slaapzak

Slaapproblemen in de winter: wat is normaal bij baby’s en peuters?

Veel ouders merken het zodra de dagen korter worden: hun baby slaapt onrustiger, hun peuter wordt vaker wakker of bedtijd verloopt ineens stroever dan in de zomer. Je bent niet de enige. Slaapproblemen in de winter bij baby’s en peuters komen heel vaak voor – en meestal is het helemaal normaal.

In deze blog lees je:

  • waarom slaap in de winter verandert
  • wat je mag verwachten per leeftijd
  • én hoe je je kind kunt helpen om rustiger te slapen

Waarom slapen baby’s en peuters anders in de winter?

De winter heeft veel invloed op het biologische ritme van jonge kinderen. Licht is daarin de grootste factor. Minder daglicht betekent dat het lichaam meer melatonine (het slaaphormoon) aanmaakt, maar dat gebeurt niet altijd op de juiste momenten.

Daar komt bij:

  • meer tijd binnen
  • minder beweging
  • meer prikkels in huis
  • drukke feestdagen
  • veranderingen in het dagritme

Voor een baby of peuter, wiens zenuwstelsel nog volop in ontwikkeling is, kan dit al snel zorgen voor meer spanning en onrust – en dat zie je terug in het slapen.

Wat is normaal in de winter?

Veel ouders maken zich zorgen als hun kind ineens:

  • vaker wakker wordt
  • moeilijker inslaapt
  • onrustig slaapt
  • vroeger wakker wordt

Maar in de winter is dat vaak een tijdelijke aanpassing van het lichaam.

Bij baby’s zie je vaak:

  • langere tijd nodig om in slaap te vallen
  • meer behoefte aan nabijheid
  • vaker ’s avonds huilen
  • kortere slaapjes overdag

Bij peuters:

  • verzet tegen bedtijd
  • vaker uit bed komen
  • nachtmerries
  • vroeg wakker worden

Dit betekent niet dat er iets ‘mis’ is met je kind. Het betekent meestal dat het zenuwstelsel moeite heeft om tot ontspanning te komen.

De rol van overprikkeling

In de winter zijn we veel meer binnen. Dat betekent:

  • kunstlicht
  • geluiden
  • speelgoed
  • schermen
  • drukke omgevingen

Al deze prikkels stapelen zich op in het lichaam van je kind. Als die spanning overdag niet voldoende wordt ontladen, komt dat er ’s avonds uit. Dan zie je bijvoorbeeld dat je baby huilt ’s avonds of dat een peuter ineens heel druk wordt rond bedtijd.

Daarover lees je meer in dit artikel: baby huilt ’s avonds

Waarom bedtijd in de winter lastiger is

In de zomer helpt het daglicht het lichaam om wakker te blijven en daarna natuurlijk moe te worden. In de winter is dat ritme verstoord. Veel kinderen zijn:

  • overdag wat suf
  • aan het eind van de middag juist overactief

Dat verklaart waarom bedtijd soms voelt als een strijd. Wat helpt is geen strenger schema, maar meer rust en voorspelbaarheid.

Hoe kun je je kind helpen beter te slapen?

1. Zorg voor een rustig einde van de dag

Begin op tijd met vertragen:

  • geen druk spel vlak voor bed
  • geen schermen
  • dim het licht
  • rustige stem

Je helpt het lichaam zo om melatonine aan te maken.

2. Maak bedtijd voorspelbaar

Een vast ritueel geeft veiligheid:

  • pyjama
  • tandenpoetsen
  • verhaaltje
  • liedje
  • knuffel

Voor inspiratie zijn bedtijd verhaaltjes heel helpend. Ze helpen kinderen om hun hoofd leeg te maken en de dag los te laten.

3. Blijf dichtbij als dat nodig is

Veel kinderen hebben in de winter meer behoefte aan nabijheid. Dat is geen slechte gewoonte, maar een ontwikkelingsfase.

Soms is even bij je kind liggen tot hij of zij slaapt precies wat nodig is om spanning los te laten. Daarover lees je meer hier: Even bij ze liggen tot ze slapen. Nabijheid helpt het zenuwstelsel om tot rust te komen.

4. Kijk naar de dag

Slaapproblemen beginnen vaak niet in de nacht, maar overdag. Vraag jezelf af:

  • is er genoeg buitenlucht geweest?
  • genoeg beweging?
  • genoeg rustige momenten?

Een goed opgebouwde dag zorgt voor betere nachten.

Wanneer moet je je zorgen maken?

In de meeste gevallen zijn winterse slaapproblemen tijdelijk. Ze horen bij groei, ontwikkeling en aanpassing aan het seizoen.

Neem contact op met een professional als:

  • je kind structureel extreem weinig slaapt
  • er veel angst of paniek is
  • je het gevoel hebt dat er iets niet klopt

Maar voor het grootste deel geldt: onrustige nachten in de winter zijn normaal.

Tot slot

Je kind doet het niet moeilijk.
Je kind hééft het moeilijk.

Slaapproblemen in de winter zijn vaak een signaal van een lichaam dat extra behoefte heeft aan rust, nabijheid en voorspelbaarheid. Door te vertragen, te verbinden en te kijken naar de dag als geheel, help je je baby of peuter weer richting ontspanning.

En die rustige nachten? Die komen wel weer!


Uitgelichte afbeelding: Shutterstock

huilbaby wanneer stopt het

Van prikkels naar ontspanning, zo help je je baby ontladen

Je baby huilt, is onrustig of lijkt maar niet tot rust te komen. Terwijl je alles al hebt gecheckt: voeding, een schone luier, slaap. Toch blijft die spanning voelbaar. Grote kans dat je baby behoefte heeft om te ontladen.

Een baby ontladen betekent niet dat er iets mis is. Integendeel: het is een heel normaal en gezond proces. In deze blog lees je wat baby ontladen is, hoe je herkent dat je baby overprikkeld is en vooral: hoe jij je baby kunt helpen om van prikkels naar ontspanning te gaan.

Wat betekent een baby ontladen?

Een baby ontladen is het proces waarbij je baby opgebouwde spanning en prikkels loslaat. Baby’s maken dagelijks ontzettend veel indrukken mee: geluiden, licht, beweging, aanrakingen, gezichten en emoties. Hun zenuwstelsel is nog volop in ontwikkeling en kan deze prikkels nog niet goed filteren.

Wat voor ons normaal voelt, kan voor een baby al snel te veel zijn.

Ontladen gebeurt vaak door:

  • huilen
  • bewegen (armen en benen zwaaien)
  • wegkijken of juist nabijheid zoeken
  • onrustig slapen

Dit gedrag is geen teken van ‘lastig zijn’, maar een signaal dat je baby ondersteuning nodig heeft om spanning los te laten.

Hoe raakt een baby overprikkeld?

Overprikkeling ontstaat sneller dan je denkt. Denk aan:

  • een drukke dag met bezoek
  • een wandeling met veel geluiden en beweging
  • felle lampen of constant achtergrondgeluid
  • veel wisselingen in houdingen of handen

Ook positieve gebeurtenissen, zoals knuffels of nieuwe ervaringen, kunnen voor een baby prikkelend zijn. Het zenuwstelsel van je baby slaat deze prikkels op en heeft daarna tijd en veiligheid nodig om te herstellen.

