Drie kinderen binnen vier jaar. Over vier jaar…

Vroeger, lang geleden, toen ik nog onwetend was, dacht ik dat ik over vier jaar wel aan kinderen toe zou zijn. Die gedachte veranderde door de jaren heen niet. Jarenlang dacht ik dus over vier jaar aan kinderen toe te zijn. Op een dag kwam het besef dat ik nooit iets anders zou denken. Hoewel de jaren voorbij vlogen, zou het nooit ‘over vier jaar’ worden. Ik zou er nooit aan toe zijn, het perfecte moment zou nooit komen. Toen ik dat besefte, zo rond mijn dertigste verjaardag in 2007, was het ineens ‘over vier jaar’.

In 2008 werd mijn eerste dochter geboren en er gebeurde iets bijzonders. Het ‘over vier jaar’ kwam terug als ‘binnen vier jaar’. Want meer kinderen? Ik moest er niet aan denken dat we als we uit de luiers en slapeloze nachten zouden zijn, hier weer opnieuw aan moesten beginnen. Daar voelde ik me veel te oud voor. Nee, dan hadden we vier jaar eerder aan kinderen moeten beginnen. Meer kinderen? Dat moet dan binnen vier jaar gebeuren.

En zo gebeurde het. Zoals ik al zei, werd in 2008 mijn eerste dochter geboren. Binnen vier jaar kwamen daar in 2011 een zoon en in 2012 nog een dochter bij. Sindsdien puilt onze kliko regelmatig uit van de luiers, is het begrip nachtouders ons niet vreemd, worden we regelmatig gillend gek van onze zesjarige, kleuter en peuter, is ons huis nooit opgeruimd en bestaan de woorden ‘snel’ en ‘even’ niet meer in onze vocabulaire.

Ja, achteraf denk ik wel eens dat de fase ‘over vier jaar’ een stuk gemakkelijker was dan de fase ‘binnen vier jaar’, want met drie kleintjes is ons leven meestal een complete chaos. Toch heb ik er geen spijt van. Hoewel soms wat slaperig, genieten we van ons gezin en het gezinsleven. En ook het “binnen vier jaar” loont, want wat is het fijn om te zien hoe de kinderen samen groot worden en ik weet zeker dat ze nu binnen vier jaar uit de luiers zullen zijn!

Kinderen stellen vragen

Kinderen stellen vragen. Héél veel vragen. Nee, in het begin nog niet natuurlijk, eerst moeten ze leren praten. Het begint zo schattig met een paar woordjes en dan ineens verandert je kind in een soort pratend Duracell konijn. Het praten begint zodra je kind wakker wordt en houdt pas op als het ’s avonds slaapt.

De eerste twee jaar leer je je kinderen lopen en praten. De daarop volgende zestien jaar hoop je dat ze eindelijk eens stilzitten en stil zijn.

Zodra een kind een beetje kan praten begint het vragen te stellen. De vragen behelzen niet veel meer dan wie, wat en waarom. Dus ”wie is dat?” ”wat is dat?” en ”waarom is dat?”. Daar kun je nog wel wat mee, maar op een gegeven moment worden de vragen natuurlijk moeilijker.

Toen mijn kleuter vier was vroeg ze me op een avond “Papa, waarom is de lucht ‘s avonds zwart?”. Moest ik hier antwoord op geven? De vraag was moeilijk, zou ze een serieus antwoord begrijpen? Ik besloot een poging te wagen.

“Nou kijk, de zon draait om de aarde. En als de zon aan de andere kant van de aarde staat, dan valt het licht op de andere kant van de aarde. Daar is het nu dag en hier is het nu nacht.”, zeg ik. Mijn kleuter is tevreden met deze uitleg en ik krijg een “Oh, ok!” ter bevestiging. Daarmee lijkt de kous af te zijn.

De volgende dag vertel ik dit aan mijn collega’s en die geven mij meteen een lesje sterrenkunde. De aarde heeft een draaiing om haar as en de aarde draait ook nog om de zon. De draaiing van de aarde om haar as zorgt ervoor dat het hier dag en nacht is. Het is duidelijk, ik zat er nogal naast, maar zal het onthouden.

Een paar weken later vraagt mijn kleuter ineens: “Papa, de zon draait toch om de aarde? Daarom is het hier nu toch donker en ergens anders nu licht?”.

Ok, mijn kleuter is dus in staat om antwoorden op moeilijke vragen te onthouden. Zal ik haar nu uitleggen dat mijn antwoord niet helemaal klopte? Nee, ik hou de illusie dat papa’s alles weten gewoon nog even in stand. Dit keer maak ik me er gemakkelijk van af: ”Dat klopt schat!”.

