Back to school, de voor- en de nadelen

Het is weer zover. De zomervakantie zit erop. De schooltassen mogen weer van zolder, de broodtrommels worden afgestoft en de wekker mag na zes weken eindelijk weer uit zijn coma worden gehaald. Het huis gaat zich langzaam weer vullen met schoolspullen, gymkleding en briefjes waarvan je je afvraagt waarom ze niet gewoon digitaal kunnen.

En eerlijk gezegd weet ik niet helemaal wat ik ervan moet vinden.

Aan de ene kant kijk ik ernaar uit. Heel erg zelfs.

Na zes weken vakantie is het namelijk best lekker als iedereen weer een beetje zijn eigen ritme krijgt. Want hoe leuk vakantie ook is, na een tijdje weet je niet meer welke dag het is, hoe laat het is en vooral: wat je nu weer moet verzinnen om de kinderen bezig te houden.

Geen wekker, heerlijk!

De eerste weken van de vakantie zijn heerlijk. Geen wekker, geen gehaast en geen ochtend waarin je om 7.38 uur nog op zoek bent naar een gymshirt terwijl je kind om 7.45 uur op school moet zijn. We ontbijten wanneer we wakker worden, blijven rustig wat langer in pyjama zitten en bepalen eigenlijk per dag waar we zin in hebben. Het klinkt ideaal en dat is het ook.

Tot ongeveer week drie.

Dan begint het gebrek aan structuur toch een beetje zijn tol te eisen. De kinderen hebben hun vriendjes al gezien, alle leuke uitstapjes zijn inmiddels bekend terrein en de zin “ga lekker buiten spelen” heeft na verloop van tijd ongeveer dezelfde uitwerking als wanneer je tegen een puber zegt dat hij zijn kamer moet opruimen.

“Wat zullen we vandaag doen?”

Een vraag die tijdens de vakantie steeds vaker klinkt.

En als moeder is dat best bijzonder. Want blijkbaar wordt er van mij verwacht dat ik zes weken lang een compleet activiteitenprogramma uit mijn mouw schud. Een soort zomerse versie van een animatieteam, maar dan zonder salaris, zonder vrije dagen en met verantwoordelijkheid voor het avondeten.

Dus ja, ergens begint het na een paar weken toch te kriebelen.

School.

Kom maar door.

Structuur is fijn

Want school betekent structuur. En structuur is fijn. Niet alleen voor kinderen, maar stiekem ook voor moeders. We weten weer waar we aan toe zijn. De dagen hebben een begin en een einde. Er zijn vaste tijden, vaste afspraken en hopelijk iets minder kinderen die om half elf ’s ochtends al vragen wat we vanavond gaan eten.

En dan is er natuurlijk nog een ander groot voordeel.

Rust.

Een huis met kinderen is nooit helemaal stil. Zelfs als ze niets zeggen, maken ze geluid. Een televisie die aanstaat, deuren die open en dicht gaan, voetstappen op de trap, muziek uit een slaapkamer en altijd wel ergens iemand die “mam?” roept.

Als ze weer naar school zijn, is het ineens stil.

Echt stil.

En die stilte voelt op de eerste schooldag bijna als een cadeautje.

Warme koffie

Je zet koffie en drinkt hem op terwijl hij nog warm is. Je kunt iets opruimen zonder dat het vijf minuten later opnieuw overhoop ligt. Je kunt werken zonder iedere paar minuten te worden onderbroken. Je kunt naar de supermarkt zonder dat je langs het snoepschap hoeft te onderhandelen over waarom er vandaag écht geen zak chips mee naar huis gaat.

Je kunt zelfs gewoon even zitten.

Zonder dat iemand vraagt waarom je zit.

Dat is best fijn.

Maar dan komt het moment waarop je merkt dat die rust ook een andere kant heeft.

Want als je eenmaal thuis bent en je hebt je eerste warme kop koffie op, is het huis wel heel stil.

En ineens mis je ze.

Dat is het rare aan moederschap. Je kunt wekenlang uitkijken naar het moment waarop ze weer naar school gaan en op de eerste ochtend dat het daadwerkelijk zover is, sta je toch even met een brok in je keel.

Niet omdat je niet blij bent dat ze gaan.

Maar omdat je ineens beseft hoe snel alles gaat.

Ze staan daar met hun nieuwe schoolspullen, misschien een nieuwe tas of schoenen, en opeens lijken ze weer een stukje groter. Je kijkt naar ze en denkt: wanneer is dit gebeurd?

Je weet natuurlijk dat kinderen groeien. Dat ze ieder jaar een klas opschuiven, nieuwe dingen leren en steeds zelfstandiger worden. Dat is precies wat je voor ze wilt.