Wanneer dat niet lukt, zie je vaak dat een baby moeite heeft met ontspannen of inslapen.

Signalen dat je baby wil ontladen

Elke baby is anders, maar veelvoorkomende signalen zijn:

  • onverklaarbaar huilen
  • overstrekken van het lichaam
  • druk bewegen met armen en benen
  • wegdraaien van het hoofd
  • slecht of kort slapen
  • onrust tijdens voedingen

Belangrijk om te weten: huilen is een vorm van ontladen. Het is één van de weinige manieren waarop een baby spanning kan loslaten.

Baby ontladen begint bij veiligheid

De basis voor een baby om te kunnen ontladen is veiligheid. Je baby moet zich gedragen, gezien en ondersteund voelen. Dat betekent niet dat je het huilen meteen hoeft te stoppen, maar wel dat je er emotioneel beschikbaar bent.

Wat helpt:

  • Rustig bij je baby blijven
  • Zacht praten of hummen
  • Je baby ondersteunen met je handen of armen
  • Zelf rustig ademen

Je baby voelt jouw spanning. Hoe kalmer jij bent, hoe makkelijker je baby kan ontspannen.

Praktische manieren om je baby te helpen ontladen

1. Vertraag bewust

Langzaam bewegen helpt het zenuwstelsel tot rust te komen. Denk aan:

  • rustig optillen
  • langzame verzorgingsmomenten
  • niet ‘even snel’ verschonen

Deze voorspelbaarheid geeft je baby houvast en veiligheid.

2. Creëer een prikkelarme omgeving

Wil je je baby helpen ontladen? Kijk dan eens kritisch naar de omgeving:

  • dim het licht
  • zet achtergrondgeluid uit
  • vermijd druk speelgoed
  • kies voor rustige kleuren

Minder prikkels = minder spanning.

3. Lichamelijke nabijheid

Huid-op-huid contact of rustig dragen kan enorm helpen bij het ontladen van een baby. Je baby kan zijn spanning als het ware bij jou “afgeven”.

Let op: sommige baby’s willen juist niet te veel beweging tijdens het ontladen. Observeer wat jouw baby nodig heeft.

4. Laat emoties toe

Probeer huilen niet altijd meteen te onderbreken. Soms heeft een baby ruimte nodig om spanning te uiten, mét jouw nabijheid.

Zinnen die je (zacht) kunt gebruiken:

  • “Ik ben bij je.”
  • “Je mag huilen.”
  • “Ik help je.”

Dit geeft je baby vertrouwen en helpt bij emotionele regulatie.

5. Gebruik verzorgingsmomenten bewust

Verschonen, aankleden en badderen zijn perfecte momenten om je baby te helpen ontladen. Door hier:

  • aandachtig
  • rustig
  • voorspelbaar

mee om te gaan, help je het lichaam en zenuwstelsel ontspannen.

Baby ontladen en slapen

Veel ouders merken dat hun baby vooral voor het slapen onrustig is. Dat is logisch: de dag aan prikkels moet nog verwerkt worden. Een baby die niet goed kan ontladen, heeft vaak moeite met inslapen of doorslapen.

Een vast, rustig ritueel helpt:

  • dezelfde volgorde
  • weinig prikkels
  • rustige overgang naar slaap

Zo geef je je baby de kans om spanning los te laten vóór het slapen.

Vertrouw op je baby (en op jezelf)

Een baby weet instinctief wat hij nodig heeft om te ontladen. Het enige wat jij hoeft te doen, is luisteren, observeren en aanwezig zijn.

Je hoeft je baby niet te ‘fixen’.
Je hoeft het huilen niet altijd op te lossen.
Je hoeft alleen maar veiligheid te bieden.

Van daaruit volgt ontspanning vanzelf 💛

Tot slot

Baby ontladen is geen probleem dat opgelost moet worden, maar een proces dat begeleid mag worden. Door te vertragen, prikkels te verminderen en écht aanwezig te zijn, help je je baby van spanning naar rust.

Wil je meer leren over interactie met je baby? Doe dan onze training ‘Interactie met je baby’.


Uitgelichte afbeelding: Shutterstock

kerst namen

Eerste kerst met je baby: zo maak je het ontspannen

Je eerste kerst met je baby… wat een bijzonder moment! Maar laten we eerlijk zijn: het kan óók een tikkeltje overweldigend zijn. Ineens heb je feestdagen vol familiebezoek, kerstmenu’s, cadeautjes én een baby die niets geeft om dagschema’s of plannen.

Gelukkig hoeft de decembermaand helemaal niet chaotisch te zijn. Met een paar simpele tips kun je jullie eerste kerst juist heerlijk ontspannen en knus maken.

1. Houd het klein. Echt, dat mag

Veel ouders voelen de druk om alles “groots” te doen: uitgebreid gourmetten, langs alle opa’s en oma’s, perfecte outfits, perfecte foto’s…
Maar jouw baby kent geen kerststress. Die heeft alleen jou nodig.

Kies daarom bewust voor een klein programma, zoals:

  • één familiebezoek per dag (en soms zelfs dat niet)
  • thuis blijven en iedereen bij jullie laten komen
  • een “kom-wanneer-je-wilt”-opzet zonder vaste tijd

Hoe kleiner jij het houdt, hoe groter de kans dat iedereen geniet.

2. Plan om de ritmes heen (voor zover dat lukt)

Baby’s houden van voorspelbaarheid. Zelfs tijdens kerst. Probeer daarom zoveel mogelijk rekening te houden met slaaptijdjes en voeden.

Een paar handige tips:

  • Laat je baby slapen in een aparte kamer als jullie op bezoek zijn
  • Leg voedingen niet vast aan schema’s, maar volg je baby
  • Zorg dat je altijd een rustige plek hebt waar je even kunt terugtrekken

Je hoeft met een baby niet overal bij te zijn en iedereen zal dat begrijpen.

3. Comfortabele kerstoutfits zijn je beste vriend

Die prachtige glitterjurk of dat minipakje? Leuk voor een foto, maar misschien niet praktisch voor de hele dag.

Ga voor:

  • zachte stoffen
  • outfits zonder kriebelige randjes
  • laagjes, zodat je makkelijk kunt aanpassen aan warme of koude ruimtes

Korte fotosessie in de glitter → daarna lekker in een romper. Helemaal oké.

4. Maak foto’s, maar leef niet voor de foto

Iedereen wil een perfecte kerstfoto van de baby, maar probeer het spontaan te houden. Baby’s gaan zelden precies zitten of lachen wanneer je wilt, en dat hoeft ook niet!

De mooiste foto’s zijn vaak:

  • wanneer je baby speelt met een kerstbal
  • wanneer jullie samen kruipen tussen het cadeaupapier
  • wanneer je baby lekker in slaap valt op je schouder

Ontspannen ouders = ontspannen foto’s.

5. Houd cadeautjes simpel

Baby’s onthouden geen dure cadeaus. Ze spelen soms liever met het inpakpapier dan met het speelgoed.

Kleine cadeautips:

  • een bijtring of rammelaar
  • een stoffen boekje
  • een mooie kerstbal voor later
  • iets praktisch zoals kleertjes of een slaapzak

Je hoeft echt niet groots uit te pakken.