Er komt een dag dat mijn kleuter te moeilijke vragen gaat stellen, maar ik ben voorbereid. ”Google dat maar even lieverd!”

Ali Baba en de 40 rovers

Onze kinderen zijn gek op voorstellingen. Zelf voorstellingen geven, maar ook naar voorstellingen kijken. Vooral musicals doen het erg goed bij mijn zesjarige. Zij kan altijd weken nagenieten als we naar een musical zijn geweest. Heeft ze een cd-tje met de muziek, dan wordt deze binnen een maand helemaal grijs gedraaid. En de scenes die ze grappig vond, verteld ze aan iedereen die het maar horen wil.

Zulk enthousiasme moet je stimuleren, dus we nemen haar graag mee uit.

Dit keer gingen we naar „Ali Baba en de 40 rovers”. Wij hebben voor kleinere kinderen al een aantal voorstellingen van theater Terra gezien en kwamen altijd met stralende peuters weer thuis. Maar dit keer hadden we toch enige twijfel of de jongedame het leuk zou vinden. Voornamelijk omdat haar voorkeur uitgaat naar prinsesserige sprookjes, maar ook omdat deze voorstelling een 8+ label heeft, maar we besloten het erop te wagen.

Onze twijfels bleken onterecht. Vanaf het begin van de voorstelling zat ons meisje met een gelukzalige glimlach op het puntje van haar stoel. De spannende stukjes konden haar niet spannend genoeg zijn en hoorde ik haar nu echt al zachtjes een refreintje meezingen? Deze voorstelling was weer top, zoals we eigenlijk al van theater Terra gewend zijn.

Na de voorstelling, loodste mijn date me nonchalant langs het tafeltje waar cd-tjes werden verkocht.  En aangezien ik haar de napret gun, luisteren we nu al het hele weekend naar de liedjes van Ali Baba en de 40 rovers. Ik zag haar zelfs al oefenen, om net zo te dansen als Morgiana.

Ali Baba en de 40 rovers is een van de bekendste en meest vertelde sprookjes ter wereld. Het verhaal komt uit de eeuwenoude Arabische sprookjes van 1001 nacht en Theater Terra heeft hier een compleet nieuwe familiemusical op gebaseerd. Echt een aanrader om je samen met je kleintje te laten betoveren door de sprookjesachtige wereld van 1001 nacht! Ali Baba en de 40 rovers is geschikt voor iedereen vanaf 8 jaar.

Kijk voor meer informatie en de volledige speellijst van Ali Baba en de 40 rovers op www.theaterterra.nl

Uit de oude doos: De magnetische portemonnee

Wie kent ”Married with Children” nog? Al zijn zuurverdiende geld ziet Al Bundy als opgaan aan zijn kinderen. Kijk maar, het begint elke week al met het zakgeld:

Mijn kinderen zijn nog niet zo ver dat ze al zakgeld krijgen. Als zij al om geld vragen is het hoogstens omdat zij in één van de vele kiddy-rides op onze vaste route door het winkelcentrum willen. Maar hoewel ze de waarde van geld nog niet kennen, is een portemonnee voor hen net als een magneet voor ijzer.

Hoewel ik mijn portemonnee altijd al angstvallig buiten hun bereik bewaar, laat vrouwlief haar portemonnee nog wel eens slingeren. En als de kleintjes dat ontdekken is het hek van de dam. Ze trekken zich, zodra de kans zich voordoet, stiekem met de portemonnee terug. Bij voorkeur gaan ze uit het zicht in een klein hoekje achter de bank zitten.

Eerst worden alle pasjes in de portemonnee eens één voor één goed bekeken. Als het pasje niet interessant meer is, is het volgende pasje aan de beurt. Uiteraard worden de pasjes niet meer terug in de portemonnee gestoken, maar liggen in een boog verspreid om de ontdekkingsreiziger heen. Zijn de pasjes op, dan zijn er natuurlijk nog briefgeld en muntjes om nader te onderzoeken.

Meestal ontdekken wij tijdens het onderzoeken van het muntgeld dat er een misdaad gaande is, want dat muntgeld rinkelt zo lekker als je het op de grond laat vallen. De ontdekking gaat gepaard met een verschrikte gil van mijn vrouw. „Neeeee, niet weeeeer!”

En hoewel vrouwlief zich elke keer weer voorneemt haar portemonnee niet meer te laten slingeren, weet ik wel beter. Het is slechts een kwestie van tijd…

Zijn dromen bedrog?

