
Wie zelf is opgegroeid in de jaren 80 of 90 en inmiddels kinderen heeft, zal het waarschijnlijk regelmatig denken: hoe deden mijn ouders dat vroeger eigenlijk? We hadden geen smartphone waarop we ieder moment konden opzoeken of die rode vlek op de arm van onze baby normaal was. Geen WhatsApp-groep van de klas, geen ouderapp waarin je precies kon zien wat je kind die dag had gedaan en ook geen Google Maps waarmee je kon controleren waar je kind uithing. Toch zijn we groot geworden.
Ouderschap is in een paar decennia behoorlijk veranderd. Niet alleen omdat de technologie zich razendsnel heeft ontwikkeld, maar ook omdat onze ideeën over kinderen, veiligheid, opvoeding en de rol van ouders zijn veranderd. Sommige dingen zijn echt anders geworden, terwijl andere dingen eigenlijk verrassend hetzelfde zijn gebleven.
Van ‘ga maar buiten spelen’ naar een berichtje in de groepsapp
Een van de grootste verschillen zit misschien wel in de vrijheid die kinderen vroeger kregen. In de jaren 80 en 90 was het heel normaal dat kinderen na school hun jas ergens neergooiden en naar buiten gingen. Je moeder wist ongeveer waar je was, maar hoefde niet precies te weten bij welk huis je op dat moment aan het spelen was. Als het donker werd of etenstijd was, kwam je vanzelf weer thuis.
Tegenwoordig weten ouders vaak veel beter waar hun kinderen zijn. Een berichtje sturen is zo gedaan en met een smartphone kunnen kinderen bereikbaar zijn zodra dat nodig is. Dat geeft een gevoel van veiligheid, maar het heeft ook een keerzijde. Kinderen krijgen daardoor soms minder vanzelfsprekende vrijheid om zelf op ontdekkingstocht te gaan.
De manier waarop we naar veiligheid kijken is sowieso veranderd. Dingen die vroeger heel normaal werden gevonden, zouden veel ouders nu waarschijnlijk niet meer zo snel doen. Kinderen alleen naar school laten fietsen, buiten spelen zonder dat een volwassene in de buurt is of een hele middag ergens rondhangen zonder dat je precies weet waar ze zijn: het voelt tegenwoordig voor veel ouders toch anders.
Geen schermtijd, want er waren nauwelijks schermen
Wie als kind in de jaren 80 of 90 leefde, had natuurlijk ook schermen. We hadden televisie, videobanden, computers en later spelcomputers. Maar het scherm zat nog niet de hele dag in onze broekzak.
Je kon niet even snel een filmpje op YouTube kijken terwijl je aan tafel zat. Er was geen TikTok, geen Instagram en geen tablet waarmee een peuter zichzelf een uur kon vermaken. Als je televisie wilde kijken, moest je wachten tot het programma begon. En als je een programma had gemist, had je simpelweg pech.
Dat betekent niet dat kinderen vroeger automatisch beter speelden of dat schermen tegenwoordig alleen maar slecht zijn. Technologie heeft ook ontzettend veel voordelen gebracht. Kinderen kunnen ermee leren, contact houden, creatief bezig zijn en de wereld ontdekken. Maar voor ouders is er wel een nieuwe opvoedvraag bijgekomen: hoeveel schermtijd is eigenlijk goed voor mijn kind?
Dat is een vraag die ouders van vroeger simpelweg niet hoefden te beantwoorden.
Ouders hebben tegenwoordig veel meer informatie
Ook de manier waarop we informatie over opvoeding zoeken is compleet veranderd. Vroeger vroeg je het aan je moeder, buurvrouw, huisarts of consultatiebureau. Misschien stond er een boek over opvoeding in de kast.
Nu staat de complete wereld van opvoedinformatie binnen handbereik. Een baby die slecht slaapt? Even zoeken. Een peuter die ineens niet meer wil eten? Google. Twijfel over de ontwikkeling van je kind? Er zijn tientallen websites, forums en sociale media waarop andere ouders hun ervaringen delen.