6. Laat verwachtingen los

Misschien had je voor ogen dat je baby vrolijk zou kraaien tijdens het kerstdiner… maar in werkelijkheid wil hij misschien alleen maar slapen of huilen.

Dat is oké.

Je eerste kerst met een baby is vooral een nieuw ritme vinden. Niets hoeft perfect.

7. Bouw je eigen kersttradities op

Juist nu je zelf een gezin bent, is dit hét moment om kleine tradities te beginnen. Denk aan:

  • elk jaar een nieuwe kerstbal kopen
  • samen een kerstverhaal voorlezen
  • een foto voor de kerstboom
  • een winterse wandeling
  • kerstpyjama’s aan en onder een dekentje kerstliedjes luisteren

Tradities hoeven helemaal niet groot te zijn, als ze maar van jullie zijn.

8. Kies voor activiteiten die weinig inspanning vragen

Je hoeft niet de hele dag aan te staan. Een paar inspiratie-ideeën:

  • samen lichtjes kijken tijdens een avondwandeling
  • een simpele kerstknutsel maken (voor later als aandenken)
  • kerstfilms kijken terwijl de baby slaapt
  • een kerstverhaal voorlezen

9. Zorg voor rustmomenten, ook voor jezelf

Het is jouw kerst óók.
Vraag gerust iemand om de baby even te dragen, zodat jij rustig kunt eten of gewoon even kunt zitten.

Een baby brengt al genoeg drukte, je hoeft jezelf er niet nog meer bij te geven.

Eerste kerst: meer gevoel dan perfectie

De mooiste herinneringen zitten ‘m niet in perfecte foto’s of dure cadeaus.
Ze zitten in:

  • dat zachte slapende hoofdje
  • dat warme moment onder de kerstboom
  • die kleine glimlach
  • jullie eerste feestdagen als gezin

Je hoeft alleen maar te genieten van wat er wél lukt.


Uitgelichte afbeelding: Shutterstock

baby

Babykleding kiezen zonder stress: zo maak je het jezelf makkelijk

Dit artikel is geschreven in samenwerking met HEMA

Wat je écht nodig hebt in de eerste maanden

De geboorte van een baby gaat vaak samen met tassen vol cadeaus, stapels kleding in allerlei maten en een wieg vol labeltjes die er nog aanhangen. Toch grijpen veel ouders in de praktijk steeds naar dezelfde paar setjes. De rest blijft bijna ongedragen in de kast liggen. Het scheelt tijd, geld en frustratie als je vooraf een beetje uitzoekt wat je kindje écht nodig heeft.

Voor de meeste pasgeboren baby’s draait het om laagjes, comfort en gemak bij het verschonen. Denk aan zachte rompers, een paar fijne boxpakjes, broekjes met een zachte tailleband en een warm vestje of overslagtruitje. In een basisgarderobe horen ook sokjes en eventueel een mutsje, zeker als je baby in de koudere maanden wordt geboren. Grote, ingewikkelde outfits zien er leuk uit op een foto, maar liggen vaak vooral in de weg als je drie keer per dag een poepluier tot in de nek moet schoonmaken.

Veel ouders vinden het handig om een klein stapeltje neutrale setjes te hebben, die je makkelijk onderling kunt combineren. In een drukke kraamweek is het fijn als je niet hoeft na te denken over “wat past er bij elkaar”, maar gewoon in één greep een complete outfit uit de kast trekt. In zo’n basispakket passen zowel rustige kleuren als een paar vrolijke prints die bij jullie gezin passen, precies zoals je ook in een goede collectie baby kleding terugziet.

Comfort eerst: waar je op kunt letten

Een baby ligt, slaapt en wordt verschoond op momenten dat jij misschien liever koffie drinkt. Dan is comfortabele kleding met slimme details echt goud waard. Zachte stoffen zoals katoen of katoen met een beetje stretch zorgen ervoor dat je baby vrij kan bewegen en dat jij kleding makkelijk aan en uit krijgt. Let op naden die niet irriteren, zachte boordjes en drukknoopjes die niet koud aanvoelen op de huid.

Ook de pasvorm speelt een grote rol. Te wijde kleding kruipt snel op, waardoor een romper als een rolletje onder de oksels kan eindigen. Te strak zit natuurlijk ook niet prettig en kan afdrukken in de huid geven. Handig is om bij elk nieuw setje even te checken of je met gemak twee vingers tussen huid en boord kunt steken. Past dat niet, dan is het tijd om het label “te klein” te verklaren, hoe jammer je een favoriet printje ook vindt.

Praktische details maken het dagelijks aankleden veel minder gedoe. Overslagrompers en boxpakjes met drukknoopjes langs de pijpjes schelen een hoop getil bij het verschonen. Ook kleding met een wijde halsopening of schouderdrukkers is fijn, waardoor je niet met het hoofdje hoeft te worstelen. Veel ouders ontwikkelen na een paar weken een duidelijke voorkeur voor een bepaald type sluiting en grijpen daarna bijna automatisch naar dezelfde kledingstukken.

Maten: van kleine prematuur tot flinke baby

Wie voor het eerst een stapel labels met maatnummers in handen heeft, kan er behoorlijk van in de war raken. Maat 44, 50, 56… en dan staat er ook nog eens “0–1 maand” of “1–2 maanden” bij. De waarheid is dat geen enkele baby zich precies aan die maattabel houdt. Sommige baby’s passen bij de geboorte al direct in maat 56 of 62, terwijl andere juist nog wat langer in kleinere maten blijven.

Voor een gemiddeld kindje wordt vaak geadviseerd om een paar setjes in maat 50 en 56 klaar te leggen. Ben je zwanger van een meerling of is je baby aangekondigd als erg klein, dan kan kleinere kleding heel waardevol zijn. Ouders die met een prematuur of klein geboren baby te maken krijgen, ontdekken vaak pas achteraf hoe fijn het is als kleding echt goed aansluit, zodat luiers beter blijven zitten en je kindje minder “verdrinkt” in de stof.

Speciaal voor die allerkleinsten is er babykleding maat 44. Hiermee sluit de kleding beter aan op het kleine lijfje en blijft je baby beter op temperatuur. Ook voor voldragen maar slanke baby’s die gewoon net onder de standaardmaten vallen, kan dit een uitkomst zijn. Het belangrijkste is dat je kijkt naar je kind in plaats van blind op de leeftijdsindicatie op het label te vertrouwen.

Hoeveel heb je écht nodig per maat?

De ene ouder draait zonder moeite dagelijks een was, terwijl de ander een hekel heeft aan eindeloze stapels wasgoed. Hoeveel kleding je per maat nodig hebt, hangt daar sterk mee samen. Grofweg kun je denken aan vijf tot zeven rompers per maat, zeker in de eerste maanden waarin een spuugvlaag of poepexplosie nooit ver weg is. Voor boxpakjes en setjes is drie tot vijf vaak al voldoende.

Daarnaast is het handig een paar “reserve-outfits” in de luiertas te bewaren. Een simpel rompertje en een comfortabel broekje zijn dan meer dan genoeg. Veel ouders leggen in de box of onder de kinderwagen standaard een extra truitje neer. Zo ben je voorbereid op plotselinge temperatuurwisselingen of een natte mouw na een enthousiaste plenspartij met water of speeksel.

