Broodtrommelbriefjes en goede moeders

broodtrommel briefje

Aan het begin van het schooljaar had ik het me nog zo voorgenomen. Ik ga elke week een briefje met een lieve tekst in de broodtrommel van mijn oudste dochter stoppen. Gewoon leuk, een verrassing speciaal voor haar. Misschien een oppepper of een fijne herinnering voor later. Hoe dan ook, het zou me echt een goede moeder maken. 

Inmiddels was het alweer bijna herfstvakantie en je raadt het al, er waren nog geen lieve broodtrommelbriefjes in het trommeltje van mijn dochter beland. Muts dat ik ben, hoe moeilijk kan het zijn? Vandaag ga ik het écht doen! En dus gebeurde het een week voor de herfstvakantie. Ik scheurde een papiertje uit een kladblok, geen kekke broodtrommelbriefjes hier het gaat tenslotte om het idee toch? En ik schreef een lieve tekst. 

Uuhh, tja, wat zal ik er eigenlijk opschrijven?

‘Lieverd, eet smakelijk! Kusje mama.’

Wanneer ik aan het eind van die dag haar trommel in de vaatwasser zet, vind ik het briefje met een bijgeschreven tekst.

‘Dank je, het was lekker.’

En er verschijnt een glimlach op mijn gezicht. Ik heb mijn best gedaan en het is goed zo.

Misschien denkt een andere moeder nu, hoe bedoel je je best? Wat een belabberde tekst en hoezo moest dat zoveel weken duren?

Mijn best is niet jouw best. En jouw best niet het mijne. Terwijl een andere moeder wekelijks de meest lieve gedichtjes in de trommeltjes van haar kleintje stopt, was dit mijn beste broodtrommelbriefje.

En zo gaat dat in het hele moederschap. Iedereen z’n ‘best-level’ is anders. En dat is prima, want het zijn jouw kinderen en jij weet uiteindelijk zelf wat het beste is voor je kind en voor jezelf als moeder. En niet iemand anders die jou vertelt hoe je het zou moeten doen.

In het moederschap willen we zo graag vergelijken. Het broodtrommelbriefje maakt mij geen goede moeder. Het feit dat ik mijn best doe om elke dag die broodtrommels met eten te vullen, dát maakt mij een goede moeder. Ik doe mijn best. Elke dag mijn freaking best.

En mijn best is goed genoeg.

Mijn dochter heeft moeite met het leren van de tafels. Dat het haar niet in één keer lukt, frustreert haar. ‘Ik kan het niet’, roept ze dan meteen. ‘En andere kinderen in mijn klas vinden het super makkelijk!’ Telkens weer probeerde ik haar uit te leggen dat iedereen anders is. Dat het bij de één wat makkelijker gaat dan bij de ander. En dat sommige dingen tijd kosten om te leren. Dat ze niet altijd meteen lukken, maar dat je er moeite voor moet doen.

Na een week oefenen kwam ze thuis met drie fout. En trots, ik was zo trots! Die drie fout konden mij niet deren, ik was trots op het feit dat ze zo haar best had gedaan.

Waarom dan toch die vergelijking met andere moeders? Terwijl we bij onze kinderen het vergelijken zo afraden.

Je best is goed genoeg. Mijn best is goed genoeg. Sommige dagen houdt het in dat het me lukt om tot tien te tellen en weer rustig door te gaan en sommige dagen moet ik ‘sorry voor het schreeuwen’ zeggen tegen mijn kinderen. En soms, heel soms is daar een uitschieter, een broodtrommelbriefje.

Perfect zijn maakt je geen goede moeder. Echt zijn maakt je een goede moeder.