Dat is ontzettend handig, maar het kan ouders ook onzeker maken. Want als je vroeger één advies kreeg, wist je misschien niet beter. Nu krijg je soms binnen vijf minuten twintig verschillende adviezen en lijkt iedereen het beter te weten.
Ik schreef eerder al over de verschillen tussen millennial-ouders en eerdere generaties en hoe onder andere internet, sociale media en een veranderende kijk op opvoeding onze manier van ouderschap hebben beïnvloed.
De opvoeding werd minder ‘omdat ik het zeg’
Ook de manier waarop we met kinderen praten is veranderd. Natuurlijk waren er vroeger ook ouders die veel overlegden met hun kinderen en nu zijn er nog steeds ouders die zeggen: omdat ik het zeg. Toch is er in het algemeen meer aandacht gekomen voor de gevoelens en mening van kinderen.
Een kind mag tegenwoordig vaker vragen waarom iets moet. We praten meer over emoties en proberen kinderen te leren benoemen wat ze voelen. Waar vroeger misschien sneller werd gezegd dat een kind niet zo moest zeuren, proberen veel ouders nu eerst te begrijpen waar het gedrag vandaan komt.
Dat betekent niet dat kinderen tegenwoordig geen grenzen meer krijgen. Integendeel. Alleen de manier waarop ouders grenzen stellen is veranderd. Er wordt meer gesproken over positief opvoeden, emoties reguleren en samen zoeken naar oplossingen.
Van buitenspelen naar georganiseerde activiteiten
Nog iets dat veranderd is: de manier waarop kinderen hun vrije tijd doorbrengen. Vroeger betekende een vrije woensdagmiddag misschien gewoon buiten spelen. Een bal, een springtouw, een paar stoepkrijtjes en je had een middag.
Tegenwoordig staat de agenda van veel kinderen behoorlijk vol. Voetbal, zwemles, muziekles, scouting, turnen, speelafspraken en kinderfeestjes: er is ontzettend veel te doen.
Dat is natuurlijk prachtig. Kinderen krijgen kansen om allerlei interesses te ontdekken en talenten te ontwikkelen. Tegelijkertijd wordt er steeds vaker gesproken over het belang van vervelen. Niet ieder moment hoeft ingevuld te worden. Soms ontstaat juist uit verveling het leukste spel.
Misschien is dat wel een van de dingen die we opnieuw kunnen leren van vroeger: een kind hoeft niet altijd iets te dóén.
En toch zijn kinderen nog steeds gewoon kinderen
Ondanks alle verschillen is er ook ontzettend veel hetzelfde gebleven. Kinderen willen nog steeds spelen, ontdekken, lachen en grenzen opzoeken. Ze maken ruzie met hun broertje of zusje en vijf minuten later liggen ze samen op de bank. Ze willen niet naar bed wanneer het bedtijd is en blijken de volgende ochtend ineens niet uit bed te kunnen komen. En de dingen die je moeder vroeger tegen je zei, rollen nu uit jouw mond.
Een kind kan nog steeds helemaal gelukkig worden van een grote kartonnen doos, een hut onder de tafel of een plas waar je eigenlijk niet in mag springen.
Misschien is dat uiteindelijk het mooiste aan het vergelijken van ouderschap door de jaren heen. De wereld rondom kinderen verandert voortdurend, maar kinderen zelf blijven op veel manieren verrassend hetzelfde.
We hebben tegenwoordig meer informatie, meer technologie en misschien ook meer aandacht voor opvoeding dan ooit. Maar uiteindelijk zijn we nog steeds ouders die proberen uit te zoeken wat goed is voor hun kind. Soms met een opvoedboek, soms met Google en soms gewoon door op ons gevoel af te gaan.
En misschien zouden we daar af en toe best wat meer vertrouwen in mogen hebben.