Je zegt nu sorry! Of toch niet?

Kinderen maken weleens ruzie. Nou ja, ok, mijn kinderen maken weleens ruzie. Met elkaar, maar ook met andere kinderen. Soms wordt er heel onaardig gedaan en soms wordt er zelfs geduwd, geknepen of geslagen. Als ouder spring je daar altijd meteen tussen, want dat willen we natuurlijk echt niet hebben. En het eerst wat wij ouders doorgaans dan ook roepen is: “zeg nu sorry!”

Herkenbaar?

Maar waarom willen wij zo graag dat woordje zo snel mogelijk uit het bekkie van ons kleintje horen? Misschien voelt het voor ons als de juiste reactie. Wij vinden dat het niet door de beugel kan en vinden het verschrikkelijk om ons kind als agressieveling te zien. En dus moet er zo snel mogelijk zand over. Misschien vinden we dat we het juiste voorbeeld moeten geven, wat op zich natuurlijk helemaal geen gek idee is.

Ik roep maar wat.

In de praktijk weigeren mijn kleintjes meestal om meteen sorry te zeggen na een vurig gevecht. En belanden in een nieuwe strijd, de strijd om het ‘sorry’ zeggen. En soms roepen ze meteen ‘sorry’, maar menen er ondertussen geen snars van.

Wat heeft het voor nut om ‘sorry’ af te dwingen?

Creëren we daar niet alleen maar nog meer frustratie mee?

Stimuleren om sorry te zeggen zou wellicht beter zijn. Niet meteen ‘zeg sorry!’ blèren, maar achterhalen waarom er gevochten werd en dan je kleintje laten nadenken. “Hoe zou jij het vinden om een beuk in je buik te krijgen en wat zou je dan verwachten van de ander om het weer goed te maken?”

Als ze daar dan eenmaal rustig over na kunnen denken, realiseren ze zich dat het inderdaad niet zo geinig was, wat er zojuist gebeurde.

En soms komt daar dan alsnog een ‘sorry’. Soms ook niet. Dan realiseert hij waarschijnlijk dat hij gewoon echt te ver is gegaan.

Een opvoedboek in de kast… bij mij?

Je zou het misschien niet denken, maar ik heb een aantal opvoedboeken in de kast staan. Heel soms pak ik ze er zelfs even bij. Gewoon om weer even bewust te worden van mijn eigen handelen, wat dus niet altijd even soepel loopt. Zo ook het opvoedboek How2Talk2Kids, je zult er vast wel eens van gehoord hebben. Een boek dat vooral gericht is op communiceren met kinderen, op een positieve manier. In dit artikel lees je mijn ervaringen.

How2Talk2Kids

Een van mijn favoriete opvoedboeken is How2Talk2Kids wel. In dit boek wordt uitgelegd hoe je effectief kunt communiceren met kinderen. Hoe je beter kunt omgaan met de negatieve gevoelens van je kleintje en toch je grenzen blijft aangeven. Hoe je kleintje de verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag en zelf met oplossingen leert komen. Hoe je je kleintje effectief prijst en je je kleintje bevrijdt uit een vaste rol. En dat allemaal voor meer zelfvertrouwen en een positiever zelfbeeld bij je kleintje. Klinkt mooi, vind je niet? En toch ga ik regelmatig de mist in, zoals die ene keer, toen ik ‘mama ik haat je‘ naar mijn hoofd kreeg geslingerd. Deze manier (How2Talk2Kids) van communiceren moet je blijven oefenen, maar oefening baart kunst.

En je moet er ook open voor staan! Je moet open staan om het communiceren met je kinderen op een andere manier toe te passen. Je zult zien dat je het dan ook op een andere manier gaat ervaren. Maar dan nog, blijf je snel in je eigen valkuilen vallen. Het boek geeft je dan houvast. Is het de oplossing voor het probleem van de belabberdere communicatie tussen kinderen en hun ouders? Nee, een opvoedboek kan het probleem nooit helemaal oplossen. Dat kunnen alleen de ouders zelf.