Probeer per maat niet te veel vooruit te kopen, hoe leuk het ook is om los te gaan op mini-outfits. Baby’s groeien soms in een paar weken door een hele maat heen, waardoor sommige kleding slechts één keer of zelfs helemaal niet gedragen wordt. Een kleine, goed doordachte garderobe blijkt in de praktijk vaak veel handiger dan een overvolle kast waarin je het overzicht verliest.

Duurzame keuzes en tweedehands schatten

Babykleding wordt meestal niet lang gedragen, maar wel vaak gewassen. Dat maakt het extra interessant om stil te staan bij duurzamere keuzes. Katoen met een keurmerk, stevige stoffen die mooi blijven in de was en tijdloze modellen kun je makkelijk bewaren voor een volgend kind of doorgeven aan vrienden en familie. Zo krijgt een favoriet rompertje soms een heel leven lang nieuwe babybuikjes om zich heen.

Tweedehands kleding is voor veel gezinnen een uitkomst. Via vrienden, familie of ruilgroepen komen er vaak tassen vol bijna-nieuwe setjes je huiskamer binnen. Door goed te sorteren op maat en seizoen kun je zo een groot deel van de garderobe aanvullen. Even alles wassen met een mild wasmiddel en je hebt een stapel kleding die klaar is voor gebruik, zonder dat je er veel geld aan kwijt bent.

Ook handig: bewaar een kleine doos met de mooiste of meest praktische items die je zelf niet meer nodig hebt. Die doos kun je als compleet pakketje weer doorgeven aan iemand anders die net een baby krijgt. Zo gaat er een klein rondreizend “babykledingpakket” langs verschillende huishoudens en haal je het maximale uit ieder kledingstuk.

Je eigen stijl vinden als ouder

Waar de één zweert bij rustige aardetinten en minimalistische printjes, wordt de ander blij van kleurtjes en fantasiedieren. Er is geen goed of fout, zolang je baby er comfortabel bij ligt. Veel ouders merken dat hun smaak in de loop van het eerste jaar een beetje verschuift. Je ontdekt welke kleuren vlekbestendig zijn, welke stoffen mooi blijven en welke modellen in het dagelijks leven simpelweg het fijnst zijn.

Laat je niet gek maken door verwachtingen van buitenaf. De kraamverzorgende die fan is van overslagrompers, de oma die het liefst kraagjes ziet, de buurvrouw die zweert bij wol… je mag hun tips meenemen, maar uiteindelijk kies je wat bij jouw gezin past. Met een paar bewuste keuzes, wat basiskennis over maten en een kast vol comfortabele stoffen wordt aankleden een rustig moment op de dag in plaats van een worstelpartij bij het commodekussen.


Uitgelichte afbeelding: Shutterstock

Babygebaren: Communiceren voordat ze kunnen praten

Als ouder begrijp je je baby vaak verrassend goed. Je herkent het huiltje dat betekent dat je baby moe is, het geluidje dat betekent dat hij honger heeft en die bekende frons als er een schone luier nodig is. Maar wat als je nóg beter zou kunnen begrijpen wat je baby voelt, denkt of nodig heeft – zelfs voordat hij kan praten? Dat is precies wat babygebaren, ook wel baby sign language, mogelijk maakt.

Babygebaren worden steeds populairder onder ouders, pedagogisch medewerkers en professionals die met jonge kinderen werken. Niet zo vreemd, want het geeft jonge kinderen een prachtige manier om zichzelf al vroeg uit te drukken. In dit blog ontdek je wat babygebaren precies zijn, wat de voordelen zijn, hoe je ermee begint en welke gebaren het meest gebruikt worden

Wat zijn babygebaren eigenlijk?

Babygebaren zijn eenvoudige handgebaren die je aan je baby aanleert zodat hij al kan communiceren vóórdat de mondmotoriek voldoende ontwikkeld is om woorden te vormen. Baby’s begrijpen taal namelijk véél eerder dan dat ze woorden kunnen uitspreken. De spraakspieren – tong, lippen en kaak – moeten zich nog ontwikkelen, maar het vermogen om te begrijpen wat jij zegt is er vaak al vanaf 6–8 maanden.

Door gebaren te gebruiken die aansluiten bij bekende woorden zoals melk, nog, slapen, klaar of eten, help je je baby om deze woorden te koppelen aan een beweging. Het is geen vervanging van spraak, maar een ondersteuning. Je blijft altijd praten terwijl je gebaart.

Een mooi voorbeeld: een baby van negen maanden kan misschien nog niet “water” zeggen, maar kan met een simpel gebaar wel duidelijk maken dat hij dorst heeft. Dat geeft zoveel rust!

Wil je meer leren over interactie met je baby? Doe dan onze interactie met je baby training!

Waarom babygebaren gebruiken? De voordelen

Babygebaren klinken misschien simpel, maar de effecten zijn verrassend groot. Ouders merken vaak al na een paar weken verschil in de communicatie en sfeer thuis. Dit zijn de belangrijkste voordelen:

1. Minder frustratie – voor ouder én kind

Een baby die zich niet begrepen voelt, raakt vaak gefrustreerd. Gebaren geven hem een manier om duidelijk te maken wat hij wil. Hierdoor ontstaan er minder driftbuien, huilmomenten of miscommunicatie.

2. Sterkere hechting

Wanneer je beter begrijpt wat je baby bedoelt, voelt je baby zich gezien en gehoord. Dat versterkt de veilige hechting. Je reageert sneller en accurater, wat je baby een gevoel van veiligheid geeft.

3. Snellere taalontwikkeling

Veel ouders denken dat babygebaren de spraakontwikkeling vertragen, maar het tegenovergestelde is waar. Onderzoek laat zien dat kinderen die gebaren:

  • eerder beginnen met praten,
  • een grotere woordenschat ontwikkelen,
  • taal sneller begrijpen.

Dat komt doordat gebaren taal visueler en duidelijker maken.

4. Meer zelfvertrouwen bij jonge kinderen

Zodra een kind merkt dat hij zelf dingen duidelijk kan maken, groeit zijn zelfvertrouwen. Hij ontdekt dat communicatie werkt en dat hij invloed heeft op zijn omgeving.

5. Actief, betrokken leren

Babygebaren passen mooi bij opvoedvisies zoals Pikler en Montessori, waar een respectvolle, responsieve benadering centraal staat. Je volgt het tempo van je baby en biedt hem iets aan dat past bij zijn ontwikkeling.

Wanneer kun je beginnen met babygebaren?

De meeste ouders starten tussen de 6 en 9 maanden, wanneer de baby motorisch in staat is om handbewegingen te maken en cognitief in staat is om woorden te koppelen aan betekenis. Maar ook starten met 1 jaar of zelfs later heeft nog veel effect.

Baby’s beginnen meestal zelf met teruggebaren rond de 8–14 maanden. Dit vraagt geduld, herhaling en plezier — precies zoals bij spraak.

Hoe begin je met babygebaren?

Babygebaren hoeven helemaal niet ingewikkeld te zijn. Je hoeft geen hele lijst gebaren te leren. Het draait vooral om herhaling, plezier en het koppelen van een gebaar aan een betekenisvolle situatie.

