Een nieuwe fiets

Als onze oudste een rondje op haar fietsje fietste, zag het er niet alleen uit alsof Charlie Chaplin hoogstpersoonlijk uit zijn slapstick geplukt was en in een 6-jarig kinderlichaampje op een 16” fietsje was gezet. Maar na anderhalf jaar in de tuin begonnen er ook spontaan onderdelen van het fietsje af te vallen en kon je dochterlief van verre aan horen komen, door het gepiep en gekraak van de roestige ketting en alle aanlopende delen van het fietsje. Het was dus hoog tijd om op zoek te gaan naar een nieuwe en wat grotere fiets.

Ik besloot ons schoolkind inspraak te geven en toonde haar op marktplaats een paar plaatjes van tweedehands fietsjes in de juiste maat, binnen ons budget en binnen een straal van 10 kilometer. Hoe voorspelbaar koos de jongedame voor een fiets met een roze mandje voorop. Na enig onderhandelen kon ik deze een weekje later afhalen en dochterlief blij maken met de nieuwe aanwinst. Niets bijzonders zul je denken. En inderdaad, wat is hier zo bijzonder aan?

Het bijzondere is, dat ik dochter nog zelden zo blij met iets gezien heb. Trots toont ze de fiets aan iedereen die ’m nog niet gezien heeft, maar ook controleert ze elke avond of de fiets wel netjes, op slot, in de schuur staat. Is ze het vergeten, dan vraagt ze me soms zelfs voor het slapen gaan of ik het nog even wil controleren. Dit is een enorm contrast met haar interesse voor al het andere speelgoed, dat van haar rustig in weer en wind in de tuin mag blijven liggen… En hoewel ik dit allemaal al geweldig vind, is er zelfs nog slagroom op de taart: de afgelopen weken, heeft ze me al drie keer met een enorme knuffel bedankt, omdat ik zo’n mooie fiets voor haar gekocht heb!

Geweldig toch, ik kan niet wachten tot ze deze fiets ook weer ontgroeid is en we weer een nieuwe voor haar kunnen uitzoeken!

Nieuwe fiets

Opeens weet je het…

Luizen.

Voordat je schoolkinderen hebt, heb je als papa meestal zelden iets over luizen gehoord. Laat staan dat je je er druk over maakt. Voor de onwetenden zal ik bij deze vast een tipje van de sluier oplichten.

Als je kinderen eenmaal naar school gaan, kom je erachter dat er in het begin van zo’n schooljaar er een ware luizenklopjacht gestart wordt. Luizen blijken verschrikkelijk irritante beestjes, die zich in de vakantieperiodes blijkbaar goed weten te vermenigvuldigen en zich binnen een mum van tijd weten te verspreiden over al die kleine kinderkopjes. En van die kinderkopjes, is het blijkbaar maar een klein stapje naar de haren van de ouders.

Daarom zie je zo vlak na de vakantie ineens overal mensen met luizenkammen en shampoo in de weer, een enkeling zie je zelfs met een vuilniszak om zijn hoofd gebonden in de tuin zitten. (Da’s geen grapje!) Je krijgt nieuwsbrieven over de luizenzakken waarin de jassen op school opgeborgen worden en natuurlijk worden er op school ook weer luizenmoeders gezocht…

Gelukkig hebben wij zelf nog geen luizen van dichtbij hoeven bewonderen, en daar ben ik maar wat blij mee, want als ik de klopjacht en de maatregelen zo van een afstandje bekijk, dan is dat echt geen pretje!

Maar goed, gaan jouw kinderen ook bijna naar school? Wees niet verbaasd als je ineens iemand met een vuilniszak om zijn hoofd gebonden in de tuin ziet zitten…

ja-papa-luizenmoeder

Pin It

Grrr… Netflix!

De vakantie is weer voorbij, en hoewel het fantastisch was, eindigde onze vakantie met een zwaar geïrriteerde peuter…

Op een regenachtige dinsdag besloten we dat onze vakantie toch echt voorbij was. Nadat we de auto en dakkoffer hadden volgepropt met een tent en alles wat je bij het kamperen nodig hebt, bleken er nog net drie plaatsjes voor de kinderen te zijn en, wonder boven wonder, pasten we zelf ook nog in de auto. We waren wel vijf uur verder, maar uiteindelijk reden we aan het eind van de middag, vanaf de camping in Zuid-Frankrijk de nacht en Nederland weer tegemoet.

