Wanneer je de moeder van ‘dat kind’ bent…

opvoeden

Iedereen kent ‘dat kind’. Dat kind dat rond rent, terwijl de rest netjes stil blijft staan. Dat kind dat zo opstandig doet, eigenwijs en ongehoorzaam. Dat kind dat gaat krijsen als het hem niet zint. Dat kind dat nooit zijn vinger opsteekt, maar direct roept wat hij denkt. Dat luidruchtige kind, dat bazige kind, dat kind dat niet kan afwijken van zijn maniertjes. Dat kind waar niemand mee spelen wil. Dat kind dat nooit wordt uitgenodigd voor kinderfeestjes. 

Iedereen kent ‘dat kind’, maar niet iedereen is de moeder van ‘dat kind’.

Ik wel, ik ben de moeder van ‘dat kind’. Ik loop hand in hand met dat kind het schoolplein op. Ik hoor de veroordelingen, zonder dat ze hardop uitgesproken worden. Ik voel de ogen prikken. En ik begrijp het. Ik begrijp de frustraties van de andere kinderen en ouders. Ik probeer mijn kind te sturen. Maar hij is stuurloos.

Ik zou willen dat iedereen eens een dagje in mijn schoenen kon staan. Dat iedereen eens kon voelen hoe het is om de moeder van ‘dat kind’ te zijn. Maar ook om je te laten zien dat ‘dat kind’ ook heel grappig, lief en gevoelig kan zijn.

Er zijn dagen dat ik school en het schoolplein niet onder ogen wil komen. Soms schaam ik me. Soms voel ik me compleet uitgeput. Mensen zullen zeggen dat ‘dat kind’ strakkere regels nodig heeft, eens een keer goed opgevoed moet worden of erger nog, ze zullen tegen hun kind zeggen dat ze maar uit de buurt van ‘dat kind’ moeten blijven. Hij is niet slecht, hij heeft gewoon moeite met bepaalde vaardigheden. En ja, het doet ook een beetje pijn. Het feit dat het gedrag van mijn kind stuurloos is, doet pijn. En de veroordelingen die daar bovenop komen, maken de wond alleen maar groter.

Hij loopt soms vast in zijn ontwikkeling. Hij heeft hulp nodig. Ik heb hulp nodig. Om hulp vragen is geen teken van opgeven, het betekent juist dat je niet opgeeft. ‘Dat kind’ heeft professionele hulp nodig en passende begeleiding. Maar ook hulp van andere ouders. En daarom vraag ik als moeder van ‘dat kind’, heb een beetje inlevingsvermogen. Inlevingsvermogen is voor ‘dat kind’ soms een hele opgave, maar voor jouw kind misschien een simpele gave. ‘Dat kind’ weet niet altijd hoe hij dingen aanpakken moet, jouw kind kan hem daar misschien bij helpen. ‘Dat kind’ heeft niet altijd de vaardigheden om af te kunnen wijken van zijn plan, jouw kind heeft de vaardigheid om flexibel te zijn.

En nee, ik vraag niet of de complete wereld zich wil aanpassen. Ik vraag om een beetje hulp en inlevingsvermogen, zodat op een dag jouw kind hem niet meer zal zien als ‘dat kind’, maar als iemand die gewoon een beetje meer hulp nodig heeft…


 

dat kind