Stap 1: Kies enkele dagelijkse gebaren

Begin klein. Bijvoorbeeld:

  • Melk
  • Eten
  • Slapen
  • Nog
  • Klaar

Dit zijn woorden die dagelijks terugkomen en snel betekenisvol worden.

Stap 2: Gebruik het gebaar telkens wanneer je het woord zegt

Consistentie is de sleutel. Zeg je: “Wil je melk?” → maak dan het gebaar voor melk. Iedere keer weer.

Stap 3: Blijf altijd praten

Gebaren zijn geen vervanging van taal. Ze zijn een opstapje. Door te blijven praten, hoort je baby de klanken en woorden terwijl hij visueel ondersteund wordt.

Stap 4: Vier elk klein succes

De eerste gebaren van je baby zullen misschien wat onhandig eruit zien. Misschien lijkt het nog niet eens op het ‘echte’ gebaar. Maar zodra jij de bedoeling ziet — vier het. Zo wordt je baby gemotiveerd om vaker te communiceren.

Stap 5: Bouw langzaam uit

Wanneer de eerste gebaren goed gaan, kun je nieuwe toevoegen zoals:

  • Water
  • Speelgoed
  • Boek
  • Poepen
  • Wachten
  • Mama / papa
  • Pijn

Veelgebruikte babygebaren

Hier zijn een paar populaire en makkelijk aan te leren gebaren:

WoordBeschrijving van het gebaar
MelkOpen en sluit je hand alsof je melk uit een uier knijpt.
EtenTik met je vingers richting je mond.
SlapenWrijf met één hand langs je wang of leg je hand tegen je oor als een slaapkussen.
KlaarDraai beide handen open naar boven.
NogTik de vingertoppen van beide handen tegen elkaar.
WaterTik met drie omhooggestoken vingers tegen je kin.
PijnSteek wijsvingers van beide handen naar elkaar toe en tik tegen elkaar.

Je kunt ook bestaande systemen gebruiken, zoals gebaren uit het NGT (Nederlandse Gebarentaal), maar dat hoeft niet per se. Het gaat om de communicatie, niet om perfectie.

Babygebaren in de dagelijkse praktijk

Babygebaren werken vaak het best in natuurlijke situaties. Bijvoorbeeld:

  • Tijdens het eten: Meer? Nog? Klaar? Water?
  • Bij het slapengaan: Slapen, boek, knuffel
  • Tijdens het verschonen: Poep, klaar, wachten
  • Bij emoties: Pijn, bang, blij

Je zult zien dat je baby vooral de gebaren gaat gebruiken die voor hem het belangrijkst zijn. Vaak zijn dat: melk, meer, klaar, mama, papa en eten.

Babygebaren en hechting

In jouw werk en visie komt veilige hechting vaak terug. Babygebaren sluiten hierbij prachtig aan. Ze:

  • versterken de wederkerigheid,
  • zorgen voor rust tijdens verzorgingsmomenten,
  • maken contact warmer en aandachtiger,
  • geven een baby het gevoel: “Mijn ouder begrijpt mij.”

Dat is precies waar hechting om draait.

Babygebaren zijn een prachtige manier om de communicatie met je baby te verdiepen nog voordat hij kan praten. Het geeft rust, plezier, verbondenheid en versterkt de taalontwikkeling op een natuurlijke manier. Het vraagt geen ingewikkelde studie of lange voorbereiding — alleen aandacht, herhaling en geduld.

Of je nu een ouder bent die meer rust wil in huis, of een professional die de communicatie met baby’s wil versterken: babygebaren kunnen een waardevolle toevoeging zijn. En het mooiste? Dat moment waarop je baby voor het eerst een gebaar maakt dat jij begrijpt… dat is pure magie.


Uitgelichte afbeelding door Pixabay

Vereeuwig je zwangere buik met een buikbeeldje

Als we praten over bijzondere periodes in het leven, dan komt de zwangerschap vaak aan bod. Je lichaam verandert en groeit mee met het kleine wonder in jouw buik. Elke week is bijzonder en geeft je nieuwe ervaringen. Veel vrouwen willen deze periode tastbaar maken, en doen dit op verschillende manieren.

Een buikbeeldje is een artistieke, realistische weergave van jouw zwangere lichaam. Het is niet zomaar een beeldje, maar een persoonlijke herinnering aan een tijd vol groei en bijzondere herinneringen. 

Waarom is een 3D-zwangerschapsbeeldje zo bijzonder?

Maar wat maakt zo’n buikbeeldje zo bijzonder? Het is meer dan een decoratief beeldje in huis. Het is een symbool van verbinding, liefde en de kracht van jouw lichaam. Elke ronding en ieder detail van jouw zwangere lichaam is vastgelegd, wat jouw lichaam het middelpunt van dit unieke kunstwerk maakt. 

Het beeldje herinnert je aan de bijzondere periode waarin je kindje nog veilig in jouw buik groeide. Het zien van jouw zwangere buik kan een ontroerend moment zijn, zelfs jaren na de geboorte. 

Hoe laat je een buikbeeldje maken?

Het beste moment om een afspraak te maken is tussen de 32 en 36 weken van je zwangerschap. In deze periode is je buik mooi rond en goed gevormd, en voel je jezelf nog fit genoeg om de scan te laten maken. Dit kun je doen bij bijvoorbeeld BellySisters in Alkmaar of in Antwerpen.

Het maken van een buikbeeldje gebeurt op basis van een 3D-scan van jouw lichaam. Tijdens een korte sessie scannen ze je lichaam met hoogwaardige apparatuur. Geen zorgen, deze scanner werkt als een fotocamera, duurt slechts enkele minuten en is niet schadelijk voor jouw kleintje. 

Na de scan komt het digitale model tot leven in de vorm van een handgemaakt buikbeeldje. Dankzij de handmatige aanpassingen kan elk detail tot zijn recht komen. Het beeldje wordt gemaakt in het door jou gekozen materiaal. 

Wanneer krijg je het beeldje binnen?

De minimale levertijd van het beeldje is 12 tot 14 weken. Daardoor komt het vaak pas na de geboorte van jouw kleintje binnen. Dat is extra bijzonder, want terwijl je geniet van de eerste weken als moeder, wordt het beeldje met zorg gemaakt. Zodra deze binnenkomt, houd je als het ware je eigen zwangere buik van toen in handen. Een bijzondere manier om even terug te gaan naar dat magische gevoel van verwachting en verwondering.

Een tastbare herinnering aan een onvergetelijke tijd

Een buikbeeldje is een ode aan jouw zwangerschap en zorgt ervoor dat je dit altijd bij je kunt dragen. Of je het beeldje nu voor jezelf maakt of cadeau krijgt: het is een liefdevol symbool van het begin van nieuw leven.

Hoe baby’s leren door te kijken

Een baby komt ter wereld met een natuurlijke nieuwsgierigheid. Nog voordat hij kan praten of kruipen, is hij al druk bezig met leren – door te kijken. Baby’s leren door te kijken naar gezichten, bewegingen, emoties en handelingen. Alles wat ze zien, helpt bij het vormen van hun begrip van de wereld.

