Kind wil niet naar school: wat nu? 10 tips die kunnen helpen

“Ik wil niet naar school.”

Voor sommige ouders is het een zin die iedere ochtend terugkomt. Soms begint het al op zondagavond. Buikpijn, tranen, boosheid of ineens heel veel redenen waarom school écht geen goed idee is vandaag. En hoe vaker het gebeurt, hoe lastiger het wordt om te weten wat je moet doen.

Want wanneer moet je je kind een beetje aanmoedigen om toch te gaan en wanneer moet je juist luisteren naar het signaal dat er iets aan de hand is?

Een kind dat niet naar school wil, doet dat meestal niet zomaar. Achter het weigeren kunnen allerlei redenen zitten. Misschien vindt je kind school spannend, is er iets veranderd in de klas, zijn er problemen met een vriendje, is de hoeveelheid werk te veel of is je kind simpelweg moe en overprikkeld.

De eerste stap is daarom niet: hoe krijg ik mijn kind zo snel mogelijk de deur uit?

De eerste stap is: proberen te begrijpen waarom je kind niet wil.

1. Vraag rustig wat er aan de hand is

Als je kind ’s ochtends huilend zegt dat het niet naar school wil, is dat niet altijd het beste moment om uitgebreid te vragen waarom. De ochtendspits is vaak al spannend genoeg.

Probeer op een rustig moment het gesprek aan te gaan. Bijvoorbeeld na het eten, tijdens een wandeling of wanneer jullie samen in de auto zitten.

Vraag niet alleen: “Waarom wil je niet naar school?” maar probeer wat specifieker te zijn.

“Wat vind je het moeilijkste aan school?”

“Is er iets waar je tegenop ziet?”

“Hoe is het in de klas?”

“Met wie speel je in de pauze?”

“Wat vind je leuk op school en wat vind je niet leuk?”

Sommige kinderen kunnen goed vertellen wat er speelt. Andere kinderen zeggen alleen “ik weet het niet”. Dat betekent niet automatisch dat er niets aan de hand is.

2. Neem de gevoelens van je kind serieus

Het kan verleidelijk zijn om te zeggen:

“Maar het is toch helemaal niet erg?”

Of:

“Je vindt school altijd leuk.”

Goed bedoeld, maar daarmee kan je kind het gevoel krijgen dat zijn of haar gevoelens niet terecht zijn.

Probeer liever iets te zeggen als:

“Ik snap dat je het spannend vindt.”

“Dat klinkt inderdaad vervelend.”

“Ik zie dat je hier echt mee zit.”

Je hoeft het probleem niet meteen op te lossen. Alleen al weten dat mama of papa luistert en begrijpt dat het moeilijk is, kan een groot verschil maken.

3. Kijk of er iets veranderd is

Een kind dat opeens niet meer naar school wil, kan reageren op een verandering.

Misschien is er een nieuwe juf of meester. Een vriendje is verhuisd. Er zijn nieuwe kinderen in de klas. De groep is anders geworden. Er is iets gebeurd tijdens de pauze of je kind heeft een vervelende opmerking gekregen.

Maar het kan ook iets kleins lijken dat voor een kind juist heel groot voelt.

Een andere plek in de klas. Een spreekbeurt. Een toets. Gym. Een schoolreisje. Een nieuw onderdeel van de les.

Probeer daarom niet alleen te kijken naar grote problemen. Soms zit de oorzaak in iets waarvan volwassenen denken: daar zou ik me toch niet druk om maken?

Voor een kind kan dat anders zijn.

4. Vraag het ook aan de leerkracht

Je kind ziet school vanuit zijn eigen perspectief. De leerkracht ziet weer andere dingen.

Vertel de leerkracht dat je kind niet graag naar school gaat en vraag hoe het op school gaat. Doet je kind mee in de klas? Heeft het vriendjes? Lijkt het ontspannen? Zijn er bepaalde momenten waarop je kind zichtbaar moeite heeft?

Een gesprek met de leerkracht kan soms verrassend veel duidelijk maken.

Misschien merkt de leerkracht bijvoorbeeld dat je kind tijdens de pauze alleen staat, terwijl je kind daar thuis helemaal niets over vertelt.

Andersom kan het ook. Misschien gaat het op school eigenlijk prima en speelt er iets anders.

Samen kun je dan beter zoeken naar een oplossing.

5. Maak de ochtend zo voorspelbaar mogelijk

Voor sommige kinderen is vooral de ochtend stressvol. Er moet van alles gebeuren en er is weinig tijd.

Aankleden, ontbijten, tandenpoetsen, haren kammen, tas pakken en dan ook nog op tijd de deur uit.

Maak daarom zoveel mogelijk een vaste ochtendroutine.

Leg de avond ervoor de kleding klaar. Pak samen de schooltas in. Zet de schoenen bij de deur en gebruik eventueel een eenvoudig stappenplan met plaatjes voor jonge kinderen.

Hoe minder dingen er ’s ochtends onverwacht gebeuren, hoe rustiger de start van de dag kan zijn.

6. Geef kleine keuzes

Als je kind zich machteloos voelt, kunnen kleine keuzes helpen.

