Wat je niet wist… De jongste

Kijk, met zo een derde en in ons geval ook de jongste, kan ik mij heel goed identificeren. Zelf was en ben ik nog steeds ook een derde en jongste. Ik zag dat echt niet altijd als voordeel. Zo heb ik meerdere malen een zusje gewenst, dat leek me echt helemaal het einde. Nu, als ik naar mijn eigen kinderen kijk, zie ik aan de oudste dat dat echt niet altijd het einde is. Ze vinden hun jongste zusje lief hoor en houden heel veel van haar. Maar hoe vaak het afgelopen jaar de oudste heeft gezegd dat ze graag de minipeuter zou willen zijn, is niet meer op één hand te tellen.

Niet zo gek ook, want zo een derde en jongste wordt toch een beetje behandeld als een prinsesje. En ja, dat zou de oudste natuurlijk ook wel willen. Een derde krijgt al snel haar zin. Niet zozeer omdat ik geen zin meer heb in het opvoeden, maar toch kies ik vaak de makkelijke weg. Als ik de zesjarige bijvoorbeeld op tijd op school wil hebben, zit er niets anders op dan de minipeuter op te tillen en te dragen naar school. Ook al heb ik drie keer gezegd, ‘nee, je moet lopen’.

Hoe snel je de oudste groot wilt kijken, een jongste wil je klein houden. Het is je baby. Voor altijd. Dus hoezo leren lopen, leren praten, leren zelfstandig worden? Dat is niet nodig voor een baby, mama doet het wel.

Daar staat waarschijnlijk tegenover dat de jongste vaak ook de rebel is. Logisch natuurlijk als je nooit de kans krijgt om iets zelfstandig te doen, er is altijd wel iemand die het voor je doet. Is het je moeder niet, dan is het wel een broer of zus. En er komt een tijd, dan ontploft de bom. Want als alles altijd maar voorgekauwd wordt, word je helemaal hondsdol. Ongetwijfeld komt daar het rebelse karaktereigenschapje vandaan.

Ook neemt de jongste meer risico’s. Er is toch altijd wel iemand die haar opvangt. Dat blijkt wel uit het feit dat ze flierefluitend rondloopt, zonder ook maar even op of om te kijken of er nog wel iemand in de buurt is. Er wordt toch op háár gelet?

Een derde geeft ook wat praktische problemen. Neem het pretpark. Er moet altijd iemand alleen de achtbaan in. Neem mijn handen, ik heb er maar twee. Neem mijn zijkanten, heb ik er ook maar twee van. Lastig, als ze alle drie naast je willen zitten. Overigens heeft de jongste daar dan weer het minste last van, die krijgt namelijk altijd haar zin.

Een jongste hoeft als baby niet eindeloos naar een draaiende Woezel en Pip boven haar hoofd te kijken, maar gaat gelijk door voor de DUPLO. Naar de schattige muziekdeuntjes hoeft ze ook niet te luisteren, voor haar eerste jaar kan ze K3 al achterstevoren meezingen. En als tweejarige kun je al uitgebreid met LEGO friends en een racebaan spelen. En daar staat dan weer tegenover dat een jongste het over het algemeen moet doen met de afdankertjes van broer en zus.

En zo al met al is een jongste het feestnummer in huis. Vrijwel alles wat ze doet is grappig en we lachen er om, wellicht komt daar het sterk ontwikkeld gevoel voor humor vandaan. En met haar charmante puppy-ogen krijgt ze alles voor elkaar. Maar onthoud wel, zo een jongste is ook echt weleens gevoelig en niet altijd een clown!

jongste kind