In de eerste weken na de geboorte is het zicht van een baby nog wazig. Hij kan ongeveer 20 tot 30 centimeter scherp zien — precies genoeg om jouw gezicht te bestuderen terwijl je hem vasthoudt. Die afstand is geen toeval: baby’s zijn van nature ingesteld op visuele verbinding met hun verzorger. Door te kijken naar jouw gezichtsuitdrukking, leert je baby emoties herkennen, veiligheid ervaren en communiceren zonder woorden.

Hoe leert een baby door observatie?

Kijken is voor een baby niet passief; het is actief leren. Wanneer je baby jou ziet lachen, je mond bewegen of een voorwerp pakt, worden er nieuwe verbindingen in zijn hersenen gevormd. Elke observatie helpt bij het begrijpen van oorzaak en gevolg: als mama haar handen uitsteekt, wordt ik opgetild. Als papa lacht, voelt dat fijn.

Deze manier van leren wordt ook wel imitatieleren genoemd. Baby’s observeren gedrag en proberen het later na te doen. Zelfs pasgeborenen kunnen simpele gezichtsbewegingen imiteren, zoals de tong uitsteken. Het is hun manier om contact te maken én om te oefenen met de basis van communicatie.

Voorbeelden van leren door kijken:

  • Je baby kijkt hoe jij een lepel naar je mond brengt – en leert zo iets over eten.
  • Hij ziet hoe je applaudisseert – en probeert jouw beweging later te imiteren.
  • Hij kijkt naar andere kinderen – en ontdekt hoe spel eruitziet.

Zo wordt elke blik een leermoment.

De rol van rust en voorspelbaarheid bij de ontwikkeling van je baby

Een baby leert het best in een rustige, voorspelbare omgeving. Wanneer er te veel prikkels zijn – harde geluiden, felle lichten of drukke bewegingen – is het moeilijker om te observeren en te leren.

Rustige verzorgingsmomenten zijn ideaal om te leren. Terwijl jij zegt wat je doet (“Ik ga je nu verschonen, kijk eens, een schone luier”), kijkt je baby naar jouw handen, gezichtsuitdrukking en bewegingen. Zo leert hij niet alleen taal, maar ook de structuur van dagelijkse handelingen.

Door handelingen telkens op dezelfde manier uit te voeren, help je je baby patronen herkennen. En dat geeft hem een gevoel van veiligheid en voorspelbaarheid — de perfecte basis om te leren door observatie.

Oogcontact: de eerste les in communicatie

Oogcontact is een van de krachtigste vormen van contact tussen ouder en baby. Wanneer je elkaar aankijkt, gebeurt er iets bijzonders: jullie hersenactiviteit synchroniseert. Wetenschappers noemen dit “neural coupling”. Dat betekent dat jouw brein en dat van je baby letterlijk op elkaar afgestemd raken.

Door oogcontact leert een baby:

  • wat aandacht betekent;
  • hoe emoties eruitzien;
  • hoe verbondenheid voelt.

Dit is de start van sociale en emotionele ontwikkeling. Door regelmatig oogcontact te maken, versterk je niet alleen jullie band, maar stimuleer je ook de cognitieve ontwikkeling van je baby.

Hoe jij het leren door kijken kunt stimuleren

Je hoeft geen ingewikkelde speeltjes te gebruiken om de ontwikkeling van je baby te stimuleren. Het gaat juist om bewuste, rustige interactie. Hier zijn zes eenvoudige manieren om je baby te helpen leren door te kijken:

  1. Maak bewust oogcontact
    Kijk je baby aan tijdens verzorging, eten of spelen. Zo voelt hij zich gezien en betrokken.
  2. Beweeg langzaam en met aandacht
    Baby’s volgen trage bewegingen beter dan snelle. Zo kunnen ze verbanden leggen tussen wat ze zien en wat er gebeurt.
  3. Praat over wat je doet
    Vertel wat je aan het doen bent: “Ik trek je trui aan, kijk, één armpje erin…” Zo leert je baby taal én routine.
  4. Laat je gezicht zien
    Baby’s leren van gezichtsuitdrukkingen. Leg dus gerust even die telefoon weg en laat jouw mimiek spreken.
  5. Herhaal dagelijkse handelingen
    Door herhaling leert je baby patronen herkennen. Zo weet hij wat er gaat gebeuren, wat rust en begrip brengt.
  6. Bied rustmomenten
    Na intensief kijken heeft een baby tijd nodig om alle indrukken te verwerken. Rust is dus óók leren.

Hoe baby’s leren door anderen te observeren

Na een paar maanden begint je baby niet alleen jou te bestuderen, maar ook anderen. Hij kijkt hoe oudere kinderen spelen, hoe mensen lachen, praten en bewegen. Dat is het begin van sociaal leren – een belangrijke stap in de ontwikkeling van je baby.

Wanneer je baby ziet dat iemand een blokje stapelt of met een lepel tikt, wil hij dat zelf ook proberen. Zo ontwikkelt hij zijn motoriek, concentratie en probleemoplossend vermogen.

Waarom leren door te kijken de basis vormt voor alles

Het vermogen om te leren door te kijken heeft invloed op bijna alle latere vaardigheden.
Door te observeren leert een kind:

  • hoe communicatie werkt (oogcontact, beurt nemen, gezichtsuitdrukking);
  • hoe handelingen worden uitgevoerd (motorische ontwikkeling);
  • hoe emoties eruitzien (emotionele intelligentie);
  • hoe woorden aan situaties verbonden zijn (taalontwikkeling).

Kortom: leren door te kijken is de basis van begrijpen, spreken, bewegen én verbinden.

Kijk terug, leer samen

Wat voor jou vanzelfsprekend lijkt — een glimlach, een simpele handeling, een blik — is voor je baby een waardevolle les. Elke keer dat hij kijkt, leert hij iets nieuws over de wereld en over jou.

Dus als je baby je aankijkt, neem even de tijd. Kijk terug, glimlach, en weet: op dat moment is hij aan het leren. Niet uit een boek, maar rechtstreeks uit het leven — door te kijken, te voelen en te verbinden.

Wil je meer weten over hoe je de interactie met je baby bewust kunt versterken, zodat je zijn ontwikkeling optimaal ondersteunt?
👉 Bekijk dan onze training Interactie met je baby.
In deze training leer je hoe kleine momenten – zoals aankijken, verzorgen en reageren op signalen – een groot verschil maken in de emotionele en cognitieve ontwikkeling van je kind.


Uitgelichte afbeelding: Shutterstock

De truc van ‘parallel spelen’ voor kinderen die niet willen delen

“Geef dat autootje nou eens terug aan je broer!” Herkenbaar? Als ouder kun je er knap wanhopig van worden wanneer je kinderen keer op keer ruzie maken over speelgoed. Je wilt graag dat ze leren delen, maar hoe harder je erop hamert, hoe minder zin ze lijken te hebben. Het goede nieuws: kinderen hoeven helemaal niet meteen te delen om tóch samen te leren spelen. Dat is precies waar de truc van parallel spelen om de hoek komt kijken.

Wat is parallel spelen eigenlijk?