Zijn de meeste dromen echt bedrog? Of toch niet?

Al jaren droomde ik van een bruine labrador. ‘Een hond? Ja, als we een boerderij hebben en hij in een hok in de tuin kan leven. Een hond in huis, dat gaat NOOIT gebeuren!’, waren de stellige woorden van mijn wederhelft.

Maar ik nam er de tijd voor. Jarenlang plantte ik overal zaadjes. Kocht ik een fotolijstje, dan was het precies dat lijstje waar zo’n standaardplaatje van een labrador in zat. Liep er op straat een labrador voorbij, dan wees ik er even naar. Kwam er een film met een labrador op tv, dan zaten wij voor de buis. En had een collega een nieuwe pup, dan vertelde ik dat regelmatig tijdens het avondeten. (‘Oh, had ik dat al verteld, nou ja, het is echt een droppie hoor.’)

Maar eindelijk is het zover, na jaren van hersenspoelen, genieten we nu met het hele gezin van mijn droom.

Bumba-Lily

Wat mijn wederhelft alleen nog niet weet, is dat dit pas de helft van mijn droom is. In mijn droom banjert Zwabber de oude bruine labrador (ok, Zwabber werd Lily de blonde labrador) door mijn grote schuur. In deze schuur, vol met gereedschap, een mooie werkbank en zelfs een brug, leg ik op een warme avond in het voorjaar van 2024 de laatste loodjes aan mijn zelf gerestaureerde Porsche 911 cabrio uit 1977.

porsche

Om deze droom waar te maken zal ik nog wel een paar jaar aan het hersenspoelen zijn, hier gaat nog heel wat tijd en inspanning in zitten, dus ik kan er maar beter snel mee beginnen. Vanavond laat ik deze website op de pagina met Porsche onderdelen openstaan op de computer, zodat vrouwlief deze morgenochtend eerst weg moet klikken voor ze haar favoriete blogs kan lezen. Vanaf morgen geef ik goedkeurende knikjes naar elke oude Porsche die voorbij komt rijden. En je kan wel raden wat voor cadeautje mijn zoon onder de kerstboom zal vinden…

Eens kijken hoe lang het duurt voor dit zijn vruchten af zal werpen!

 

Een hondenleven! Week 2

Voor ik mijn verslag van week 2 begin, moet ik je vertellen dat ik al lang droomde van een bruine labrador. Ik zou haar Zwabber noemen. Helaas gooide vrouwlief en dochter al jaren geleden roet in het eten. Zij bezworen mij nooit van hun leven een hond als huisdier te willen hebben. Om een lang verhaal kort te houden: uiteindelijk heeft het zes jaar geduurd en heb ik alle mogelijke manieren van manipulatie en hersenspoeling moeten toepassen, maar ineens was daar Lily, een schat van een blonde labrador.

En nu over onze tweede week met Lily. Deze week verliep beslist iets anders dan voorzien. Mijn wederhelft won een uitje naar de premiere van Marco Polo. En omdat wij het niet over ons hart konden verkrijgen Lily en onze andere kinderen bij iemand achter te laten, zag ik haar samen met een vriendin naar New York vertrekken. En ik bleef achter. Één man, drie kinderen en één pup.

koe-vangt-lily
Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt…

Vrouwlief vier dagen naar New York, betekende dus dat er voor mij een jongleeract tussen kinderen, werk, huishouden en pup begon. Geen gemakkelijke taak. Maar, ik zag ook wat kansen om mijn droom met betrekking tot een hond tot in de puntjes waar te maken. Vastbesloten deze kans te grijpen, maakte ik een lijstje:

  • Lily bruin verven
  • Lily leren alleen nog maar op de naam Zwabber te reageren

Maar ik had het onderschat. Lily is nog lang niet zindelijk, de enige zwabber die eraan te pas kwam, werd gebruikt om haar ongelukjes op te ruimen. En dat kostte me tijd, veel tijd. Geen tijd om mijn lijstje af te werken dus, maar Lily heeft deze week wel het een en ander geleerd:

  • Humor: Terwijl ik haar (bij -1!) in de achtertuin met een hondenbrokje stond aan te moedigen om buiten te komen plassen, keek Lily me lachend aan, draaide zich om en plaste midden in de woonkamer.
  • De overtreffende trap van humor: terwijl ik het plasje opruimde, liet ze in de andere hoek van de kamer een grote geurende hoop voor me achter.
  • Vluchtroutes in de woonkamer: Woensdagavond zag ik haar op iets verdachts kouwen. Bang dat ze zich erin zou verslikken, kwam ik in actie. Na drie rondjes om de bank gerend te hebben en een snoekduik er overheen, kreeg ik haar te pakken. En wat bleek ze in haar bek te hebben? Zie de foto onderaan…
  • Kinderen op het schoolplein: Lily kent inmiddels alle kinderen op het schoolplein bij naam. En ik ook. Alle kinderen kennen Lily wel van naam, maar geen van de kinderen heeft opgemerkt dat er telkens iemand met Lily meeloopt over het schoolplein.

