Niet goed gelukt

Tiamo

Alsof de vrijheid, de tropische sferen ons in een soort van overmoedige stemming brachten, namen we tijdens iedere vakantie grote besluiten. Na onze eerste vakantie werd het samenwonen. Na de tweede kochten we een huis en hopsa, na een heerlijk weekje Turkije gingen we voor een kind.
Na de tweede cyclus was het gelijk raak. En na negen maanden plus negen dagen kregen we ons eerste goed gelukt exemplaar. Een kind doet de was! Dachten we… 

Met nu ons gezin (wat klinkt dat toch raar in het begin!) gingen we weer eens op grote besluiten vakantie. Een tweede exemplaar zou toch ook wel aardig zijn. Na ik-weet-niet -hoeveel cycli waren eindelijk weer in ‘blijde verwachting’. Maar meer dan een verwachting mocht het niet worden. De verwachting werd een teleurstelling.
Mocht je een blij verhaal verwachten en geen zin in drama, stop dan nu met lezen!
Het leek mij toch een goed plan er over te schrijven, met het idee dat iemand die het ook meemaakte er wat aan kan hebben. Met respect natuurlijk voor ieders verhaal, maar dit is de mijne.

Na tien weken was het echotijd. Enthousiast, nieuwsgierig en nietsvermoedend gingen we naar ons kleintje kijken. En die mevrouw maar zoeken naar een hartje dat klopte…
‘Nee hoor, ik ben bang dat het niet goed is.’ Huh wat?
Naïef genoeg had ik met die optie geen rekening gehouden. Maar we moesten het nog laten bevestigen door een gynaecoloog. Drie hele dagen wachten op de afspraak met de beste man, waar ik vast en zeker ging horen dat de echo mevrouw het gewoon niet goed gezien had.

De heel vriendelijke man in zijn witte jas wist ons heel mooi uit te leggen dat het op zich al een wonder is hoe zo’n klein mensje gemaakt wordt. Dat het verrassend is dat het zo vaak goed gaat. En dat de natuur er voor zorgt dat een zwangerschap wordt afgebroken als er iets niet goed is gegaan in het wonderlijke proces. Ik hoorde nu bij de één op de zes waarbij dat niet goed gaat. En inderdaad, na die tijd, als je het er over gaat hebben, lijkt bijna iedere vrouw in je omgeving bij die één op de zes te horen.
Wilde ik een natuurlijk verloop of een curettage? Vervolgde de aardige man. Met genoeg uitleg hoor, maar hoe moest ik dat in hemelsnaam weten? Het was nou niet echt mijn dagelijkse kost.

Ik weet niet meer of ik daar al tranen liet of later buiten pas. Voor we de auto in stapten zijn we eerst een stukje gaan lopen en hebben we samen een sigaret gerookt. (Waarom niet, snap je.)
Om te concluderen dat het mooi klote was, zo’n teleurstellende verwachting. Verder hebben we het er eigenlijk nooit meer zo over gehad. Behalve een keer: ‘Heb jij er nog last van?’ ‘Nee, jij?’ ‘Nee, het was maar een verwachting…’
We kozen voor de natuurlijke weg. Dat klonk zo natuurlijk en daarom beter. Dus ja, dan maar afwachten tot het op gang gaat komen. En wat doe je dan in die tijd? Nou, werken. Zo vreemd om rond te lopen in de wetenschap dat er een dood wezentje in je buik zit. Het waren onwezenlijke dagen. Net voor de dag dat er dan toch maar een curettage gepland werd, voelde ik ‘s morgens ineens iets knappen onder in mijn buik.

Als je niet tegen bloederig kunt, stop dan hier met lezen.
Ik zeg voor een volgend leven: nooit meer ‘natuurlijk’! Al weet ik uiteraard niet hoe het met een curettage gaat.
Ik was alleen thuis en de voorraad dikke inleggers die we in huis moesten halen waren binnen 10 minuten doordrenkt. Voorbij de gêne, liet ik door mijn schoonvader een nieuwe voorraad aanrukken. Krampend van de pijn en nadat de nieuwe voorraad inclusief een stapel handdoeken er aan moesten geloven, belde ik maar naar het ziekenhuis. Stomste vraag ever: bloed ik meer dan normaal? What the. ..! Hoe weet ik nu wat normaal is!
Nou ja als het aan het einde van de dag nog zo was moest ik maar terug bellen. What the. ..! Aan het einde van de dag dus gebeld en mochten we naar het ziekenhuis.
Moest ik toch al dat bloed eerst even van me afspoelen voor ik in de auto stapte. En toen viel het in bad. Een klein propje bloed. Onherkenbaar en niet meer dan een propje bloed. Het zou vergaan in de mijn buik, had de vriendelijke gynaecoloog gezegd. Ik heb het weggedaan.

Toch naar het ziekenhuis, want het bloed bleef stromen. Of ik me even uit wilde kleden en naar de onderzoekstafel lopen. Serieus?!? Kunnen ze daar echt niets beters voor verzinnen? Met een spoor van bloed door de hele kamer en op en onder de stoel en met al haar gynaecologische apparaten onder het bloed, kregen we te horen dat het ergste nu voorbij was en er niets meer in mijn buik te zien was.

Het is goed zo. De natuur heeft er voor gezorgd dat wij geen kind kregen met vier ogen, drie benen en weet ik niet wat voor ondraaglijke beperkingen.
Het enige wat ik nog heb van dit kindje, van de verwachting van dit mensje, is het kleine knuffeltje dat je altijd krijgt bij de verloskundige. Die koester ik.

En na weer enorme lange tijd iedere maand hopen en denken dat ik zwanger was, (ook zo’n ziek grapje van de natuur, dat aankomende ongesteldheid het zelfde voelt als zwanger zijn!) kregen wij een wondertje. Ons tweede goed gelukte exemplaar.