Parallel spelen klinkt misschien als een ingewikkelde opvoedterm, maar het is eigenlijk iets heel eenvoudigs. Het betekent dat kinderen naast elkaar spelen met hetzelfde soort speelgoed, zonder dat ze per se samen hoeven te spelen.

Stel je twee peuters voor die allebei een bak met Duplo hebben. Ze bouwen ieder hun eigen toren, zonder zich druk te maken om die van de ander. Ze zijn samen in dezelfde ruimte, gebruiken vergelijkbaar speelgoed, maar ieder werkt in hun eigen “wereldje”.

Voor ons als volwassenen lijkt dat misschien afstandelijk, we associëren samen spelen vaak met écht samenwerken. Maar voor jonge kinderen is parallel spelen een belangrijke stap in hun sociale ontwikkeling.

Waarom kinderen niet altijd willen delen

Voor we duiken in de voordelen van parallel spelen, is het handig om te begrijpen waarom kinderen vaak niet willen delen:

  1. Ontwikkelingsfase
    Peuters en kleuters zijn van nature nog erg gericht op zichzelf. Ze zien speelgoed als een verlengstuk van henzelf. Als iemand anders het pakt, voelt dat alsof er een stukje van hen wordt afgepakt.
  2. Beperkt gevoel voor tijd
    Jij weet dat je kind die rode brandweerauto “straks” terugkrijgt, maar voor een peuter voelt straks als nooit.
  3. Emoties zijn groot, logica is klein
    Kinderen worden overspoeld door gevoelens van boosheid of frustratie als ze iets niet mogen houden. Hun hersenen zijn simpelweg nog niet rijp genoeg om daar rationeel mee om te gaan.

Kortom: het is niet onwil, maar een kwestie van ontwikkeling.

Parallel spelen als slimme tussenstap

En hier komt de kracht van parallel spelen: het biedt kinderen de kans om samen te zijn zonder de stress van delen. Ze oefenen toch al allerlei sociale vaardigheden, zoals:

  • elkaar observeren;
  • ideeën opdoen bij de ander (“oh, hij maakt een brug, dat ga ik ook proberen!”);
  • leren omgaan met elkaars aanwezigheid;
  • het gevoel krijgen dat samenzijn leuk is.

Zo leren ze stap voor stap dat spelen met anderen ook plezier kan geven – zónder dat ze meteen alles uit handen hoeven te geven.

Praktische tips voor parallel spelen

1. Zorg voor dubbel speelgoed

Heb je een favoriet item in huis, zoals een brandweerauto of een pop? Probeer er twee van in huis te hebben. Dat voorkomt strijd en geeft kinderen de ruimte om naast elkaar te spelen zonder jaloezie.

2. Creëer speelzones

Leg een kleed op de grond en zet twee “speelhoekjes” klaar, bijvoorbeeld met ieder een bak Duplo of auto’s. Zo voelt ieder kind dat het een eigen plek heeft, maar wel gezellig samen.

3. Bied hetzelfde soort materiaal aan

Kinderen spelen makkelijker parallel als ze met vergelijkbaar speelgoed bezig zijn. Denk aan twee kleurboeken, twee bakjes klei of een eigen set knutselspullen.

4. Doe voor hoe het kan

Pak zelf ook eens twee dezelfde dingen. Bouw bijvoorbeeld twee torens en laat zien dat je naast elkaar kunt spelen zonder elkaar in de weg te zitten. Ouders zijn vaak een belangrijk voorbeeld.

5. Houd de verwachtingen realistisch

Je kind hoeft niet ineens blij te roepen: “Hier, neem mijn speelgoed maar!” Het feit dat ze rustig naast elkaar bezig zijn, is al een overwinning.

De voordelen voor ouders

Parallel spelen is niet alleen goed voor de ontwikkeling van je kind, het maakt het leven voor jou als ouder ook een stukje relaxter. Geen eindeloze strijd om wie wat mag hebben, maar gewoon twee kinderen die ieder hun eigen ding doen – mét het gevoel dat ze samen spelen.

Het is bovendien een fijne manier om rustmomenten in te bouwen. Terwijl je kinderen naast elkaar spelen, kun jij misschien even die kop koffie opdrinken zonder dat er een scheidsrechter nodig is.

Wanneer leren kinderen écht samen spelen?

Veel ouders vragen zich af: “Maar wanneer leren ze dan wél delen en echt samenwerken?”

Gemiddeld beginnen kinderen rond hun vierde, vijfde jaar steeds meer interesse te tonen in coöperatief spel: écht samen bouwen, rollenspellen spelen of regels verzinnen voor een gezelschapsspel. Parallel spelen is dus niet het eindstation, maar een natuurlijke opstap naar samen spelen.

En geloof me: dat delen komt echt. Vaak veel sneller dan je denkt.

Bonusidee: een parallel-speel-date

Heb je een playdate gepland en ben je bang voor strijd? Zet van tevoren twee keer hetzelfde knutselpakket of dezelfde set blokken klaar. Zo hebben beide kinderen iets vergelijkbaars en verloopt het samenzijn een stuk soepeler. Jij als ouder kunt dan rustig genieten van de gezelligheid, zonder om de vijf minuten politieagent te hoeven spelen.

Samenzijn is leuk

Kinderen hoeven niet vanaf dag één alles te delen om samen te kunnen spelen. Parallel spelen is een prachtige, natuurlijke manier waarop ze leren dat samenzijn leuk is. Het haalt de druk van “moeten delen” weg en zorgt voor meer rust in huis.

Dus de volgende keer dat je kinderen naast elkaar ziet zitten, ieder met hun eigen speelgoed, glimlach gerust. Ze zijn volop bezig met leren, groeien en oefenen. En eerlijk is eerlijk: een beetje rust in huis is ook heel wat waard, toch?


Uitgelichte afbeelding: Shutterstock

corona kinderen thuis

Je kind heeft voorkeur voor één ouder, wat nu?

Het kan best pijn doen: jouw kind steekt zijn armpjes altijd uit naar de ander. Of roept standaard “ik wil mama!” terwijl jij ernaast staat met je armen wijd. Een voorkeur voor een ouder komt vaker voor dan je misschien denkt, en het zegt niets over de liefde die je kind voor jullie allebei voelt. Toch kan het lastig zijn om ermee om te gaan.

Waarom kiest een kind een ‘favoriet’?

Een voorkeur voor één ouder kan allerlei oorzaken hebben. Soms gaat het simpelweg om praktische gewoontes: degene die het meest voedt, troost of naar bed brengt, is in de beleving van het kind dé veilige keuze. Ook kan het te maken hebben met de ontwikkeling van je kind. Peuters en kleuters ontdekken dat ze een eigen wil hebben en oefenen dit door duidelijk te kiezen: voor het ene speelgoed, voor een bepaalde beker, en soms dus ook voor één ouder.

Belangrijk om te onthouden: het is geen afwijzing van de andere ouder, maar een fase in de ontwikkeling.

Wat kun je doen?

1. Neem het niet persoonlijk

Makkelijker gezegd dan gedaan, maar onthoud dat de voorkeur niets zegt over de band die jullie hebben. Het gaat vaak om veiligheid, gewoonte of een gevoel van controle bij het kind.