En wat heb ik geleerd?

  • Zet nooit, maar dan ook nooit, de bak met hondenvoer naast de vuilnisbak. Dat blijkt té verwarrend.

Tot volgende week!

Verdacht voorwerp
Al die moeite voor…

‘Uit de oude doos’ Daar krijg je vierkante ogen van…

Ik probeer mijn kinderen nu al een aantal jaar aan te leren dat ze niet te dicht op te tv moeten zitten. Zonder veel succes overigens. Want als ik ze er niet op heterdaad op betrap, dan kan ik aan alle vette vingers op mijn mooie platte tv wel zien dat ze er véél te dicht op hebben gezeten. Mijn dringende advies “Jongens, niet te dicht bij de tv zitten, dat is niet goed voor je ogen!” wordt compleet genegeerd!

Het voordeel van dichtbij de televisie zitten is dat je het dan allemaal veel beter hoort. Ik denk dat dat de reden is dat mijn kinderen beter naar de televisie luisteren dan naar mij.

Gelukkig zijn er tegenwoordig allemaal van die leuke educatief verantwoorde series op televisie. Zo spreekt mijn kleuter van vijf bijvoorbeeld al ‘vloeiend’ engels dankzij Dora en haar neefje Diego. En laatst hoorde ik mijn kleuter tot mijn grote verbazing tegen haar broertje zeggen “Niet zo dicht bij de televisie zitten, daar krijg je vierkante ogen van!”. In eerste instantie dacht ik nog dat ze eindelijk mijn advies ter harte had genomen, maar even later besefte ik me dat ik te term ‘vierkante ogen’ nog nooit gebruikt had. Nee, dit heeft ze natuurlijk van Abi geleerd…

https://www.youtube.com/watch?v=80UfdzgRD9U

Abi is een serie over een meisje dat in de Bijlmer woont. Elke aflevering gebeurt er wel iets dat haar bijzondere interesse heeft. Zelfs een deur verder komt ze al in heel andere culturen terecht en leert ze bijzondere mensen kennen. In één aflevering zegt haar vader dat ze niet te dicht bij de tv moet zitten, ‘daar krijgt ze vierkante ogen van’. Prompt komt ze bij een vriendje thuis waar iedereen graag tv kijkt en waar ze allemaal ‘vierkante ogen’ hebben…

Ja jongens, ga voortaan maar lekker dicht bij die televisie zitten, daar steek je tenminste wat van op!

De tandenfee

Onze tandenfee is heel hard op haar achterhoofd gevallen. Dat denk ik tenminste. Kreeg ik vroeger van haar een kwartje voor een tand, mijn kleintje kreeg laatst een cadeau waar Sinterklaas zich niet eens aan waagt. Er lag nota bene een heel groot spel onder haar kussen. Je zou toch zeggen dat die tandenfee gek geworden is? De kleine vindt dit natuurlijk helemaal geweldig en hoewel ze al fan van de tandenfee was, is ze nu écht fan.

Nu moet ik zeggen dat de inzet van mijn kleine meid ook prijzenswaardig is. Zij geniet met volle teugen van haar losse tanden. Voelt zij een klein beetje speling in een tand, dan begint ze er met twee handen aan te trekken. Begint ze gewoonlijk keihard te krijsen bij een druppeltje bloed uit een schrammetje, als haar loszittende tand een paar druppeltjes bloed geeft, is het juist een aanmoediging om vooral nog even door te wrikken. Als de tand uiteindelijk geen krakende geluiden meer geeft, maar leuk rondjes draait in haar mond. Speelt ze er nog een uurtje mee, en als dat begint te vervelen, trekt ze tand koelbloedig uit haar mond en komt ons triomfantelijk melden dat we wel even “Hoera!” mogen roepen.

Ikzelf kan dit nauwelijks aanzien, de krakende geluiden en de tanden scheef in haar mond, het continue aan de tanden zitten. Het geeft mij koude rillingen. Ik kijk nog liever een horrorfilm waarin mensen met kettingzagen achterna gezeten worden.

