderen lekker! Of een zak nacho’s, mijn kind wordt daar blij van. Maar nee, volgens deze juf zijn ik citeer; ‘roze koeken, een zak chips of een fles Fanta zijn geen dingen om mee te geven naar een etentje op school…”

Bummer! Daar gaan mijn creatieve ideeën.

En zo gingen de don’ts nog wel even door. Geen heel stokbrood, want wie gaat dat snijden? Geen chocoladefondue of een airfryer. Maar waarom niet eigenlijk? Dat is toch een droom kerstdiner voor kinderen?

Halverwege het artikel kwam ik tot de conclusie dat ik het beste maar gewoon een pakje servetten aan mijn kind kon meegeven. Wel zo veilig.

Maar toen las ik meester Luc zijn don’ts…

“Je hebt elk jaar wel de servetten-ouder ertussen zitten. Die het voor elkaar krijgt om er makkelijk vanaf te komen, met een pak servetten dus.”

Meester Luc uit Amsterdam

De keuze voor servetten staat dus gelijk aan ‘er makkelijk vanaf komen’. Jaja. Ik voelde me toch een beetje aangesproken, want ja… je raadt het natuurlijk al. Ik gaf namelijk mijn kind servetten mee als inbreng voor het kerstdiner. Maar heel lang voel ik me er niet lullig over, want meester Luc en ik liggen sowieso niet erg op één lijn… Hij bedankt namelijk de afwasouder omdat het een een ondankbare taak is om alle overgebleven vaat te moeten afwassen, en hij vindt het zo fijn voor de leerkracht om daar hulp bij te krijgen.

Afwasouder? Hoe verzinnen ze het!? Hier begrijpt de meester het toch even verkeerd. Volgend jaar geef ik niet alleen servetten aan mijn kind mee, maar ook een stapel wegwerp servies. En of ik er makkelijk vanaf ga komen.

Lieve dochters, wat jullie weten moeten

Afbeelding: Shutterstock

Er is al veel geschreven over jongens. Over zonen. Hoe het als moeder is om het andere geslacht te moeten opvoeden, iets bij te brengen en misschien zelfs adviezen te geven. En dat is niet altijd gemakkelijk, simpelweg omdat er gewoonweg weleens teveel rondslingerende piemels, scheten en ongecontroleerde karatebewegingen zijn.

Ze worden snel groot

Maar ik heb ook dochters. En, hoe cliché, ze worden veel te snel groot. Het liefst zou ik ze in een potje willen stoppen en veilig op een plankje willen zetten. Of aan hun staartje willen trekken en dat dan de tijd plots voor even bevriest. Bijvoorbeeld dat moment dat ze voor het eerst haar eigen popje een lepel in haar mond cq. neus duwt. Of het moment dat ze in haar ene hand een verlept bloemetje stevig vastknijpt en met haar andere hand haar elastiekjes uit haar haren trekt.

Sterke, zelfverzekerde en gelukkige vrouwen

Maar ja, de tijd gaat voorbij en ook dochters groeien door. Het liefst zie ik mijn dochters sterke, zelfverzekerde en gelukkige vrouwen worden. En het is moeilijk om te beseffen dat ik daar niet de volledige controle in zal hebben. Uiteindelijk zullen ze het zelf moeten doen. 

Lees meer