Niet:

“Wil je vandaag naar school?”

Want als het antwoord “nee” is, heb je een probleem.

Geef keuzes waar beide antwoorden goed zijn.

“Wil je je blauwe of je groene shirt aan?”

“Wil je eerst ontbijten of eerst aankleden?”

“Zullen we samen naar school fietsen of zal ik je brengen?”

Je kind krijgt daarmee een gevoel van controle, zonder dat de discussie over wel of niet naar school gaan opnieuw begint.

7. Maak afscheid nemen niet te moeilijk

Sommige kinderen vinden vooral het afscheid lastig. Hoe langer je blijft staan bij het schoolplein, hoe moeilijker het soms wordt.

Spreek samen een vast afscheidsritueel af.

Een knuffel, een kus en bijvoorbeeld altijd dezelfde zin:

“Veel plezier vandaag, vanmiddag kom ik je weer halen.”

Daarna ga je.

Dat kan voor jou als ouder ontzettend moeilijk zijn wanneer je kind huilt. Maar als je steeds terugkomt voor nog een knuffel, nog een kus en nog één keer uitleggen dat alles goed komt, kan het afscheid juist steeds groter worden.

Natuurlijk is ieder kind anders. Als je kind extreem overstuur raakt, is het belangrijk om samen met school te kijken wat het beste werkt.

8. Beloon niet alleen het ‘braaf naar school gaan’

Het kan verleidelijk zijn om een beloningssysteem te maken:

“Als je vijf dagen naar school gaat, krijg je…”

Dat kan tijdelijk werken, maar probeer ook aandacht te geven aan de stapjes die je kind zet.

“Je vond het spannend en toch ben je naar binnen gegaan.”

“Je hebt vandaag zelf je tas gepakt.”

“Je vertelde me wat je moeilijk vond.”

Daarmee laat je zien dat je niet alleen kijkt naar het eindresultaat, maar ook naar de moeite die je kind ervoor doet.

9. Kijk naar het gedrag achter de weerstand

Niet ieder kind zegt letterlijk: “Ik ben bang.”

Sommige kinderen worden boos.

Andere kinderen krijgen buikpijn, hoofdpijn of huilbuien. Weer andere kinderen worden heel stil of trekken zich terug.

Let daarom niet alleen op de woorden “ik wil niet naar school”, maar ook op het gedrag.

Is je kind vooral op zondagavond verdrietig? Gebeurt het alleen op dagen waarop gym is? Heeft je kind vooral moeite met de pauze? Of is de weerstand iedere ochtend even groot?

Dat soort patronen kunnen belangrijke aanwijzingen geven.

10. Blijf niet te lang alleen aanmodderen

Een paar spannende ochtenden zijn natuurlijk niet meteen reden tot paniek. Maar wanneer het probleem aanhoudt, erger wordt of een grote invloed heeft op het dagelijks leven van je kind, is het verstandig om hulp in te schakelen.

Praat met de leerkracht en intern begeleider of zorgcoördinator op school. Samen kunnen jullie bekijken wat er speelt en welke ondersteuning mogelijk is.

Blijft je kind langdurig weigeren om naar school te gaan of zijn er duidelijke signalen van angst, pesten, somberheid of lichamelijke klachten? Neem dit dan serieus en bespreek het ook met de huisarts of een andere passende professional.

En als je kind morgenochtend weer zegt: “Ik wil niet naar school”?

Probeer dan eerst even adem te halen.

Je hoeft het probleem niet binnen vijf minuten op te lossen.

Zeg bijvoorbeeld:

“Ik hoor dat je niet naar school wilt. Ik zie dat je het moeilijk vindt. We gaan samen uitzoeken waarom. Eerst gaan we ons aankleden en ontbijten en daarna praten we verder.”

Daarmee erken je het gevoel, maar houd je tegelijkertijd de ochtend voorspelbaar.

Want uiteindelijk is het doel niet om je kind simpelweg iedere ochtend naar school te krijgen.

Het doel is om te begrijpen waarom school zo moeilijk voelt en ervoor te zorgen dat je kind zich daar weer veilig, gezien en prettig kan voelen.

En soms begint dat met iets heel kleins:

Even luisteren.

Niet meteen oplossen.

Niet zeggen dat het wel meevalt.

Maar gewoon vragen:

“Vertel eens. Wat maakt school vandaag zo moeilijk?”


Uitgelichte afbeelding: Shutterstock

Previous Article
Pauline is moeder van een drietal en probeert naast haar kinderen ook al ruim 12 jaar deze website in leven te houden. Na jaren schrijven bleek de pen niet alleen goed te zijn voor mooie en waardevolle blogs, maar kan de pen ook tekeningetjes maken! Van deze tekeningetjes worden er weer leuke printables gemaakt die gebruikt kunnen worden tijdens kinderfeestjes, babyshowers en andere momenten om spelletjes te spelen. Hoe dan ook, er zitten nog genoeg ideeën in de pen. Dus kom gerust regelmatig langs om te checken welke inkt er nu weer op het papier is gekomen.