Maar de kleine is nu de allergrootste fan van de tandenfee en haar inzet is ruim beloond. Een volgende keer wordt het ritueel er dus vast niet beter op, daarom tref ik mijn eigen voorbereidingen voor een volgende losse tand. Ik ga niet meer hulpeloos toekijken, hoe mijn kleine meid haar gebit verbouwd. Zit er weer een tand los, dan staat mijn vluchtkoffer klaar en ga ik een weekje op mijn werk logeren. Ik meld me dan pas weer thuis als ik een ontvangstbevestiging van de tandenfee gehad heb…

Naar de haaien?

In eerste instantie wist ik niet zo goed wat ik van deze voorstelling van Oorkaan moest verwachten. Zou de zesjarige dit wel leuk vinden? Maar wie niet waagt, die niet wint. Dus wij gingen samen naar de haaien.

Afgelopen zondag vonden wij ons plekje in het concertgebouw. Amsterdam. Dochterlief wist, net als ik, niet zo goed wat ze moest verwachten. Nieuwsgierig keek ze naar de instrumenten die al op het podium stonden.

Muzikanten Ro Krauss, Willem van Baarsen, Rogier Bosman, Sanne van Delft en Jon Bittman zijn de Wëreldbänd en samen bespelen ze meer dan 100 instrumenten. In naar de haaien vertellen ze het verhaal van vijf broers die wel een vader, maar geen liefde hebben. Maar ze hebben elkaar en ze vertellen elkaar verhalen over koning zijn, ontdekkingsreiziger, prinses, of zeerover.

Zodra de voorstelling begint, zie ik hoe dochterlief gegrepen wordt door de muziek en het spel. Dit is een voorstelling waar haar fantasie geprikkeld wordt. Waar ze het verhaal niet begrijpt, vult ze het gewoon zelf in. Humor, interactie en spanning houden het, ook als ze het even niet volgt, leuk voor haar. En voor mij. Samen snuiven we cultuur! Oh, en wist ik vooraf niet zo goed of ze dit wel leuk zou vinden, een volgende keer neem ik haar gerust weer mee naar een voorstelling van de Wëreldbänd.

Heb je ook zin om samen met je kleintje uit te gaan. Naar de haaien speelt tot 23 april op verschillende plaatsen in het land. Let wel op: dit is, terecht, een voorstelling voor kinderen vanaf 5 jaar.

naardehaaienFoto: Boy Hazes

Een verloren wedstrijdje…

Mijn kleuter is een kleuter. Zeg ik ja, dan zegt zij nee.
Zeg ik nee, dan zegt zij ook nee, want ze weet dat ik ja bedoel. Tja, zo gaat dat met kleuters.

Maar ik heb de oplossing gevonden en demonstreer het trots aan mijn vrouw. Het is tijd om ons avondritueel te beginnen. Naar boven, even spelen, douchen, pyjama aan, tandenpoetsen en naar bed. Ik stel me zo voor dat dit bij anderen altijd vlekkeloos verloopt, maar bij ons gaat het meestal niet zonder slag of stoot.

“Let op”, zeg ik tegen mijn vrouw.
“Fenne?”, roep ik naar mijn kleuter. En als ik haar aandacht heb: “Ik heb een goed idee. We doen een wedstrijdje, wie het eerste boven…”. Nog voor mijn zin af is, zet ik het op een sprintje naar de trap. En mijn plan slaagt, ik ben nog geen twee treden de trap op en ze stuift me al voorbij. “Ik heb gewonnen!”, roept ze triomfantelijk bovenaan de trap.

Met een big smile kijk ik mijn vrouw aan, maar krijg niet het applaus dat ik verwacht.
“Dat moet je echt niet doen hoor, zo gaat ze overal een wedstrijdje van maken…”, zegt ze. En daarna: “dit mag je alleen maar doen als het echt niet anders kan hoor!”.
Ze weet natuurlijk al dat ik dit trucje echt nog wel eens ga toepassen, maar probeert mijn enthousiasme wat te begrenzen. En ik denk dat het allemaal wel los zal lopen.

De dagen daarop pas ik mijn meesterlijke truc stiekem nog twee keer toe. Het werkt geweldig goed. Een waar wondermiddel. Mijn kleuter is als was in mijn handen. Ik voel me de koning van het opvoeden. Wat is het leven toch mooi!

Tot dag drie…

Mijn vrouw loopt alvast met de twee andere kinderen naar boven. Ze zijn al halverwege de trap als mijn kleuter hen met luide stem beveelt terug te komen: “Stooop! Zo kan ik geen wedstrijd doen, allemaal naar beneden!”.

Tja…