Er komt een moment waarop je kind ineens ontzettend duidelijk laat merken dat hij of zij een eigen wil heeft. “Nee!” wordt een favoriet woord, zelf de schoenen aantrekken is ineens heel belangrijk en als jij probeert te helpen, kan dat zomaar leiden tot een complete peutercrisis. Als ouder kan het soms voelen alsof je kind van de ene op de andere dag veranderd is. Maar eigenlijk gebeurt er iets heel bijzonders: je kind begint steeds beter te ontdekken dat het een eigen persoon is, los van jou.
Dat besef ontstaat niet op één specifiek moment. Een baby wordt natuurlijk geboren als een apart mens, maar begrijpt in het begin nog niet echt dat mama, papa en zichzelf verschillende personen zijn. Voor een jonge baby loopt de wereld nog behoorlijk door elkaar. Jij bent degene die eten geeft, troost, knuffelt en reageert wanneer je baby huilt. Naarmate je kind ouder wordt, ontstaat er steeds meer bewustzijn van het eigen lichaam, de eigen wensen en uiteindelijk ook van zichzelf als persoon.
Eerst ontdekt een baby zijn eigen lichaam
Een van de eerste stappen in de ontwikkeling van een eigen zelfbeeld is het ontdekken van het eigen lichaam. Een baby kijkt naar zijn handen, beweegt met zijn voeten en ontdekt langzaam dat hij zelf iets in beweging kan zetten. Eerst gebeurt dat nog vrij toevallig. Een hand beweegt en opeens is daar iets interessants om naar te kijken. Later ontdekt je baby dat hij die hand zelf kan bewegen en bijvoorbeeld een speeltje kan pakken.
Dat lijkt misschien een klein dingetje, maar voor een baby is het een enorme ontdekking. Het kind begint namelijk te ervaren: ik kan iets doen en daardoor gebeurt er iets. Als ik mijn hand beweeg, beweegt mijn hand. Als ik tegen een speeltje duw, gaat het speeltje misschien van zijn plek. Zo krijgt een baby langzaam meer gevoel voor zijn eigen lichaam en voor de invloed die hij daarop en op zijn omgeving heeft.
Ook spiegels kunnen daarbij interessant worden. Jonge baby’s vinden het vaak prachtig om naar een gezicht in de spiegel te kijken, maar begrijpen in eerste instantie nog niet dat ze naar zichzelf kijken. Ze zien gewoon een interessant kindje dat terugkijkt.
Wanneer herkent een kind zichzelf in de spiegel?
Het herkennen van zichzelf in een spiegel is een belangrijke stap in de ontwikkeling van zelfbewustzijn. Dit gebeurt meestal ergens in de periode tussen ongeveer anderhalf en twee jaar, al verschilt dat natuurlijk per kind. Een bekende manier om dit te onderzoeken is de zogenaamde spiegelproef. Daarbij wordt bijvoorbeeld ongemerkt een klein vlekje op het gezicht van een kind aangebracht. Wanneer een kind bij het zien van de spiegel naar zijn eigen gezicht grijpt om het vlekje weg te halen, kan dat erop wijzen dat het begrijpt dat het spiegelbeeld zichzelf is.
Daarvoor vinden kinderen een spiegel vaak vooral interessant omdat er een ander gezicht lijkt te zijn. Ze kunnen naar zichzelf lachen, zwaaien of proberen het kindje in de spiegel aan te raken. Het besef dat ben ik komt pas later.
Maar ook als je kind zichzelf nog niet duidelijk in de spiegel herkent, betekent dat natuurlijk niet dat er geen ontwikkeling van zelfbewustzijn plaatsvindt. Het is maar één klein onderdeel van een veel groter proces.
En dan komt de peuterfase: “ik!”
Wie ooit een peuter in huis heeft gehad, weet dat het woord “ik” behoorlijk belangrijk kan worden. “Ikke doen!” is ineens een duidelijke boodschap. Zelf de jas aantrekken, zelf de deur openmaken, zelf het bord naar tafel brengen en vooral: niet geholpen worden als daar niet om gevraagd is.
Voor ouders kan dit behoorlijk vermoeiend zijn, maar eigenlijk is het een mooie ontwikkeling. Je kind begint steeds beter te begrijpen dat het een eigen wil heeft. Het ontdekt dat het iets anders kan willen dan jij. Jij zegt dat het tijd is om naar huis te gaan en je peuter denkt daar duidelijk anders over. Jij legt de rode beker neer en je kind wil juist de blauwe.
Dat betekent niet dat je peuter ineens bewust moeilijk doet. Het is juist onderdeel van het ontdekken van zelfstandigheid. Een peuter oefent als het ware met de gedachte: ik ben ik en jij bent jij. Ik kan zelf kiezen wat ik wil.
Waarom zegt een peuter zo vaak “nee”?
Het beroemde peuterwoord “nee” heeft daar veel mee te maken. Natuurlijk zegt een peuter soms nee omdat iets gewoon niet leuk is. Maar “nee” kan ook een manier zijn om te oefenen met invloed en zelfstandigheid. Je kind ontdekt dat het iets kan weigeren en dat zijn of haar mening ertoe doet.