Toen we na een fastfooddiner nog zo’n acht uur rijden voor de boeg hadden, vertoonden de kinderen nog geen verschijnselen van vermoeidheid. We besloten om de vrede in de auto te bewaren, door wat moderne hulpmiddelen tevoorschijn te halen.

De kleuter op de derde zitrij mocht filmpjes kijken op een tablet. De peuter op de tweede zitrij kreeg een portable dvd-speler in zijn handen gedrukt en de minipeuter kreeg een iPad met daarop wat spelletjes.

Op een gegeven moment begon de minipeuter te mopperen. Vrouwlief zat achter het stuur, dus ik wurmde me half over de stoelen heen, om te kijken wat er loos was. Was het spelletje vastgelopen? Nee, de jongedame probeerde, waarschijnlijk op zoek naar een van haar lievelingsfilmpjes, Netflix te starten. Ik legde haar uit dat je op onze iPad voor Netflix een WiFi verbinding nodig hebt, en dat we die in de auto niet hebben. En stel dat we die wel hadden, dan was Netflix in Frankrijk niet beschikbaar… „Maar morgen, lieverd, mag je thuis weer Netflix kijken! Speel nu maar weer even een spelletje.”

Mevrouw leek niet heel blij met dit nieuws, maar begon weer wat op de iPad te klikken. Ik liet me weer in de voorstoel zakken. Af en toe liet de minipeuter nog wat gegrom horen vanaf de achterbank, maar ik besloot er niet te veel aandacht aan te besteden. Na een half uur begon ik me toch af te vragen wat het gegrom inhield. Met wat moeite kon ik zien hoe ze Netflix opstartte, de melding dat er geen internet was wegklikte, even gromde en Netflix weer afsloot. Daarna startte ze Netflix weer op, klikte de melding weg, gromde weer geïrriteerd en sloot Netflix weer af…

Tja, wat heb je als tweejarige tegenwoordig nog aan een iPad zonder Netflix?! Ik weet het ook niet…

Grote Boze Hulk

We waren op de camping in Frankrijk. En op de camping in Frankrijk is altijd wat te beleven. 

Ik loop ’vroeg’ in de ochtend over de camping. Voor me loopt een moeder met twee kinderen. Ze heeft haar handen vol aan de stokbroodjes en croissantjes die ze net bij het winkeltje gehaald heeft. Haar dochtertje huppelt naast haar en haar zoontje fietst vrolijk op zijn fietsje om haar heen. Het idee aan een ontbijt met stokbroodjes, de warme ochtendzon op mijn gezicht en dit vrolijke tafereeltje voor me, heb ik helemaal zin in de dag. Ik zie hoe het jongetje nog een keer vrolijk lachend om zijn moeder heenfietst, oh stuurfoutje, maar moeder springt lenig opzij. Ik glimlach erom, maar schrik als moeder ineens ontploft. ”NU is het genoeg geweest! Je houdt nu op, ik ben er HELEMAAL klaar mee!”, gilt ze naar het jongetje…

’Wat is hier nu net gebeurd?’, vraag ik me af.

Later in de week breng ik mijn vuilnis naar de vuilcontainers bij de ingang van de camping. De zon brandt al flink, het is heet, maar in gedachten lig ik al in het zwembad. Wat is het leven op de camping toch relaxed. Als ik mijn bolderkar vol vuilnis de laatste meters tegen de steile helling voor de containers optrek, zie ik hoe een vader zijn vuilnis in de auto heeft geladen en daar samen met zijn zoontje aan het lossen is. ’Gezellig als je kinderen je even helpen’, denk ik. Terwijl de vader een vuilniszak in de container gooit, zie ik hoe zijn zoontje met een ingespannen gezicht zijn uiterste best doet de laatste zware zak uit de auto te halen. Het is een zware klus voor het jochie, maar het lijkt hem te lukken… totdat de bodem van de zak scheurt. Beteuterd kijkt hij naar het hoopje vuilnis onder de zak en dan komt zijn vader terug en gaat volledig uit zijn plaat „ben je helemaal gek geworden! Blijf er dan ook met je fikken vanaf…”. Het jongetje staart verdrietig naar de grond en de boze vader begint al tierend met grote passen heen en weer te lopen tussen het hoopje vuil en de containers. 

