12x het bewijs dat tijden veranderen

retro-opvoeding

“Ik zou niet kunnen opvoeden in deze tijd”, hoor ik menig zestigplusser zeggen. En ik snap wel een klein beetje wat ze bedoelen, het opvoeden gaat nu eenmaal ietsje anders dan vroeger. Waar je vroeger niks te zeggen had, hebben kinderen nu een mening die ze nog uiten mogen ook. Het zegt niks over goed of slecht, het zegt vooral dat tijden veranderen en het opvoeden ook.

Hier 12 keer het bewijs daarvan. 

1. Ik kan me herinneren dat ik op de hoedenplank van de achterbak lag terwijl mijn moeder naar huis reed. Ik lag daar omdat mijn broers en twee buurmeisjes al op de achterbank zaten. De hoedenplank was een prima plekkie voor mij als jongste van het stel.
Nu dienen kinderen vervoerd te worden in een goedgekeurd autostoeltje, het liefst met Isofix-bevestiging voor de extra veiligheid. Geen haar op een moeders hoofd die eraan denkt om te gaan rijden met een kind op de hoedenplank.

2. Een eigen identiteit, met eigen kapsel, dat hadden we niet. Ik kan me vooral het bloempotkapsel herinneren, welke bij mij vooral aan de voorkant gebruikt werd. Wat resulteerde tot een pony vanaf mijn kruin, zo groot. Vandaag de dag zie je de meest kekke kapsels, hoe klein ze ook zijn, voorbij komen.

3. Vroeger nam je als kind weleens ongegeneerd een colaatje bij de lunch. Nu durf ik amper uit te spreken dat mijn peuter weleens cola dronk.

4. Ik denk dat ik een jaar of acht was dat ik weleens naar de supermarkt werd gestuurd om een pakje peuken te halen. Überhaupt je kind alleen naar de supermarkt sturen, zonder mobiele telefoon of gps tracker, kunnen we al niet meer indenken. Laat staan voor een pakje sigaretten.

5. Als kind woonden wij aan een 80 kilometer weg, wat inhield dat de auto’s daar 80 mochten rijden. Oké toegegeven, toentertijd reden er aanzienlijk minder auto’s op de weg. Maar ik fietste op die weg, ik liep langs die weg naar mijn vriendinnetje en ik speelde op en langs de weg. Vandaag de dag zou er acuut melding gedaan worden bij het AMK als een moeder dat toe zou laten.

6. Vroeger moesten wij naar school fietsen. En ik kan je vertellen, ik woonde niet tegenover school. De basisschool was ruim drie kilometer fietsen en naar de middelbare school tikte ik de 10 kilometer aan. Slechts een enkele keer, bijvoorbeeld bij windkracht 8, streek mijn moeder haar hand over het hart en bracht ze ons naar school met de auto. Vandaag de dag zijn daar enkel een paar regendruppels voor nodig.

7. Ik kan me herinneren dat ik de hele straat af ging om een bezoekje te brengen bij alle buren. Meestal stonden de deuren open en kon je gewoon naar binnen lopen. Even een praatje maken, of een bosje bloemen brengen, geplukt uit eigen tuin (van de buren). En we hebben fantastische buren hoor, maar verder dan drie huizen komen mijn kinderen niet. Een kopje suiker halen op de hoek van de straat? Stel je voor dat ze met een kopje cocaïne terugkomen? Zou zomaar kunnen, ik ken ze namelijk niet.

8. Je huis babyproof maken? Je ouders zetten ergens een ledikant neer en kochten misschien wat babykleertjes, als ze die al niet ergens tweedehands kregen, en that’s it. Vandaag de dag wordt er iets heel anders verstaan onder je huis babyproof maken. Om te beginnen wordt er een beveiligingscamera met bewegings- en geluidssensor geïnstalleerd op de babykamer. Waar je vroeger weleens een vinger tussen de deur had, hangt er nu een deurstopper. Net als je jatten tussen de keukenla, dat gaat ook niet meer lukken dankzij de ladestoppers. Je kanis op het puntje van je salontafel? Deze komt nu iets zachter terecht op de beschermende tafelhoekjes. Vingers in het stopcontact heb ik nooit begrepen, want dat past toch helemaal niet? Maar ook daar krijgen kinderen vandaag de dag de kans niet meer voor, want deze worden afgesloten door de stopcontactbeveiligers.

9. Jij hebt een dikke huid, werd me altijd verteld. Insmeren deden mijn ouders sporadisch, wellicht te weinig, maar aan vitamine D geen gebrek. Nu wordt er al bij het zien van de eerste zonnestralen dwangmatig gesmeerd met een waterproof factor 500, die er nooit meer vanaf gaat.

10. Weet je nog dat je, als je jarig was, snoep mocht trakteren? Zo leuk en lekker! Vandaag de dag worden er alleen nog biologisch verantwoorde traktaties geserveerd op een bpa vrij dienblad.

11. Ik heb wat afgewacht in de auto. Als mijn moeder snel een boodschap deed, of mijn vader ergens iets ophalen moest. En nee dat gebeurde niet tijdens een hittegolf, want gezond verstand hadden mijn ouders heus wel. Vandaag de kan kun je nog geeneens even afrekenen bij het tanken zonder dat je autoraampje ingetikt wordt.

12. In discussie gaan met je ouders, je kon het een keer proberen maar dan had je het voorlopig ook wel weer afgeleerd. Je had gewoon te luisteren. Dat hebben kinderen nog steeds. Ze doen het alleen niet.

Afbeelding: Shutterstock