Verschil tussen peuters en kleuters

peuter-naar-kleuter

De peuterpuberteit is een fase vol verwondering, bij de peuter maar ook bij de ouder. De peuter verwondert zich over de wereld om zich heen. De ouder verwondert zich over hoe zijn peuter deze verwondering uit.

Wijzen, willen, weigeren, eisen, fronzen, huilen, schreeuwen. En voor je het weet ligt hij weer op de grond te zwanzen onder het mom van een ‘peuterbui’. Elke ouder gaat anders om met de hysterische buien van zijn peuter. De één onderhandelt, een ander negeert en weer een ander koopt dat mensje van drie turven hoog om met snoep of valse beloftes. Elke ouder doet in zo’n situatie zijn eigen ding, maar één ding is zeker: Elke ouder doet dingen waarvan hij zelf niet verwacht had ze ooit te doen en vraagt zichzelf af wanneer deze fase voorbij gaat. 

Nou, als ze kleuter zijn.

Maar is dat wel zo? Zijn de buien verdwenen? Is de eigenwijsheid opgelost?

Wat verschillen die peuters eigenlijk met de kleuters?

Om te beginnen een feitelijk verschil: peuters hebben de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Kleuters hebben de leeftijd van 4 tot 6 jaar.

Hoe groot ze zijn, hoe wijs ze zijn en hoe slim ze zijn, verschilt per kind. Daar vallen geen feitjes over te geven, alleen gemiddelde resultaten.

Ik kan alleen spreken uit eigen ervaring.

Verschil in uiten van gevoelens.

Waar peuters heel sterk zijn in het non-verbaal uiten van gevoelens, kunnen kleuters woorden toevoegen aan die gevoelens. Waar een peuter de hele wereld betrekt bij het uiten van zijn gevoelens, kan een kleuter zichzelf geruststellen en troosten. Ze zijn zelfs in staat om in bepaalde situaties gevoelsuitingen te verbergen.

Een treurig voorbeeld: Mijn kleuter zou na de kerstvakantie een ‘hoge’ stoel krijgen. Heel belangrijk voor haar, want de meeste groep 2 kinderen zitten op een hoge stoel. Maar door haar lengte zat ze nog op een lage stoel. De hele kerstvakantie keek ze ernaar uit, ze telde letterlijk de dagen af. Toen ze op maandagmorgen wakker werd, begon ze met een lach op haar gezicht en met de woorden ‘vandaag is een leuke dag, want ik krijg een hoge stoel’.

Maar toen kwamen we aan in de klas en ik voelde de ‘bui’ al hangen. Er stond geen hoge stoel voor haar klaar en ik bereidde me voor op een heel boos kleutertje. Echter slikte ze haar teleurstelling weg en stelde ze zichzelf gerust met de woorden, ‘misschien een andere keer’.

Ik ging van binnen kapot, omdat ik voelde dat zij ook van binnen kapot ging. Maar ik was ook trots op hoe ze met deze teleurstelling omging.

Verschil in communicatie.

Het grootste verschil is dat kleuters (nog) overtuigender kunnen zijn. Maar dan zonder de hysterische krijsbuien. Of in ieder geval zijn deze sterk afgenomen. Prettig is het zeker. Maar minder vermoeiend is het niet. Er valt beter te praten met een eigenwijze kleuter dan met een eigenwijze peuter. Maar naast dat een kleuter steeds beter verstaanbaar wordt, zijn ook de argumenten van de kleuter steeds sterker. En voor je het weet is de dag aangebroken dat je eigen kleuter je onder de tafel heeft geluld. Simpelweg door met zeer goed argumenten te komen.

De eigenwijsheid is dus niet opgelost, de eigenwijsheid valt steeds beter op z’n plek.

En dat dat zijn vruchten afwerpt, blijkt wel uit dat mijn kleuter diezelfde middag uit school kwam met de mededeling ‘ik heb een hoge stoel hoor mam!’.