Broers en zussen zonder rivaliteit

Sinds kort stuit ik op een ander probleempje. Namelijk het communiceren tussen mijn kleintjes onderling. En daar heb ik nu het tweede boek van How2Talk2Kids voor in huis. Broers en zussen zonder rivaliteit. Hoog nodig, want soms schieten de woorden ‘vreet elkaar dan maar op’ door mijn hoofd. En nee, dat is niet echt fraai en niet zoals ik het zou willen. In dit boek krijg je praktische handvaten om beter om te gaan met de negatieve gevoelens tussen de kleintjes. Maar ook hoe je ze kunt begeleiden bij het oplossen van hun conflicten. Ik ben heel benieuwd en ik zal het ook zeker laten weten als ik het boekje en de uitwerking daarvan onder de knie heb.

h2t2k

Wat je niet wist… Een broer!

Er zijn héél veel dingen die je van te voren niet weet als je ergens aan begint. Maar goed ook, want dan zou je er ook niet aan beginnen… Of toch wel?

Vorige week vertelde ik hoe het is om een ‘jongens-mama’ te zijn. Maar hoe is het voor meisjes om een broer(tje) te hebben?

Wat je niet wist… totdat je een broer had.

Deze regel gaat voor mij niet op. Als jongste met twee broers boven mij heb ik altijd al geweten hoe het is om een broer te hebben. Het hebben van een broer heeft zo z’n voor- en nadelen:

– Broers winden er geen doekjes om. Als ze vinden dat je een dikke reet krijgt, zullen ze je dat ook duidelijk laten weten. Is dat een voor- of nadeel? Ik weet het niet.

– Broers jatten je kleren niet uit je kast. Althans, niet dat ik weet. Ik heb het in ieder geval nooit gemerkt.

– Broers krabben je niet of trekken niet aan je haar. Maar ze geven je een stomp op je arm of binden je armen op je rug net zo lang totdat je ‘genade’ roept.

– Dankzij je broer worden je sociale kringen vergroot. Rond de pubertijd krijg je er heel veel (tijdelijke) vriendinnen bij. Uiteindelijk kom je erachter dat die vriendschappen heel ergens anders om draaiden…

Maar goed, dit gebeurt voornamelijk allemaal in de puberteit. Maar waar hebben kleine meisjes, mijn meisjes dus, mee te stellen als ze een broer(tje) hebben? Of eigenlijk moet mijn mannetje het met zijn zussen stellen, het is maar hoe je het ziet.

– Een broer(tje) is heel handig om voor je uit te duwen als je zelf iets heel eng vindt.

– Een broer(tje) is heel handig om de de schuld te geven voor iets dat verdwenen, of kapot gegaan is. Je kunt hem ook de schuld geven van de bende die er gemaakt is.

– Ook kleine jongetjes houden van stoeien en kleine zusjes zijn de beste prooien.

– Grote zussen zijn maar voor een korte tijd groter en sterker, voor ze het weet is dat kleine broertje groot.

– Maar een broer(tje) is de enige die zijn zus(je) mag afslachten en is haar grootste plaaggeest, maar heeft ze hulp nodig dan springt hij voor haar in de bres.
En zo beschermt hij z’n kleine zusje voor vervelende zandgooiende jochies in de zandbak. Kom niet aan zijn zusje!

– Als een broer iets krijgt, denkt hij altijd aan zijn zus. ‘Heb je er ook één voor mijn zus?’, vraagt hij dan. En zo niet, dan deelt hij het. OK, dat altijd is niet helemaal altijd, maar meestal wel. Echt. Een broer kan heel lief zijn.

– Een broer(tje) pakt op de juiste momenten de hand van zijn zus(je) vast en ontdekt het liefst samen met haar de wereld. En dat ontdekken kan alleen maar met gekibbel gaan. Dat moet ook, want uit onderzoek is gebleken dat broers en zussen die veel hebben gekibbeld, een zeer hechte band hebben.

broer is lief