Dat betekent overigens niet dat je als ouder overal in mee hoeft te gaan. Een kind heeft juist behoefte aan grenzen en duidelijkheid. Maar binnen die grenzen kun je soms wel ruimte geven. Wil je kind zelf zijn schoenen aantrekken? Prima, als daar tijd voor is. Wil je kind kiezen tussen de rode of blauwe trui? Dan kan dat een mooie manier zijn om zelfstandigheid te oefenen.
Zo leert een kind langzaam dat het een eigen persoon is, terwijl het tegelijkertijd ontdekt dat het onderdeel is van een gezin en rekening moet houden met anderen.
“Van mij!” hoort er ook bij
Naast “ik” en “nee” verschijnt vaak nog zo’n belangrijk woord: “mijn!”. Een peuter kan behoorlijk fel reageren wanneer een ander kind met zijn speelgoed speelt. Ook hier gaat het niet alleen om koppigheid of egoïsme. Een jong kind is nog volop bezig met het ontwikkelen van het begrip van zichzelf, anderen en eigendom.
Een peuter kan bijvoorbeeld heel goed begrijpen dat een knuffel van hem is, maar nog moeite hebben met het idee dat een ander kind ook iets wil. Delen is namelijk niet alleen een kwestie van weten dat je iets moet delen. Daarvoor moet een kind ook steeds beter leren begrijpen dat andere mensen eigen gevoelens, wensen en gedachten hebben.
En precies dat is weer een volgende stap in de ontwikkeling.
Wanneer ontdekt een kind dat andere mensen ook een eigen persoon zijn?
Het ontdekken van jezelf als individu en het ontdekken dat andere mensen ook hun eigen gedachten en gevoelens hebben, lopen gedeeltelijk door elkaar heen. Naarmate kinderen ouder worden, gaan ze steeds beter begrijpen dat mama iets anders kan willen dan zij, dat een vriendje iets anders leuk kan vinden en dat iemand anders iets kan weten wat zij zelf niet weten.
Dat wordt ook wel de ontwikkeling van theory of mind genoemd: het vermogen om te begrijpen dat andere mensen een eigen perspectief, gedachten, wensen en overtuigingen hebben. Dit ontwikkelt zich niet in één keer, maar gedurende de kinderjaren.
Een jong kind kan bijvoorbeeld denken dat iedereen hetzelfde ziet als hij. Een iets ouder kind begint te begrijpen dat jij iets niet kunt zien als je achter een deur staat. Later wordt het steeds beter in het begrijpen van ingewikkeldere gedachten en gevoelens van anderen.
Wanneer ontstaat een eigen identiteit?
Het ontdekken van “ik ben ik” stopt dus zeker niet na de peutertijd. Naarmate een kind ouder wordt, krijgt het eigen beeld steeds meer inhoud. Een kind ontdekt wat het leuk vindt, waar het goed in is, wat het belangrijk vindt en waarin het verschilt van anderen.
Op de basisschool kan dat bijvoorbeeld zichtbaar worden in voorkeuren voor kleding, speelgoed, hobby’s of vriendjes. Een kind gaat zichzelf steeds meer omschrijven: ik ben goed in tekenen, ik hou van voetbal, ik vind dit spannend of ik ben iemand die graag alleen speelt.
In de tienerjaren wordt dat proces vaak nog veel sterker. Dan gaat een kind niet alleen ontdekken wat het leuk vindt, maar ook nadenken over wie het is, bij wie het hoort en welke waarden en ideeën bij hem of haar passen. Het eigen beeld wordt steeds zelfstandiger en minder afhankelijk van alleen de ouders.
Eigen persoon worden betekent niet loskomen van je ouders
Misschien is dat wel het mooiste aan deze ontwikkeling. Een kind ontdekt steeds meer dat het een eigen persoon is, maar dat betekent niet dat het jou minder nodig heeft. Integendeel. Juist vanuit een veilige basis kan een kind steeds meer zelfstandigheid ontwikkelen.
Eerst ben jij degene die alles doet: eten geven, dragen, troosten en helpen. Daarna wil je kind steeds meer zelf doen. Eerst met jouw hulp, vervolgens met jouw aanmoediging en uiteindelijk steeds vaker zonder jou. Dat kan soms best even slikken zijn. Want terwijl je trots bent als je kind zelfstandig iets voor elkaar krijgt, merk je tegelijkertijd dat het stukje bij beetje minder klein wordt.
Het besef ik ben ik ontstaat dus niet op één verjaardag en ook niet op het moment dat een kind zichzelf voor het eerst in de spiegel herkent. Het is een proces dat al in de babytijd begint en jarenlang doorgaat. Van het ontdekken van die eigen handjes tot “ikke zelf!”, van “mijn!” tot een kind dat steeds beter weet wie het is en wat het belangrijk vindt.
En misschien is dat ook precies wat ouderschap zo bijzonder maakt: je begint met een klein mensje dat volledig afhankelijk van je is en mag vervolgens jarenlang meekijken terwijl dat mensje langzaam ontdekt wie het eigenlijk is.
Uitgelichte afbeelding: Shutterstock


