‚Wat een lul!’, denk ik.

Maar dit kan mij ook overkomen. Hoewel mijn kinderen natuurlijk mijn eigen vlees en bloed, mijn schatjes, mijn alles zijn, kan ik ze af en toe echt wel achter het behang plakken. Soms weten die kleine etters mijn bloed werkelijk aan het koken te brengen. Eenmaal geïrriteerd, kan elke actie dat laatste druppeltje zijn dat ik nodig heb om te veranderen in de hulk. Groen van woede dwing ik ze te luisteren naar wat ik te zeggen hebt, want dit was écht de laatste keer dat ik dit onbeschofte gedrag van ze gezien heb. Nee, dit keer zijn ze echt te ver gegaan. Zo heb ik ze niet opgevoed, en dit wil ik ze echt nooit meer zien doen! Wat zijn die kinderen toch onredelijk en hoe halen ze het eigenlijk in hun hoofd?!

Zo rondkijkend op de camping, ben ik gaan beseffen dat ik niet de enige hulk op de wereld ben. Er zijn blijkbaar meer ouders met het hulk-syndroom. En als je aan het hulken bent, dan zie je het gewoon allemaal niet meer zo helder. Vaak zijn het helemaal niet de kinderen, maar juist de ouders die onredelijk zijn. De kinderen zijn gewoon kind, ze willen spelen, helpen en vooral veel leuke dingen doen. Soms zijn ze daarbij wat Oost-Indisch doof of onhandig… Dat zijn kinderen!

Nu eens kijken of ik me dit de volgende keer dat ik in een grote boze hulk verander ook nog kan herinneren…

Drie kinderen geleden…

drie kinderen geleden

Vroeger, drie kinderen geleden, had ik een systeem dat altijd werkte. Waar we ook heen gingen, ik had maar drie dingen nodig. Mijn sleutelbos, mijn portemonnee & mijn telefoon. Om te controleren of ik alles bij me had, hoefde ik alleen even op mijn broekzakken te kloppen.

Als we tegenwoordig de deur uit gaan, gaat het als volgt.

Ik begin mezelf vragen te stellen. Heb ik voldoende luiers voor 2 kinderen bij me? En luierdoekjes. Waar gaan we heen? Oh, ze kunnen er vies worden? Laat ik dan ook nog maar een extra setje kleding meenemen. Hoe lang blijven we weg? Een thermometer, potjes en nog maar een extra pak luierdoekjes. De hond, misschien wat brokken en niet te vergeten de poepzakjes. Een speen voor de peuter, check! Misschien willen de kinderen nog wat speelgoed mee? “Ok, jongens, hier hebben jullie je rugzakjes, stop er maar wat speelgoed in.”

Als we alles verzameld hebben, gaan we de kinderen helpen hun schoenen en jassen aan te doen. Er is er altijd eentje die op onverklaarbare wijze zijn sokken heeft laten verdwijnen. Hans Klok kan hier nog wat van leren. Goed, een nieuw paar sokken halen en de schoenen kunnen aan. Net als de kinderen hun schoenen en jassen aan hebben, bedenk ik me dat we toch wel drie kwartier in de auto zullen zitten. De kleuter moet toch eerst nog maar even naar de wc. Ondertussen trekt de peuter zijn jas en schoenen natuurlijk weer uit. Het zal ook niet hé? Uiteindelijk zijn we klaar om te gaan. Moet er nog een buggy mee? Nee, vandaag niet?

Ok, we gaan de deur uit. Waar staat de auto? Oh, aan de overkant. “Stop! Eerst kijken voor je oversteekt!”, roep ik uit automatisme nog net op tijd. Alle spullen worden in de achterbak geladen, we hijsen de kinderen in de kinderzitjes en we kunnen gaan.

Ik start de motor en voel dat ik iets vergeten ben. Ik begin op mijn broekzakken te kloppen en inderdaad…

Afbeelding: Shutterstock/blessings