Maar ergens is dat ook het moeilijke.

Je wilt dat ze groot worden.

Je wilt dat ze zelfstandig zijn.

Je wilt dat ze hun eigen vrienden hebben, hun eigen interesses ontwikkelen en uiteindelijk hun eigen leven leiden.

Maar je wilt ondertussen ook dat ze soms nog gewoon naast je op de bank kruipen.

En dat ze je nodig hebben.

Klaarmaken

Misschien is dat wel het meest tegenstrijdige aan moeder zijn: je bent voortdurend bezig ze klaar te maken om zonder jou de wereld in te gaan, terwijl je ondertussen wenst dat de tijd af en toe even stil blijft staan.

En school maakt dat ineens heel zichtbaar.

Want met school komt ook de drukte weer terug.

De wekker gaat vroeg. De ochtendspits begint. Er moeten broodtrommels worden gevuld, haren worden gekamd, tanden worden gepoetst en ergens is altijd wel één schoen verdwenen. Er zijn gymdagen, huiswerkdagen, ouderavonden, studiedagen en activiteiten waarvoor je kind je natuurlijk precies de avond ervoor vertelt dat er morgen iets meegenomen moet worden.

En dan begint het plannen weer.

Wie moet waar wanneer zijn? Wie haalt wie op? Wanneer moet er gesport worden? Wanneer eten we? Wanneer moet er huiswerk gemaakt worden? En hoe kan het dat de agenda na één week school alweer voller staat dan tijdens de hele vakantie?

De rust is terug, maar de drukte ook.

En dat is misschien wel het grootste verschil tussen vakantie en school. Tijdens de vakantie heb je minder structuur, maar meer tijd. Tijdens school heb je meer structuur, maar minder tijd.

En misschien missen we daarom de vakantie zo snel.

Niet omdat we die zes weken allemaal fantastisch vonden. Er waren heus dagen waarop we elkaar achter het behang konden plakken. Dagen waarop iedereen moe was, niemand wist wat hij wilde en het begrip “gezellig samen” behoorlijk overschat bleek.

Maar er waren ook de kleine momenten.

Samen ontbijten zonder haast. Nog een ijsje halen omdat het toevallig mooi weer was. Een middag waarop je helemaal niets gepland had en uiteindelijk toch iets leuks deed. Te laat naar bed omdat het vakantie was. Een kind dat ineens naast je kwam zitten om iets te vertellen. Samen lachen om iets wat eigenlijk helemaal niet zo grappig was.

Dat zijn de momenten die je waarschijnlijk later onthoudt.

Niet de dagen waarop je drie uur in de auto zat omdat je naar een uitje wilde waar uiteindelijk niemand zin in had. Ook niet de ruzie over wie er op welke plek op de achterbank mocht zitten. Zeker niet het zwembad waar je na twintig minuten alweer naar huis wilde.

Maar juist die kleine, ongeplande momenten.

En die verdwijnen weer een beetje zodra school begint.

Dus ja, ik ben blij dat ze weer gaan.

Rust

Ik kijk uit naar de rust, naar mijn koffie, naar mijn eigen tijd en naar een huis dat een paar uur per dag weer van mij is. Ik ben blij dat de kinderen hun vriendjes weer zien, nieuwe dingen leren en hun eigen wereld weer instappen.

Maar ik vind het ook jammer.

Omdat de vakantie voorbij is. Omdat de zomer voorbij is. Omdat er weer een stukje tijd voorbij is dat niet terugkomt. En misschien is dat precies waarom back to school zo bitterzoet voelt. Je kunt ontzettend opgelucht zijn als je kind eindelijk door die schooldeur naar binnen loopt en tegelijkertijd hopen dat het nog één keer omkijkt.

Je kunt genieten van een stil huis en vijf minuten later verlangen naar dat lawaai.

Je kunt blij zijn dat je weer tijd voor jezelf hebt en toch om drie uur op de klok kijken omdat je weet dat ze bijna thuiskomen.

Want uiteindelijk is dat misschien wel het mooie van moeder zijn.

Je hoeft niet te kiezen. Je mag blij zijn als ze gaan én blij zijn als ze weer thuiskomen. En je mag genieten van de rust én de drukte missen. Je mag opgelucht ademhalen wanneer de schooldeur achter ze dichtvalt en ze een paar uur later met hun verhalen, vieze schoenen en honger weer binnenkomen.

Dus kom maar op met dat nieuwe schooljaar.

De wekker mag weer aan. Ik trek de broodtrommels weer uit de kast. En kom maar op, laat die agenda zich weer vullen.

En ik?

Ik ga eerst maar eens rustig mijn koffie opdrinken.

Want zolang die nog warm is, is het leven best goed.

Previous Article