Ik schreeuwde weer eens

schreeuwende moeder

De laatste tijd laat ik weer iets te vaak aan mijn kinderen zien dat ‘ik ook maar een mens ben’. Je weet wel, zo een mens dat ongegeneerd overkookt. En dat wil ik niet, het geeft namelijk zo een onnodig rommeltje. Maar ja, als het vuur te hoog staat en niemand draait het terug, dan is er af en toe gewoon geen ontkomen aan.

Naderhand komen de schuldgevoelens, want voordat ik kinderen kreeg had ik het opvoeden niet zo bedacht. Ik ben een moeder die te vertrouwen is en altijd achter haar kinderen blijft staan. Ik ben geen moeder waarvan de kinderen zich goed gedragen alleen maar om te voorkomen dat mama niet boos wordt. 

Maar schreeuwde ik nou werkelijk: “we gaan op zoek naar een ander huis voor jou, ik trek dit niet meer!”?

Wat is er gaandeweg gebeurd? Waar zijn mijn relaxte en vredige opvoed ideeën? Waarom kon ik mij niet voor 20 minuten inhouden, we waren ons aan het klaarmaken voor school notabene! 20 minuten mezelf vasthouden aan mijn eigen voorgenomen principes. Maar nee hoor, het blaatte zo mijn mond uit.

De ochtenden

Ik ben geen ochtendmens. Nooit geweest. Voordat ik kinderen kreeg had ik daar niet zo een last van, ik bedoel, ik hoefde alleen maar mezelf te handelen. Maar nu zijn het soms teveel prikkels, het vuur staat te hoog.

Ik moet mijn kinderen wakker maken, dat freaking gemiste uurtje helpt niet erg mee in dit proces. Maar ik doe het vol goede moed. Ik negeer de chagrijnige kreten als ‘ik wil niet naar school’, of ‘laat me slapen’. Vervolgens moeten de kinderen aankleden, iets wat mede dankzij vermoeide koppies niet erg soepel verloopt. Ik help ze, ondanks dat ik weet dat ze het prima zelf kunnen. Ik probeer de volgende chagrijnige kreten te negeren als ‘dat wil ik niet aan’ of ‘mijn sok zit niet goed’. Prima, dan doe je het zelf! Mijn pannetje is inmiddels al aardig opgewarmd.

We gaan ontbijten, maar kind één is het eens met het bekertje dat voor hem staat. Kind twee vindt dat haar broertje te dichtbij zit en kind drie wordt aangeraakt met een grote teen. Herrie in de keuken. ‘Jongens, KAPPEN! Wees toch een keer lief voor elkaar.’

Het ontbijt zit erin. En zoals elke ochtend poetsen we onze tanden na het ontbijt. Je zou denken dat kind één na bijna negen jaar ons ochtendritueel wel geautomatiseerd heeft. Maar nee. Wanneer ik voor de 1800ste keer (overdreven natuurlijk, maar ik maak een punt) zeg dat ze haar tanden moet gaan poetsen en ik compleet genegeerd word, is het kookpunt bereikt.

‘LUISTER TOCH EEN KEER!’ schreeuw ik zo hard, dat ik er zelf van schrik. Maar daar blijft het niet bij, het ene getetter na het andere komt uit mijn mond geblèrd. Het enige waar ik me nu nog druk om maak is dat de buren het niet horen, maar met deze decibellen kan dat alleen maar een illusie zijn. Wat mijn kinderen ervan denken, kan me allang niet meer schelen. Ik ben er ZO klaar mee!

De spiraal gaat heel snel bergafwaarts.

Lees hier: Waar wij blij van worden

Een betrouwbare, liefdevolle moeder… ik?

Alles wat mijn kinderen zien is een schreeuwende, labiele moeder. Hoe kan ik mezelf zo laten gaan? Waarom draai ik het gas niet terug als ik op het punt van koken sta? Ik ben hier toch de volwassenen?

Schreeuwen.

Nog meer schreeuwen.

Huilen.

Frustratie.

Weer een ochtend voorbij.

Een gat wordt er in mijn hart geslagen en dat gat vult zich met schuldgevoel. Ik wil ze zo graag vasthouden, ik wil ze zo graag de liefde geven die ze verdienen. Waarom roep ik dan dat ik het niet meer trek?

Dit is niet oké, ik moet hier beter mee zien te dealen. Misschien toch maar weer eens een opvoedboek uit de kast trekken? Misschien mezelf weer eens kritisch onder de loep nemen? Ik wil dat mijn kinderen een sterke moeder hebben, waar ze zich veilig bij voelen. En niet continu op hete kolen zitten in de angst dat mama weer eens overkookt.

Er zijn grenzen, er zijn regels. Ook voor mij.

Sorry

Maar eerst heb ik iets goed te maken. Stap één in dit opvoedingsproces: sorry zeggen.

‘Luister, ik probeer hier echt mijn best te doen. Ik wil niet boos zijn en ik wil niet schreeuwen. Sorry daarvoor.’ Aandachtig wordt er geluisterd naar mijn excuses. ‘We zijn een team.’, vervolg ik. ‘En een team werkt alleen als we samenwerken.’

OMG, begon ik nu werkelijk over een teamgebeuren? We zijn hier niet freaking aan het korfballen. Maar ik weet het niet anders te omschrijven en de kleintjes lijken het te begrijpen, ze luisteren voor de verandering zelfs naar mij!

‘Oké mama, we snappen het.’

En de volgende ochtend verloopt zo vredig en zen, dat ik er bijna in blijf. Het kan, het lukt! Soms moet je een aantal obstakels over, om het volgende level te bereiken. Is dit het volgende level?

Hoe dan ook, mijn kinderen hebben een onvolmaakte moeder die het blijkbaar af en toe compleet moet verliezen om te vinden wat ze heeft. En ik kan alleen maar hopen dat ze op een dag terug zullen kijken en zullen zien dat ‘mama ook maar een mens’ was.

 

Afbeelding: Shutterstock

Comments

  1. Angela says

    Heel herkenbaar ik heb ook van die momenten dat ik echt denk waarom nou zo,als we meewerken gaat het een stuk gezelliger,soms ontploft de bom alsnog maar ik probeer me er steeds meer van bewust te worden want schreeuwen is niet fijn voor allebei de kanten niet.