Gelukkig zijn kinderen geen eenden

eendjes

Mijn pubers staan verveeld tegen het aanrecht als ons favoriete gedeelte van de ochtend weer is aangebroken. Geamuseerd kijken ze toe hoe Kleine Man zijn schoenen probeert aan te trekken. Na wat gepruts met zijn veters knielt Puberdochter 14 uiteindelijk bij hem neer.

‘Kom, ik help je wel.’

Ik struikel bijna over mijn eigen voeten als ik naar de kapstok ren om op tijd op school te komen.

‘Vergeten jullie je brood niet?’ roep ik ze nog na.

Brood in de toiletpot

Sinds er kantines zijn uitgevonden op de scholen, vind ik hun brood regelmatig in de prullenbak, onder het bed, op het bureau met een laag schimmel van vier weken én in de toiletpot. Maar mijn idee om het brood aan de eendjes te voeren, resulteert in een stevige discussie. ‘Mam, ben je gek geworden. Weet je niet wat er dan gebeurt?’ Dat ik ben gek geworden, klinkt me bekend in mijn oren. ‘Vertel.’ ‘Nou, het lijkt zo onschuldig, maar je draagt indirect bij aan groepsverkrachtingen onder de eenden.’

Is het waar wat ze zegt of is dit de zoveelste smoes?

Puberdochter 14 voegt er nog even aan toe dat mannetjes eenden niet gewend zijn aan koolhydraatbommetjes. Daar krijgen ze een enorme seksdrive van, wat de eendenverkrachtingen stimuleert.

Slik. Hoe vaak heb ik met niet met Kleine Man langs de kant van het water gestaan met een zak oud brood?

Eendjes voeren moet je dus maar niet meer doen. We weten allemaal dat de liefde van de man door de maag gaat en dat brood bordenvol koolhydraten zit. Niet voor niets probeer ik na het weekend deze dikmaker te omzeilen. Maar dat dát in de dierenwereld voor eendenverkrachtingen zorgt, wist ik niet. Als ik aan die arme vrouweneendjes denk, ga ik overstag. ‘Goed, laat dan het brood maar wegrotten in je tas.’

Als ik Kleine Man op school breng, schuifelen we langzaam kletsend over het schoolplein. Binnen begint het dagelijkse ritueel: jas, kapstok, schooltas uitpakken…

‘Shit!’ ‘Óh, dat mag je niet zeggen.’ ‘Klopt. Maar ik ben wel je brood vergeten.’ ‘Maar mama, wat moet ik dan eten tijdens de pauze?’

Ik denk terug aan de eendjes en de verkrachtingen. Ik voel een rilling over mijn rug. Gelukkig zijn kinderen geen eendjes. Ik denk aan het zakje brood dat ik net nog zag liggen onder een stoel van mijn auto, maar dát kan ik Kleine Man niet aandoen.

‘Ik ga lekker bij de bakker vers brood voor jou halen!’

 

-x-

Ievy

 

Afbeelding: Shutterstock