2. Blijf betrokken

Ook al word je even minder vaak gekozen, blijf aanwezig. Lees een verhaaltje, zing samen een liedje of speel een spel. Kleine momenten van positieve interactie bouwen de band op – zelfs als je kind je niet als eerste kiest.

3. Maak er geen strijd van

Een voorkeur wordt alleen maar sterker als je er een machtsspel van maakt (“nu moet je papa knuffelen”). Geef je kind de ruimte, maar bied ook alternatieven: “Papa leest het boekje voor en mama mag jou instoppen.” Zo voelt je kind zich gehoord, maar leer je ook dat beide ouders er zijn.

4. Werk samen als ouders

Het kan frustrerend zijn voor degene die even niet favoriet is, maar steun elkaar. Lach er samen om waar het kan, en zorg dat jullie als team zichtbaar blijven voor je kind.

Een kans om te leren

Een voorkeur van je kind voelt soms ongemakkelijk, maar het biedt ook kansen. Het laat zien hoe gevoelig en bewust je kind is in interactie. Juist in die momenten kun je veel leren over de ontwikkeling van je kind: hoe reageert het op prikkels, hoe zoekt het troost, en hoe bouwt het vertrouwen op?


Praktische handvatten voor ouders

Wil je hier dieper op ingaan en ontdekken hoe je de band met je kind kunt versterken, ongeacht of je op dit moment favoriet bent of niet? In onze Interactie met je baby training krijg je praktische handvatten en waardevolle kennis om dagelijks toe te passen. Van het opbouwen van geduld en het begrijpen van prikkelverwerking tot het stimuleren van zelfstandigheid en communicatie, deze training is je complete gids voor de eerste interacties met je baby.

Want uiteindelijk gaat het er niet om wie op dit moment de favoriet is, maar dat je samen bouwt aan een veilige, liefdevolle basis voor je kind.


Afbeelding: Shutterstock

supplementen zwanger

50 zwangerschapsweetjes! Er zit vast iets bij wat jij nog niet wist…

Zwanger zijn is een van de meest bijzondere periodes in het leven. Er groeit een compleet mensje in je buik, en dat brengt allerlei veranderingen, verrassingen en verwondering met zich mee. Of je nu net een positieve test in handen hebt of al met een dikke buik op de bank ligt: deze 50 zwangerschapsweetjes laten je gegarandeerd glimlachen, verbazen of knikken van herkenning!

De magie van het begin

  1. Een zwangerschap duurt gemiddeld 280 dagen, oftewel 40 weken.
  2. Het geslacht van je baby wordt al bepaald bij de bevruchting.
  3. Vanaf ongeveer week 8 begint het hartje van je baby te kloppen.
  4. In week 10 wordt de embryo officieel een foetus.
  5. Baby’s ontwikkelen al vanaf week 10 vingerafdrukken!

Wat je baby al kan in de buik

  1. Rond week 25 kan je baby geluiden van buitenaf horen.
  2. Je stem wordt herkend door je baby – en is na de geboorte een geruststelling.
  3. Baby’s kunnen vanaf week 16 al smaak proeven via het vruchtwater.
  4. Ze kunnen lachen, huilen, hikken en gapen in de buik.
  5. Licht en donker zijn zichtbaar door je buik heen – je baby merkt dus als je in de zon ligt!

Groei en ontwikkeling

  1. Je baarmoeder groeit van het formaat van een peer naar een watermeloen.
  2. Baby’s slikken vruchtwater in en plassen het weer uit – een soort oefening voor de nieren.
  3. De navelstreng kan tot wel 60 cm lang worden.
  4. Het vruchtwater wordt meerdere keren per dag ververst.
  5. In het derde trimester groeit de baby zo’n 200 gram per week.

Wat jouw lichaam allemaal doet

  1. Je bloedvolume neemt toe met 40 tot 50%.
  2. Veel vrouwen krijgen voller haar en sterkere nagels tijdens de zwangerschap.
  3. Je kunt ineens een superreukvermogen ontwikkelen (niet altijd handig!).
  4. Zwangerschapsmasker (pigmentvlekken in je gezicht) komt vaak voor.
  5. Je voeten kunnen een maat groter worden – soms blijvend!
klaar voor het moederschap

Wist je dat…

  1. Je baby tijdens de bevalling zelf hormonen afgeeft om zich voor te bereiden?
  2. De meeste vrouwen voelen hun baby voor het eerst bewegen tussen week 18 en 22.
  3. Die eerste bewegingen voelen als vlindertjes of plopjes.
  4. Sommige baby’s liggen in stuitligging (met de billen naar beneden).
  5. Veel baby’s draaien vanzelf in de juiste hoofdligging richting het einde.

Hormonen en gevoelens

  1. Hormonale schommelingen kunnen zorgen voor levendige dromen.
  2. Je kunt sneller emotioneel of prikkelbaar zijn – volkomen normaal!
  3. Het hormoon relaxine zorgt voor soepele gewrichten, maar ook bekkenklachten.
  4. Nesteldrang is een bekend fenomeen, vooral in het derde trimester.
  5. Zelfs adoptieouders kunnen nesteldrang ervaren!

Unieke babyfeitjes

  1. Baby’s hebben vaak donsachtige haartjes (lanugo) op hun huid in de baarmoeder.
  2. Sommige baby’s worden geboren met een volle haardos, anderen zijn helemaal kaal.
  3. Baby’s hebben al een slaappatroon in de baarmoeder.
  4. Een baby hoort 9 maanden lang jouw hartslag – daarom is dat zo’n rustgevend geluid.
  5. Baby’s kunnen in de buik reageren op jouw stress of ontspanning.

Bijzonderheden van de zwangerschap

  1. De linea nigra, de donkere streep op je buik, is heel normaal.
  2. Je lichaam maakt het hormoon oxytocine aan, dat helpt bij de bevalling én bij hechting.
  3. De eerste melk die je aanmaakt heet colostrum – superrijk aan antistoffen!
  4. De meeste baby’s worden geboren tussen week 38 en 42.
  5. De placenta zorgt voor voeding én zuurstof voor je baby.
originele babyshower

Jij en je baby: een uniek team

  1. Je baby beweegt vaak actiever als jij rust, zoals ’s nachts in bed.
  2. Sommige vrouwen krijgen zwangerschapsdiabetes, meestal tijdelijk.
  3. Brandend maagzuur komt veel voor – blame the hormones én je groeiende buik.
  4. Je kunt tijdens de zwangerschap last krijgen van meer neusslijm (zwangerschapsneus!).
  5. Je kunt je baby soms al zien bewegen door je buik heen – alsof er een klein golfje overheen gaat.

En tot slot, gewoon leuk om te weten…

  1. Een bevalling kan tussen de 2 en 48 uur duren – of langer bij een eerste.
  2. De meeste vrouwen bevallen in een natuurlijke houding die ze intuïtief kiezen.
  3. De kans op een tweeling is groter als je zelf een tweeling bent of familie hebt met tweelingen.
  4. Sommige baby’s komen met een ‘helm’ (stuk vruchtvlies over hun hoofd) ter wereld – een geluksbrenger volgens de volksverhalen!
  5. Zelfs na 9 maanden blijft je baby nog liefst bij jou – jij bent zijn of haar veilige haven.

Uitgelichte afbeelding: Shutterstock